Licht op de werkplek: 12 vragen om risico’s te herkennen


 Goede verlichting op de werkvloer stimuleert de activiteit, verhoogt de efficiëntie en bevordert de veiligheid en nauwkeurigheid van werknemers. Het correct en efficiënt inzetten van verlichting heeft een positieve impact op de productiviteit en het welzijn van werknemers.
 

De eerste signalen van een lichtknelpunt worden vaak opgepikt door een leidinggevende, facility manager of gebouwbeheerder. Daarna is de preventieadviseur de volgende schakel. Hij zal het probleem moeten objectiveren, een verklaring zoeken voor het probleem en vervolgens suggesties doen voor verbetering.

Bij lichtgerelateerde gezondheids- en welzijnsrisico’s zijn metingen aan kunstlicht, daglicht of uitzicht niet altijd nodig. Met eenvoudige middelen (zoals bijvoorbeeld korte interviews of een inventarisatie van gebouw- of procesgebonden risicofactoren) kan een preventieadviseur vaak al een goed inzicht in de situatie verkrijgen. Eventueel kunnen daarna altijd nog metingen uitgevoerd worden ter ‘objectivering’ van de situatie.

De preventieadviseur kan zich de volgende vragen stellen om lichtrisico’s te herkennen:
  • Hebben relatief veel medewerkers (meer dan 5 á 10%) vaak klachten over licht? Dit kan onderzocht worden via een klachtenregister van de gebouwbeheerder of via een enquête bij de betrokken werknemers.
  • Vraagt de visuele taak die wordt verricht of aflezing van zeer kleine details (letters, cijfers) extra lichtsterkte, of is er sprake van precisiewerkzaamheden (fijn werk)?
  • Hoe zit het met de verhouding diffuus licht/gericht licht? Te diffuus licht (zoals bv. in een ruimte met ramen naar de noordzijde gericht) geeft relatief weinig schaduwvorming en kan een saaie indruk maken, wat weer kan leiden tot extra bijschakelen van kunstlicht terwijl dit qua verlichtingssterkte niet nodig is.
  • Moeten er (door een deel van de medewerkers) regelmatig werkzaamheden verricht worden in ruimtes met weinig daglicht c.q. geen uitzicht (ziekenhuizen, meldkamers, nachtdiensten, machinekamers, ketelhuizen,…)?
  • Is men door de aard van de werkzaamheden gedwongen om in een relatief donkere ruimte te werken (doka’s, CAD tekenateliers,…)?
  • Of is er juist sprake van relatief veel glas in de gevel (meer dan de helft) met een meer dan gemiddelde kans op hinder door verblinding en spiegeling als gevolg van daglicht/zonlicht?
  • Ontbreekt helderheidswering, bv. waar met beeldschermen wordt gewerkt? Ook op de noordzijde van de werkvloer?
  • Bevindt een deel van de medewerkers zich relatief ver van de gevel (meer dan ca. 6 meter van een venster)?
  • Is er sprake van (relatief veel) verouderde armaturen die onvoldoende afscherming bieden (klaslokalen, oude kantoorpanden, loodsen, industrie)?
  • Zijn relatief veel medewerkers ouder dan 45 à 50 jaar?
  • Wordt er gewerkt met laserlicht, UV of infrarood?
  • Zijn de juiste noodverlichtingvoorzieningen aanwezig?

Gepubliceerd op 08-10-2019

  158