Elektriciteit

Oude elektrische installaties : deadline van 31 december 2016 nadert !

Oude elektrische installaties moeten uiterlijk op 31 december 2016 voldoen aan de bepalingen van bijlage I van het KB van 4 december 2012 en niet langer aan het ARAB.

Wat is een oude elektrische installatie?

Het KB van 4 december 2012 definieert een oude elektrische installatie als :
elektrische installatie, waarvan de uitvoering ter plaatse is aangevangen:
a) ten laatste op 1 oktober 1981 voor de elektrische installaties van de inrichtingen die geen elektriciteitsdienst hebben die bestaat uit gewaarschuwde of bevoegde personen die beschikken over de bekwaamheden gekenmerkt door de code BA 4 of BA 5, zoals bepaald in artikel 47 van het AREI;
b) ten laatste op 1 januari 1983 voor de andere installaties;

Verplichtingen

Uiterlijk 31 december 2016 moeten oude installaties voldoen aan de bepalingen van bijlage I van het KB, te weten de minimale voorschriften betreffende de uitvoering van de elektrische installatie. Tot die datum kunnen de ‘gebruikelijke’ periodieke controles op basis van het ARAB uitgevoerd worden.
Artikel 23 van het KB van 4 december 2012 voorziet onder bepaalde voorwaarden de mogelijkheid tot een bijkomend uitstel. De werkgever mag deze datum immers overschrijden met een maximale termijn van 2 jaar (m.a.w. 31 december 2018), mits hij op advies van de preventieadviseur en van het Comité vóór 31 december 2016 een gedetailleerd uitvoeringsplan opstelt.
Dit plan moet ten minste de volgende elementen bevatten:
1° de redenen waarom de in het eerste lid bedoelde datum niet kan worden gerespecteerd;
2° de eventuele opeenvolgende uitvoeringsfasen die de werkgever zal naleven om de installatie in overeenstemming te brengen met de bepalingen van de artikelen 8 en 9 en de daaraan verbonden termijnen;
3° de uiterste datum voor dewelke de installatie aan de bepalingen van de artikelen 8 en 9 zal beantwoorden;
4° het verslag van de eerste controle door het erkend organisme bedoeld in artikel 14, § 2;
5° het advies van de bevoegde preventieadviseur bedoeld in het tweede lid;
6° het advies van het Comité bedoeld in het tweede lid.
 

Wat zou er al gebeurd moeten zijn ?

Vóór 1 januari 2014
Dit was de uiterste datum voor het uitvoeren van een zogenaamde ‘eerste controle’ op basis van bijlage I van het KB door een erkend organisme. Op basis van de non-conformiteiten vastgesteld tijdens deze eerste controle, moet de werkgever zo snel mogelijk de installatie in orde brengen. Indien de installatie ondertussen in dienst wordt gehouden, moet de werkgever de nodige maatregelen treffen om de veiligheid van de werknemers te bevorderen. Die maatregelen moeten bepaald worden aan de hand van een risicoanalyse, zoals voorzien in artikel 8 van het KB van 27 maart 1998 betreffende het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk.
Vóór 31 december 2014

Voor deze datum moest de werkgever een risicoanalyse uitvoeren op basis van afdeling II van het KB van 2012 (in een ruimere context gaat het eigenlijk over het welzijn op het werk). Deze risicoanalyse beperkt zich ditmaal niet tot de non-conformiteiten vastgesteld bij de eerste controle, maar moet ook rekening houden met bijkomende aspecten verbonden met het welzijn op het werk (bv. risico op vallen, risico’s van geluid, ...).


Lees meer:

Koninklijk besluit van 4 december 2012 betreffende de minimale voorschriften inzake veiligheid van elektrische installaties op arbeidsplaatsen (Wetgeving)

Het koninklijk besluit van 4 december 2012 betreffende de minimale voorschriften inzake veiligheid van elektrische installaties op arbeidsplaatsen (In de praktijk – Vinçotte)

Gepubliceerd op 18-10-2016

  182