Milieu

Algemeen reglement op de springstoffen gewijzigd

Een KB van 29 juni 2015 wijzigt de regels voor de bewaking van gevaarlijke lokalen in springstoffenfabrieken en voor de begeleiding van het vervoer van springstoffen, munitie en spektakelvuurwerk. Die staan in het ‘algemeen reglement voor het fabriceren, opslaan, onder zich houden, verkopen, vervoeren en gebruiken van springstoffen’. De nieuwe regels gelden vanaf 19 juli 2015.
Bewaking gevaarlijke lokalen
In alle springstoffenfabrieken (fabrieken van 1ste klasse) moeten de gevaarlijke lokalen tijdens het werk en tijdens de onderbreking voortaan door een voldoend aantal ‘personen’ van vertrouwen (in plaats van ‘mannen’ van vertrouwen) (meestergasten of opzichters) bewaakt worden.
Net zoals voordien, moeten de deuren van deze lokalen tijdens de onderbrekingen van het werk op slot zijn en moeten de sleutels op een daarvoor aangewezen plaats neergelegd worden.
Bovendien moeten deze fabrieken, met uitzondering van de vuurwerkmakerijen, 's nachts en tijdens de dagen waarop niet gewerkt wordt, voortaan bestendig door één of meer gewapende ‘personen’ (in plaats één of meer gewapende ‘mannen’) bewaakt worden.
Net zoals voordien wijzen de bestendige deputaties voor elk van deze fabrieken, de lokalen aan die op deze manier moeten bewaakt worden en waarbuiten registreertoestellen moeten geplaatst zijn om te controleren of de bewakers hun ronde doen.
Het is ook nog altijd zo dat de ronde 's nachts minstens om het uur en overdag als er niet gewerkt wordt minstens om de 2 uur moet gebeuren; de aanwijzingen van de registreertoestellen moeten nog altijd in een register bewaard worden.
Transportleider
Voor het vervoer met de auto of per schip of boot, van bepaalde hoeveelheden en soorten springstoffen, munitie of spektakelvuurwerk (bedoeld in art. 107, art. 132 en art. 198 van het KB van 23 september 1958) volstaat het voortaan dat de transportleider vooraf door de dienst der springstoffen aangenomen is. Hij moet nog altijd in het bezit zijn van een aanstelling van zijn lastgever, waarop de aanneming wordt vermeld.
De transportleider moet dus niet langer een beëdigde begeleider zijn die de eed heeft afgelegd vóór de vrederechten van het kanton van zijn woonplaats. En hij moet ook niet meer in het bezit zijn van een aanstelling van zijn lastgever, waarop de datum van de eedaflegging is vermeld.
Begeleiders
Net zoals voordien moet ieder autovervoer:
  • van meer dan 300 kg netto springstoffen van de klassen A1 tot A5, of
  • van munitie van de klassen B2 tot B5 waarin meer dan 300 kg netto springstoffen en/of pyrotechnische sas vervat zijn, of
  • spektakelvuurwerk van de klasse C, groep a, waarin meer dan 300 kg netto pyrotechnische sas vervat zijn, of
  • van munitie van klasse B1 waarin meer dan 30kg netto van deze zelfde stoffen vervat zijn,
vergezeld zijn van 2 personen van ten minste 21 jaar, de bestuurder inbegrepen. Voortaan moet één van hen vooraf door de dienst der springstoffen zijn aangenomen. Het moet geen beëdigd bijrijder meer zijn.
Schippers
Aan boord van elke boot (binnenscheepvaartuig) die springstoffen vervoert, moeten zich, net zoals voordien, bestendig twee ervaren schippers van minstens 21 jaar oud bevinden.
Het KB van 29 juni 2015 schrapt in het reglement de melding dat het vrouwelijk personeel dat door het politiereglement op de scheepvaart toegelaten wordt, voor de toepassing van deze bepaling in aanmerking mag komen.
Toezicht bij overladen vracht
Zolang de overlading in de rede duurt, moeten de beëdigde begeleider en 2 ‘leden’ van het geleide (voordien: ‘mannen’ van het geleide) aanwezig zijn. Net zoals voordien houdt een van hen toezicht op het werk in het ruim van de boot, de andere op de verrichtingen in het ruim van het schip. Het hoofd van het geleide moet op het dek van het schip aanwezig zijn.
Het blijft ook zo dat nadat het schip geladen is, het geleide aan boord moet blijven tot op het ogenblik waarop het anker gelicht wordt.
Franstalige tekst reglement
Het KB van 29 juni 2015 brengt ook nog enkele wijzigingen aan in de Franstalige tekst van het ‘algemeen reglement voor het fabriceren, opslaan, onder zich houden, verkopen, vervoeren en gebruiken van springstoffen’.
In werking
Het KB van 29 juni 2015 treedt in werking op 19 juli 2015, 10 dagen na zijn publicatie in het Belgisch Staatsblad.
Bron: Koninklijk besluit van 29 juni 2015 tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 september 1958 houdende algemeen reglement betreffende het fabriceren, opslaan, onder zich houden, verkopen, vervoeren en gebruiken van springstoffen, BS 9 juli 2015.

Koninklijk besluit van 23 september 1958 houdende algemeen reglement betreffende het fabriceren, opslaan, onder zich houden, verkopen, vervoeren en gebruiken van springstoffen, BS 22 december 1958.

Gepubliceerd op 13-07-2015

  149