De ontstekingsbronnen voor explosiegevaarlijke atmosferen

Eén van de beschermingsmaatregelen om explosies te voorkomen is potentiële ontstekingsbronnen mijden uit de buurt van potentiële explosiegevaarlijke atmosferen. Het overzicht en de indeling van de ontstekingsbronnen volgen hieronder.

De combinatie van een explosieve atmosfeer (mengsel van lucht met een brandstof binnen de explosiegrenzen) met een energierijke ontstekingsbron kan aanleiding geven tot een explosie. Eén van de maatregelen om explosies te voorkomen zal er dus op gericht zijn om de potentiële ontstekingsbronnen uit de buurt van potentiële explosiegevaarlijke atmosferen te mijden. Wenst men deze groep van beschermingsmaatregelen toe te passen dan is de kennis van de potentiële ontstekingsbronnen van groot belang.

In de ‘Niet-bindende praktijkgids met het oog op de tenuitvoerlegging van Richtlijn 1999/92/EG ’ en de norm NBN EN 1127 ‘Ontploffingsgevaarlijke atmosferen - Voorkoming van en bescherming tegen ontploffingen’ zijn 13 soorten ontstekingsbronnen opgesomd:
  • hete oppervlakken;
  • vlammen en hete gassen;
  • mechanische veroorzaakte vonken;
  • elektrische installaties;
  • elektrische circulatiestromen, kathodische bescherming;
  • statische elektriciteit;
  • blikseminslag;
  • elektromagnetische velden binnen het bereik van de frequenties 9 kHZ tot 300 GHz;
  • elektromagnetische straling binnen het bereik van de frequenties van 300 GHz tot 3x10
6 GHz en/of golflengten van 1000 µm tot 0,1 µm (optisch spectrumgebied);
  • ionische straling;
  • ultrageluid;
  • adiabatische compressie, drukgolven, stromende gassen;
  • chemische reacties.


Storend in deze opsomming zijn de ‘elektrische installaties’ die als ontstekingsbron worden opgesomd. Het is vreemd dat de ‘mechanische installaties’ dan niet op eenzelfde wijze in de lijst worden opgenomen.
Zoals de ‘mechanisch veroorzaakte vonken’ als ontstekingsbron kunnen fungeren is dit ook het geval voor de elektrisch veroorzaakte vonken, doch deze blijven als reële ontstekingsbronnen verdoken achter de term ‘elektrische installaties’.

‘Elektrische installaties’ als ontstekingsbron beschouwen is niet correct aangezien elektrische intrinsiek veilige installaties (Exi-installaties) over geen ontstekingsbronnen beschikken.
Ook ‘statische elektriciteit’ als potentiële ontstekingsbron vermelden is kort door de bocht aangezien een puntontlading geen enkele stofatmosfeer tot ontsteking kan brengen.

De indeling van de ontstekingsbronnen kan dus beter op de volgende structurele wijze worden gedaan.

De ontstekingsbronnen liggen verdeeld over vier grote groepen, zijnde:
  •  elektrische en elektromagnetische ontstekingsbronnen;
  • mechanische ontstekingsbronnen;
  • thermische ontstekingsbronnen;
  • chemische ontstekingsbronnen.


Een verdere onderverdeling levert:

- elektrische en elektromagnetische ontstekingsbronnen
• elektrostatische ontladingen
o puntontladingen
o glijborstelontladingen
  • stortkegelontladingen
• atmosferische ontladingen
  • elektrische vonken
elektrische bogen
  • zwerfstromen (met inbegrip van de kathodische beschermingsstromen)
• hoogfrequente elektromagnetische golven
  • elektromagnetische golven in het optisch spectrum
• ionische straling
 
- mechanische ontstekingsbronnen
• impactvonken
  • schuur- en wrijvingsvonken
  • metaalbreuk
  • ultrasoongolven

 
- thermische ontstekingsbronnen
hete oppervlakken
open vlammen en hete gassen
  • spontane opwarming
  • adiabatische compressie en schokgolven

 
- chemische ontstekingsbronnen
• spontane oxidatiereacties
  • broei
  • polymerisatiereacties
  • ontbindingsreacties

Opmerking: in de norm NBN EN 1127 werd de metaalbreuk niet weerhouden als ontstekingsbron. Zowel de mechanische als de chemische ontstekingsbronnen worden in de norm op vrij summiere wijze behandeld.

Meer info online:
ATEX en explosieveiligheid (thematische fiche)
Statische elektriciteit - Explosie
NBN EN 1127 Ontploffingsgevaarlijke atmosferen - Voorkoming van en bescherming tegen ontploffingen
 

Gepubliceerd op 05-02-2019

  134