Aandacht voor luchtverontreiniging piekt

 Op de dag waarop Greenpeace België zijn analyse van de luchtkwaliteitsmetingen van de nieuwe ESA-satelliet bekendmaakte, publiceerde het Europees Milieuagentschap (EEA) alweer een nieuw rapport over de luchtkwaliteit in Europa. Ondanks langzame verbeteringen overschrijdt de luchtverontreiniging nog altijd de grenswaarden en richtlijnen van de Europese Unie en de Wereldgezondheidsorganisatie. Luchtverontreiniging is een sluipmoordenaar, en blijft de gezondheid van mens en milieu bedreigen.
 

De toegenomen aandacht voor luchtvervuiling in de voorbije maanden heeft niet alleen te maken met citizen science  en verbeterde meetmethodes. Er zijn ook nieuwe inzichten over de effecten van deze polluenten op de volksgezondheid, economie en ecologische systemen. Fijn stof (afgekort als PM van ‘particular matter’), stikstofdioxide (NO2) en troposferische ozon (O3) brengen de gezondheid van de mens de meeste schade toe. De hoge concentraties van luchtverontreiniging bedreigen vooral de Europeanen die in stedelijke gebieden wonen. Aan deze luchtverontreiniging zijn ook aanzienlijke economische gevolgen verbonden: mensen leven minder lang, de medische kosten stijgen en de productiviteit in de hele economie lijdt onder het ziekteverzuim dat hierdoor wordt veroorzaakt. De luchtvervuiling laat zich bovendien op een negatieve manier voelen in ecosystemen: bodem, bossen, meren en rivieren worden aangetast en de landbouwopbrengsten dalen.

Rapport van het Europees Milieuagentschap

Volgens het nieuwe EMA-rapport veroorzaakt het wegvervoer een flink deel van de luchtverontreiniging in Europa, vooral voor schadelijke verontreinigende stoffen zoals stikstofdioxide en fijn stof. Ook de emissies van de landbouw, de energieproductie, de industrie en de huishoudens dragen bij aan de luchtverontreiniging. Het rapport bevat de recentste gegevens over de luchtkwaliteit, afkomstig van de meer dan 2.500 meetstations die in 2016 in Europa actief waren in 39 landen waarmee het milieuagentschap samenwerkt.

Zoals het Vlaamse Curieuzeneuzen-onderzoek ook al aantoonde zijn de emissies van het wegvervoer vaak schadelijker dan die van andere bronnen. Ze manifesteren zich immers dicht bij de mens: op grondhoogte en in de steden. Maatregelen op lokaal niveau, zoals de suggestie voor een ‘schepen van lucht’ van een Vlaamse minister, zullen niet volstaan. Het is belangrijk dat Europa extra inspanningen levert om de emissies van wegvervoer, energie en landbouw terug te dringen, en investeert in het schoner en duurzamer maken van deze sectoren. Een geïntegreerde aanpak op alle beleidsniveaus kan duidelijke voordelen opleveren voor zowel de luchtkwaliteit als het klimaat.

Belangrijke constateringen

Fijn stof. De concentraties voor fijn stof overschrijden zowel de grenswaarden die in de Europese wetgeving is vastgelegd als de luchtkwaliteitsrichtlijnen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Voor PM2,5 (deeltjes met een diameter van 2,5 micrometer of minder) bedroeg het percentage van de stadsbevolking in de EU-28 die in 2016 aan dit fijn stof werd blootgesteld 6%, een daling ten opzichte van de 7% het jaar daarvoor. Maar ongeveer 74% van de stedelijke bevolking in de EU wordt blootgesteld aan concentraties die hoger liggen dan de strengere richtlijnen van de WHO. Voor PM10(deeltjes met een diameter van 10 micrometer of minder) werden concentraties boven de dagelijkse EU-grenswaarde vastgesteld bij 19% van de meetstations in 19 van de 28 EU-lidstaten. In 35 landen werd een overschrijding van de langetermijn-WHO-luchtkwaliteitsrichtlijnen voor PM10 vastgesteld.

Troposferische ozon. 17% van de meetstations signaleerden concentraties boven de EU-streefwaarde ter bescherming van de menselijke gezondheid. Ongeveer 12% van de stedelijke bevolking van de EU-28 werd in 2016 blootgesteld aan O3-niveaus boven de streefwaarde van de EU, wat een aanzienlijke daling is vergeleken met 2015 (30%). Dit percentage is echter nog steeds hoger dan de 7% die in 2014 werd gemeten. Zo’n 98% van de stedelijke EU-bevolking wordt blootgesteld aan niveaus boven de strengere WHO-richtlijnen. Dat betekent dat er eigenlijk amper een evolutie is vastgesteld sinds 2000.

Stikstofdioxide. De jaarlijkse grenswaarde voor NO2 wordt in heel Europa nog steeds ruimschoots overschreden: 12% van de meetstations – gelegen in 19 van de 28 EU-lidstaten - stelden hogere concentraties vast. In 2016 woonde 7% van de stedelijke bevolking van de 28 EU-lidstaten in gebieden met concentraties boven de jaarlijkse EU-grenswaarde en de WHO-richtlijnen. Dit is een daling ten opzichte van de 9% vastgesteld in 2015. De metingen van de nieuwe ESA-satelliet wijzen intussen niet op veel verbetering voor wat deze polluent betreft.

Gezondheidseffecten

De gezondheidseffecten van de blootstelling aan luchtverontreiniging lopen uiteen van ontsteking van de longen tot vroegtijdige sterfte. Bij de door het EEA uitgevoerde beoordeling van de gezondheidsrisico's wordt gekozen voor het sterftecijfer als gekwantificeerd resultaat voor de gezondheid, aangezien het bewijs hiervoor het sterkst is. De sterfte ten gevolge van blootstelling aan luchtverontreiniging wordt geschat in termen van het aantal ‘vroegtijdige sterfgevallen’ en ‘verloren levensjaren’. De gezondheidseffecten die in het luchtkwaliteitsverslag van het EEA worden geschat, zijn de effecten die kunnen worden toegeschreven aan blootstelling aan PM2,5, NO2 en O3 in Europa in 2015.

(bron: EEA)

Uit nieuwe schattingen in het rapport blijkt dat de concentraties van PM2,5 in 2015 verantwoordelijk waren voor zo’n 422.000 vroegtijdige sterfgevallen in 41 Europese landen, waarvan ongeveer 391.000 in de 28 EU-lidstaten. In 2015 overleden door blootstelling aan ozon in 41 Europese landen naar schatting 17.700 mensen vroegtijdig. Voor blootstelling aan NO2 schat men het aantal vroegtijdige overlijdens op 79.000 mensen.

De schattingen zijn gebaseerd op informatie over luchtverontreiniging, demografische gegevens en de relatie tussen blootstelling aan concentraties vervuilende stoffen en specifieke gezondheidseffecten. De schattingen geven een maatstaf voor het algemene effect van luchtverontreiniging op de bevolking, en kunnen bijvoorbeeld niet worden toegeschreven aan individuele personen die op een specifieke geografische locatie wonen. De geschatte effecten van de verschillende verontreinigende stoffen kunnen ook niet zomaar worden opgeteld om de geschatte totale gezondheidseffecten te bepalen die kunnen worden toegeschreven aan blootstelling. Zo zijn bijvoorbeeld de concentraties van PM2,5 en NO2 (soms sterk) gecorreleerd, waardoor de geschatte gevolgen niet kunnen worden samengevoegd: dat zou tot dubbeltelling kunnen leiden.

Hoe het EEA tot zijn schattingen komt wordt toegelicht in een tegelijkertijd gepubliceerde een briefing getiteld  "EEA's health risk assessments of air pollution". Die bevat een gedetailleerd overzicht van de wijze waarop het EEA zijn jaarlijkse schattingen van de luchtkwaliteit berekent. Deze schattingen kwantificeren de effecten van luchtverontreiniging op de volksgezondheid.

Maatregelen

Reeds genomen of nog lopende beleidsmaatregelen en technologische ontwikkelingen hebben geleid tot een trage maar gestage vooruitgang in het terugdringen van de negatieve gevolgen van luchtverontreiniging.

Het nieuwe rapport bevat ook een bredere beoordeling waarin wordt teruggekeken tot 1990. Daaruit blijkt dat het aantal vroegtijdige sterfgevallen veroorzaakt door PM2,5 met een half miljoen per jaar is verminderd. Dat is te danken aan het Europese luchtkwaliteitsbeleid en de invoering van maatregelen op nationaal en lokaal niveau, die onder meer tot minder vervuilende auto’s, industrie en energieproductie hebben geleid. Toch zou het ongetwijfeld nog sneller en beter kunnen. De Vlaamse regering sloot vorige week nog een green deal af met de fabrikanten van houtkachels.

Europese milieuministers trekken de ambities op

Vandaag presenteren de Europese milieu- en transportministers in Graz een verklaring waarin zij afspreken om een ambitieuze en versnelde omwenteling in te zetten naar duurzame mobiliteit. Bedoeling is het autoverkeer in de steden terug te dringen, zodat mobiliteit er meer actief wordt: mensen moeten meer kansen krijgen om zich veilig en gezond te voet, met de fiets of het openbaar vervoer te verplaatsen. Dat moeten de meest automatische, logische, comfortabele, betaalbare en veilige keuzes in steden worden. De ministers willen tegen 2021 nieuwe wetten over duurzame mobiliteit afspreken, en druk zetten op Europese fondsen die daarvoor investeringen kunnen vooruithelpen. Opvallend is dat de ministers pleiten om gezondheidsvoordelen van actieve mobiliteit voortaan mee te tellen in de berekeningen en plannen voor nieuwe transportinfrastructuur.

Naast de gezondheidseffecten hebben zij ook de Europese klimaatpolitiek in hun verklaring verwerkt. De tekst bevat een oproep om de CO2-uitstootnormen voor auto's tegen 2030 verder te ontwikkelen om aan het Klimaatakkoord van Parijs te voldoen, zonder dat ere naar specifieke doelstellingen wordt verwezen.

WHO conferentie

En ook vandaag (30/10) start in Genève een internationaal congres over de gezondheidseffecten van luchtvervuiling, georganiseerd door de Wereld Gezondheidsorganisatie WHO. Via deze link is de conferentie live te volgen. 

 
 

Gepubliceerd op 30-10-2018

  68