Aanpassingen aan het Omgevingsvergunningsbesluit en Vlarem II op komst

De procedure van de omgevingsvergunning via het omgevingsloket loopt intussen enkele jaren. Naast de technische bijsturingen heeft dat ook aanleiding gegeven tot organisatorische wijzigingen en vereenvoudigingen. Die zijn nu in een overkoepelend besluit gegoten, dat binnenkort effect krijgt.
 
Op 19 juni l.l. keurde de Vlaamse regering het voorontwerp van besluit goed. Dit besluit wijzigt :
  • het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne meer bepaald bijlage 1 van Vlarem II;
  • het besluit van de Vlaamse regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;
  • het besluit van de Vlaamse regering van 23 september 2016 houdende subsidiëring van de digitale behandeling van de omgevingsvergunning in het kader van wijzigingen aan de regelgeving over de omgevingsvergunning
  • de opheffing van het besluit van de Vlaamse regering van 23 november 2001 tot bepaling van de voorwaarden voor toekenning van subsidies aan gemeenten voor de opleiding van gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaren en voor de betaling van de gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaren in kleine gemeenten

Over het wijzigingsbesluit wordt nu het advies van de Raad van State gevraagd.

Wat staat er in het besluit?

Het gaat onder meer over een gewijzigd systeem van meldingen, de mogelijkheid tot bijstelling van RO-voorwaarden, de voorwaarden van de omgevingsvergunningscommissies, de delegatie van de gewestelijk omgevingsambtenaar, het toepassingsgebied van de vereenvoudigde procedure, de digitale behandeling van de aanvraag en het beroep in het omgevingsloket, de individuele aanschrijvingen, de adviesverplichting bij vergunningsaanvragen, de grootschalige kleinhandelsactiviteiten op minder dan 20 km van een (gewest)grens, de actualisering bij overdrachten, en een aantal formeel technische aanpassingen.

Meldingen
Het college van burgemeester en schepenen of de gemeentelijke omgevingsambtenaar is steeds bevoegd voor de meldingen, tenzij de melding vervat zit in een vergunningsaanvraag waarvoor de deputatie of Vlaanderen bevoegd is. De meldingen worden verplicht digitaal ingediend via het omgevingsloket.

De beslissingstermijn wordt een vervaltermijn
, en deze wordt deels ingekort:
  • melding die louter slaat op de exploitatie van een hinderlijke inrichting of activiteit van de derde klasse: 20 dagen
  • alle andere gevallen: 30 dagen
De bekendmaking van de beslissing moet gebeuren binnen deze termijn van 20 respectievelijk 30 dagen.

De weigering van een aktenamezal slechts bekend gemaakt moeten worden aan de persoon die de melding heeft verricht. Zonder deze individuele kennisgeving binnen de termijn, wordt de melding geacht te zijn geakteerd. Een verdere bekendmaking is niet vereist, aangezien er bij een niet-aktename geen wijziging optreedt in de huidige situatie. Spreekt de bevoegde overheid zich niet uit, of maakt zij haar beslissing niet kenbaar binnen de vervaltermijn, dan wordt de melding geacht stilzwijgend te zijn geakteerd.

Dit gewijzigde systeem van meldingen treedt in werking op 3 november 2020. Dit geeft de bevoegde overheden de nodige tijd om de noodzakelijke digitale aanpassingen tijdig door te voeren.
Aanpassing over bijstelling RO-voorwaarden

Het decreet van 26 april 2019 maakte het mogelijk dat niet alleen de milieuvoorwaarden, maar alle voorwaarden die in een vergunning opgenomen zijn, gewijzigd kunnen worden op gemotiveerd verzoek van vergunninghouder of exploitant.

Het bijstellen van de voorwaarden die in de omgevingsvergunning zijn opgelegd, verloopt overeenkomstig de bepalingen van afdeling 4 en 5 van hoofdstuk 6 omgevingsvergunningsdecreet, ongeacht of het gaat over een ambtshalve initiatief dan wel een verzoek door exploitant, vergunninghouder, betrokken publiek, adviesinstantie o.a.

Aldus gebeurt het onderzoek van het verzoek tot bijstelling van de omgevingsvergunning volgens de bepalingen van de gewone vergunningsprocedure.

In het (bijstellings)formulier wordt niet langer alleen gevraagd naar de plaats waar de exploitatie van de hinderlijke inrichting of de activiteit plaatsvindt, maar naar de plaats waarop het verzoek betrekking heeft. Op die manier wordt ook de plaats omvat waarop de gewijzigde RO-voorwaarden betrekking zouden hebben. Zo wordt daarvoor ook het artikel over de ontvankelijk- en volledigverklaring, het openbaar onderzoek, de adviesverlening, de beslissing en de bekendmaking aangepast. Dit geldt zowel voor de procedure in eerste als in laatste aanleg.

-- Openbaar onderzoek

Zo gaat het niet over een vergunningsaanvraag maar over een verzoek of ambtshalve initiatief tot bijstelling, en over een verzoeker of overheid die het ambtshalve initiatief heeft genomen.

De termijn van 10 dagen waarbinnen het openbaar onderzoek moet aanvangen ingeval van het ontbreken van een ontvankelijk- en volledigverklaring, begint niet te lopen op de veertigste dag na de indiening maar wel op de zestigste dag na de datum van de indiening van het verzoek. Deze 60 dagen is het resultaat van de termijn van 50 dagen die de overheid heeft om het resultaat van het ontvankelijkheids-en volledigheidsonderzoek van het verzoek tot bijstelling mee te delen aan de verzoeker, plus 10 dagen.

De mededeling op de website moet vermelden dat een verzoek tot bijstelling is ingediend, dan wel dat er een ambtshalve initiatief tot bijstelling is genomen.

Het opschrift van de affiche wordt afgestemd op de inhoud van de procedure, nl. een verzoek of ambtshalve initiatief tot bijstelling van de voorwaarden.

-- Adviesverlening

Door deze uitbreiding kan het voorvallen dat aan alle adviesinstanties, die betrokken waren bij de initiële vergunning, advies gevraagd moet worden voor de bijstelling van een voorwaarde. De termijn voor de afdeling ruimtelijke ordening, bevoegd voor de omgevingsvergunning, wordt gelijkgetrokken met deze van de afdeling Milieu. Zo niet zou deze afdeling RO vallen onder ‘de overige adviesinstanties’ en dus een verschil in adviestermijn krijgen, terwijl dit thans éénzelfde afdeling is binnen het Departement Omgeving.

Wanneer een beroepschrift digitaal wordt ingediend (en dus met een e-ID-kaart wordt ondertekend), dan is het niet nodig om uitdrukkelijk de naam en het adres van de beroepsindiener te vermelden. Ook is het niet nodig om uitdrukkelijk te vermelden tegen welke beslissing in beroep wordt gegaan, omdat dat uit het systeem zelf blijkt bij via het omgevingsloket ingediende beroepen.

-- Inwerkingtreding

De bepalingen inzake de bijstelling van RO-voorwaarden treden in werking op 1 september 2020. Door een vaste datum te bepalen kunnen het Omgevingsloket en de lokale toepassingen tijdig de nodige aanpassingen doorvoeren.

Aangezien er geen specifieke overgangsbepaling voorzien wordt, geldt dat de regeling van toepassing is op nog niet vervallen vergunningen. De bedoeling hiervan is om de mogelijkheid van het bijstellen van de RO-voorwaarden niet alleen te laten spelen bij omgevingsvergunningen ingediend na inwerkingtreding van dit besluit, maar ook bij vergunningsaanvragen die ingediend waren voor inwerkingtreding van dit besluit, omgevingsvergunningen verleend voor inwerkingtreding van het besluit én stedenbouwkundige vergunningen.

Omgevingsvergunningscommissies

De vergoeding van de deskundigen POVC en GOVC wordt aangepast.

Advisering door de omgevingsvergunningscommissies:
  • voorgesteld wordt om het advies van de ASTRID-veiligheidscommissie niet te laten meetellen om te komen tot 5 adviezen. Dit advies is immers geen advies als de andere: het gaat nooit over de (al dan niet) vergunbaarheid van een project maar legt louter technische voorwaarden vast die vervuld moeten worden om indoordekking voor de veiligheidsdiensten te verzekeren.
  • overleg via tele- of videoconferentie is mogelijk (de regelgeving vereist vandaag de dag niet dat de vergaderingen van de GOVC/POVC plaatsvinden door middel van een fysieke samenkomst; om dit te verduidelijken wordt nu ingeschreven dat de voorzitter kan beslissen om te vergaderen via tele- of videoconferentie)

Continuïteit in de werking van de gewestelijke milieuvergunningscommissie (overgangsregeling): in een aantal gevallen (bv. na vernietiging van een vergunning door de Raad van State) zal de gewestelijke of provinciale milieuvergunningscommissie nog een rol spelen in de afhandeling van de oude ‘milieuvergunningsaanvraag’, maar aangezien deze commissies zijn opgeheven wordt de bepaling opgenomen dat een deskundige, die aangewezen wordt in het kader van een omgevingsvergunningscommissie op grond van zijn bekwaamheid inzake milieu, ook geacht wordt deskundige te zijn in het kader van de milieuvergunningscommissies.

Delegatie gewestelijk omgevingsambtenaar
-- Verzoek wijziging vergunningsaanvraag

Omdat wijzigingsverzoeken frequent voorkomen, normaliter (weinig of) geen beoordeling vragen, tijdgebonden zijn, en daarnaast geen voorafname op een uiteindelijke beslissing over de vergunning inhouden, wordt voorgesteld om de bevoegdheid om wijzigingsverzoeken in te willigen bij de gewestelijke omgevingsambtenaar te leggen; dit ongeacht de procedure waarin het wijzigingsverzoek geformuleerd wordt (vereenvoudigde/gewone procedure; eerste aanleg/administratief beroep).

-- Administratieve lus

De beslissing tot al dan niet toepassen van de administratieve lus wordt gegeven aan de gewestelijke omgevingsambtenaar. Zoals bij de andere delegaties aan de gewestelijke omgevingsambtenaar, wordt verduidelijkt dat deze regeling niet inhoudt dat de Vlaamse regering de mogelijkheid verliest om beslissingen te nemen.

-- Aanpassing van een vergunningsbesluit ten gevolge van de melding van overdracht

Gelet op de beperkte draagwijdte van de aanpassing, de louter technische aard van de aanpassing en het ontbreken van enige beleidskeuze, is het niet nodig dat de bevoegde overheid zich hierover buigt, maar krijgt de gewestelijke omgevingsambtenaar delegatie tot aanpassing van het vergunningsbesluit.

Toepassingsgebied van de vereenvoudigde procedure

Decretaal is bepaald dat de vereenvoudigde vergunningsprocedure niet van toepassing is voor projecten waarvoor een beslissing van de gemeenteraad vereist is over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg. Aangezien het legistiek wordt afgeraden om decreetsbepalingen in besluiten te herhalen, wordt deze bepaling opgeheven.

Digitale behandeling aanvraag en beroep en omgevingsloket
-- Analoge bezwaren

Gemeenten moeten de standpunten, opmerkingen en bezwaren die zijn ingediend tijdens het openbaar onderzoek ter beschikking stellen van een aantal instanties. Het is echter ook nuttig om deze instanties te laten weten dat er geen standpunten, opmerkingen en bezwaren werden ingediend. Op die manier weten de instanties dat het openbaar onderzoek wel heeft plaatsgevonden, maar dat hierin niet gereageerd werd op de vergunningsaanvraag. Het gaat hier alleen over analoog ingediende bezwaren; digitale bezwaren (bezwaren meegedeeld via het omgevingsloket) zijn immers onmiddellijk zichtbaar voor de vergunningverlenende overheid. Die hoeven dus door de organisator van het openbaar onderzoek niet gesignaleerd te worden.

-- Digitale beroepen

Een digitaal ingediend beroep hoeft in het beroepschrift de naam en het adres van de beroepsindiener niet te bevatten. De naam en het adres van de beroepsindiener wordt immers op gestructureerde wijze via verplichte invulvelden gevraagd. Ook is het bij een digitaal ingediend beroep vanzelf duidelijk (door de ingave in het omgevingsloket) tegen welke beslissing in beroep wordt gegaan. Dus ook die informatie moet niet nog eens in de tekst van het beroepschrift vermeld te worden.

-- Mogelijkheid voor een digitale informatievergadering

De mogelijkheid om de informatievergadering via elektronische middelen te organiseren wordt verankerd bij die aanvragen waarvoor een informatievergadering georganiseerd moet worden. Het bevoegd bestuur zal dit moeten afstemmen met de gemeente, aangezien het de gemeente is die samen met de vergunningsaanvrager en het bevoegde bestuur de informatievergadering organiseert.

-- Digitale hoorzittingen

Het is de voorzitter van de bevoegde omgevingsvergunningscommissie, de bevoegde overheid of de provinciale of gewestelijke omgevingsambtenaar, die hiertoe kan beslissen. Vanzelfsprekend zal deze dat maar kunnen als alle personen die gehoord wensen te worden, hiermee akkoord gaan.

Individuele aanschrijvingen

In het kader van het openbaar onderzoek wordt globaal genomen in een ruimere aanschrijving voorzien bij ingedeelde inrichtingen of activiteiten van de tweede klasse, en een beperktere aanschrijving bij ingedeelde inrichtingen of activiteiten van de eerste klasse.

Het comité wordt niet langer aangeschreven in het kader van de beslissing, maar dit doet geen afbreuk aan de andere bekendmakingswijzen.

Adviesverplichting bij vergunningsaanvragen

Adviesinstanties bij stedenbouwkundige handelingen of bij verkaveling van gronden: dit gaat over de aanpassing aan de gewijzigde bevoegdheden over waterbeheer en de aanpassing over de luchtvaartadvieskaart.

Adviesinstanties bij aanvragen voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit: de voorziene overgangsbepaling die niet meer van toepassing is wordt opgeheven.

Grootschalige kleinhandelsactiviteiten op minder dan 20 km van een (gewest)grens

Als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat met een netto handelsoppervlakte van meer dan 20.000 vierkante meter, gelegen op minder dan 20 kilometer van een ander gewest of van verschillende andere gewesten, moeten de verplichtingen opgenomen in artikel 6, § 5bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, in acht genomen worden.

Deze verplichtingen kunnen nu zonder tijdverlies uitgevoerd worden door de leidend ambtenaar van het Agentschap Ondernemen en Innoveren.

Niet langer actualisatie bij overdrachten

Bij een loutere overdracht van een vergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit van de ene exploitant naar de andere, is een actualisatie van de vergunningstoestand niet meer nodig. Deze regeling in het besluit, die nog een overblijfsel is van de periode waarin gedeeltelijke overdrachten mogelijk waren, is overbodig geworden.

Sinds het decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving, wordt onder het begrip “‘veranderen van een ingedeelde inrichting of activiteit” ook het splitsen van een ingedeelde inrichting of activiteit begrepen. Aldus is nu een vergunning nodig voor het splitsen.

Formeel technische aanpassingen

De formeel technische aanpassingen gaan over de organisatiestructuur, de schrapping van de aanduiding met de letter A uit de rubriekenlijst van Vlarem II, een aantal verwijzingen, de aanpassing van nieuwe of gewijzigde regelgeving, de terminologie en een onnodige definitie.

Inwerkingtreding

De bepalingen worden van kracht 10 dagen na de publicatie in het Belgisch staatsblad, met uitzondering van:

-- bepalingen die in werking treden op 1 september 2020:
  1. artikel 141 tot en met 143 van het decreet van 26 april 2019 houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw;
  2. artikel 36 tot en met 48 van dit besluit
-- bepalingen die in werking treden op 3 november 2020:
  1. artikel 60, 134, 135, 137en147 tot en met 150 van het decreet van 26 april 2019 houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw;
  2. artikel 50 tot en met 52 en 54 van dit besluit


Auteur: Nieuwsbrief 'De Milieukrant

Gepubliceerd op 30-06-2020

  45