Actieplan Asbestafbouw goedgekeurd

 Eén van de vele beslissingen op de laatste ministerraad van de Vlaamse regering op 20 juli was de goedkeuring van het ‘Actieplan Asbestafbouw’. Dat moet de opruiming van asbest versnellen, en tegen 2040 voltooid zijn.
 

De productie en toepassing van asbest en asbesthoudende materialen zijn verboden sinds 1998 en 2001. Volgens schattingen zou er nog ongeveer 2,3 miljoen ton asbesthoudende materialen aanwezig zijn in gebouwen en infrastructuur. De OVAM schat dat asbesthoudende producten pas tegen 2070 grotendeels verdwenen zullen zijn zonder bijkomende actie.

 

En dat is een risico dat eerder groter dan kleiner wordt. Recente inzichten en studies tonen aan dat asbesthoudende materialen en toepassingen door veroudering en verwering na verloop van tijd asbestvezels loslaten, zodat hun aanwezigheid een risico kan vormen voor de bevolking of het leefmilieu. “Sinds het productieverbod zijn de milieuproblemen van asbest naar de gebruiksfase en de afvalstofverwerking verschoven,” stelt Vlaams milieuminister Joke Schauvliege.

Actieplan Asbestafbouw

Daarom besliste de Vlaamse regering al in oktober 2014 om de aanwezigheid van asbesthoudende materialen versneld en gefaseerd af te bouwen. Ze gaf OVAM de opdracht om daarvoor een afbouwplan vorm te geven. Vorige vrijdag keurde de regering uiteindelijk het definitieve actieplan goed. De deadline is 2040: tegen dan moeten risicovolle asbesthoudende materialen volledig verdwijnen. De overheid zal hierin een voortrekkersrol spelen en voorbeeldfunctie vervullen. Eerder besliste de regering al subsidies toe te kennen aan lokale besturen en scholen om asbestafbouwprojecten te ondersteunen.

Waarom?

Asbesttoepassingen worden onderverdeeld in twee categorieën: hechtgebonden en niet-hechtgebonden asbesttoepassingen. Deze laatste categorie vormt het grootste risico, omdat ze grote hoeveelheden aan asbestvezels bevat die maar zwak gebonden zijn. Hechtgebonden asbestproducten bestaan in oorsprong uit een stevig bindmiddel dat de asbestvezels initieel goed bindt. Door veroudering en verwering wordt de toestand van de bindmiddelen steeds slechter. Asbestvezels komen bloot te liggen en kunnen vrijkomen. Vooral asbestcement in dak- en gevelbekleding zoals leien en golfplaten is onderhevig aan deze problematiek. De kans op het aantreffen van een of meerdere asbesttoepassingen in een woning, appartement of publieke gebouwen zoals scholen, is groot: van 70% tot meer dan 90% als er geen totaalrenovatie werd uitgevoerd. Daarom moeten die asbesttoepassingenactief worden opgespoord en geïnventariseerd, zodat alles wat in slechte toestand verkeert zo snel mogelijk wordt verwijderd.

Welke maatregelen?
Het Actieplan rust op drie pijlers:
  • asbestinventarisatie en versnelde verwijdering van risicovolle asbesttoepassingen
  • ondersteuning van asbestverwijdering
  • de voorbeeldfunctie van de overheid

Het Actieplan voorziet in de invoering van een verplichte opmaak van een asbestinventaris bij de verkoop van een gebouw tegen 2022, en een asbestinventaris voor alle gebouwen van voor 2001 tegen 2032. Zo’n asbestinventaris zal worden opgemaakt door een erkend expert die via een plaatsbezoek alle waarneembare asbesttoepassingen in het gebouw zal registeren en beoordelen. Daarnaast moet de asbestinventaris waardevol advies geven over de correcte omgang en verwijdering.

Het is de bedoeling de asbestinventaris voor woningen op te nemen in het reeds aangekondigde initiatief van de Woningpas.

Het Actieplan streeft naar een versnelde verwijdering van de meest risicovolle asbesttoepassingen, zoals asbestdaken- en gevels en niet-hechtgebonden toepassingen tegen 2034. Uiterlijk tegen 2040 moeten dan alle asbestproducten in slechte toestand afgebouwd zijn. De overheid neemt hierbij het voortouw: voor alle overheidsgebouwen vormen de deadlines 2034 en 2040 binnenkort een wettelijke verplichting.

Afbraak en renovatie

De verwijdering van asbesttoepassingen is inherent aan een goed beheer van het gebouw en van de afbraakfase bij grondige gebouwrenovaties. Voor de meeste asbesthoudende materialen zoals leien en golfplaten zijn de verwijderingskosten beperkt, maar voor niet-hechtgebonden asbesttoepassingen of toepassingen in slechte staat kunnen de verwijderingskosten hoger oplopen.

Het Actieplan voorziet in specifieke ondersteuningsinstrumenten voor asbestverwijdering naargelang de doelgroep van gebouweigenaars en de asbestgerelateerde meerkosten. Het is bovendien de bedoeling dat bestaande ondersteuning - zoals subsidies en premies voor gebouwrenovaties - ook meer aandacht hebben voor de asbestproblematiek bij de afbraakkosten. “Ik lanceer een subsidie voor de organisatie van asbestafbouwprojecten waarbij burgers en lokale besturen zeer voordelig asbesttoepassingen kunnen laten verwijderen of ophalen,” kondigt Schauvliege aan. Daarnaast zal de OVAM in navolging van het recent afgesloten ‘sectorprotocol scholen’ ook voor andere prioritaire doelgroepen sectorprotocollen afsluiten waarmee ze een verregaande ontzorging en ondersteuning kunnen krijgen, om de deadlines 2034 en 2040 te halen.

 

Gepubliceerd op 26-07-2018

  153