Milieu

Antwerps ‘AIRbezen’-onderzoek geeft unieke kijk op stedelijke verkeersvervuiling

In Antwerpen zijn de resultaten bekendgemaakt van het ‘AIRbezen’-onderzoek naar de luchtvervuiling door fijn stof afkomstig van het verkeer. Dat gebeurde met de hulp van 700 aardbeiplantjes en evenveel burgers die hun vensterbank enkele maanden ter beschikking stelden als meetpunt. Die onderzoeksmethode is een wereldprimeur, en de resultaten zijn verrassend.

Het AIRbezen-project was een initiatief van professor Roeland Samson en doctoraatstudent Jelle Hofman van de Bio-ingenieurswetenschappen aan de UAntwerpen (*), maar het ontstond als een idee in het kader van “StadsLab2050”. Het project werd volledig door vrijwilligers gedragen: niet alleen de burgers die de aardbeienplantjes op hun vensterbank verzorgden, maar ook de onderzoekers van de universiteit die hun tijd en expertise inzetten. Daardoor was er ook een sterke wisselwerking tussen de deelnemers en de universiteit. Op 23 juni werden die participerende burgers uitgenodigd om de resultaten te vernemen.

AIRbezen -plan

 

Bijna 700 meetpunten

De bedoeling van AIRbezen was, aan de hand van aardbeiplantjes de verkeersgerelateerde luchtvervuiling in de stad Antwerpen in kaart te brengen. Half maart waren er 1.063 aardbeiplantjes over het volledige grondgebied van de stad Antwerpen verdeeld. In het weekend van 10 en 11 mei werden de blaadjes van 796 plantjes (75% van de uitgedeelde plantjes) ingezameld voor analyse en werden de deelnemers online bevraagd. Er bleken uiteindelijk 697 plantjes bruikbaar. Die bladeren zijn nu geanalyseerd en de resultaten zijn - letterlijk - in kaart gebracht. Die kaart toont aan dat het verkeersgerelateerde fijn stof over het volledige grondgebied van de stad Antwerpen terug te vinden is. Wie binnen de ring woont is niet meer blootgesteld aan verkeersvervuiling dan wie in de districten woont.

Resultaten

De onderzoekers zijn zeer tevreden met deze unieke onderzoeksprimeur, waarvoor ze al belangstelling van andere steden en universiteiten hebben gekregen, ook in het buitenland. “De stad Amsterdam zou graag hebben dat we daar een soortgelijke actie opzetten,” zegt Roeland Samson. De resultaten die men kan voorleggen voegen belangrijke kennis toe aan de traditionele meetresultaten van de luchtvervuiling, zoals die o.a. met de meetpunten van VMM worden verzameld.

AIRbezen -onderzoekOm te beginnen blijken aardbeien uitermate geschikt als ‘meetplant’. Ze vangen de verkeersgerelateerde partikels in hun bladeren en houden ze vast. Een tweede resultaat wees op het belang van hoogteverschillen. 88% van de gemeten plantjes werd op het gelijkvloers of de eerste verdieping geplaatst, 61% op de eerste verdieping. De rest stond hoger, soms tot op de 19de verdieping. Daardoor kon men vaststellen dat de blootstelling aan de verkeersgerelateerde partikels vermindert met de hoogte. Daarnaast bleek de concentratie van die partikels over het algemeen kleiner in de tuinen dan aan de straatzijde, behalve waar die tuinen grenzen aan drukke verkeersassen.

Maar de belangrijkste conclusie was dat de verspreiding van de verkeersgerelateerde vervuiling een grote ruimtelijke variatie vertoont over het volledige onderzochte gebied. Er zijn geen significant minder of meer vervuilde gebieden aan te duiden. Dat komt omdat het verkeer verspreid over het hele grondgebied voorkomt. De laagste waarden werden waargenomen in brede, open straten met weinig verkeer, of op plaatsen waar verkeer verder af was, zoals op grotere hoogte of op de campus van de faculteit, boven op het dak van de Craeybeckxtunnel. De onderzoekers beschouwden die waarden als stedelijke achtergrondwaarden. De gemiddelde waargenomen waarden voor het volledige grondgebied bedroegen ongeveer zesmaal de achtergrondwaarden. Op sommige plaatsen werden waarden van meer dan 20 tot 40 keer de stedelijke achtergrondwaarde vastgesteld.

Conclusies

Het verkeer is dus een belangrijke vervuilingsbron in Antwerpen, en duidelijk gelinkt aan sterke verkeersassen verspreid over het volledige grondgebied. Hoe verder weg van deze verkeersassen, hoe lager de concentratie aan verkeersgerelateerde vervuiling.

De onderzoekers focussen daarom hun eerste beleidsconclusies op het verkeer: deze vervuiling kan worden teruggedrongen door het autoverkeer in de stad te verminderen, het dieselverbruik fors te beperken en de andere vervoersvormen te stimuleren.

Participatie

Dat AIRbezen vanaf het begin het Antwerpse publiek mee had, bleek uit de enorme belangstelling. De vraag naar plantjes was groter dan men praktisch kon verwerken. Lang nadat de beschikbare plantjes waren uitgedeeld bleven mensen erom vragen, vanuit heel Vlaanderen. En bij de presentatie van de onderzoeksresultaten brachten die participerende burgers meteen ook de nodige ideeën mee voor een mogelijk vervolgonderzoek, zoals gerichte meetpunten aan tunnelmonden of langs de aanvliegroute van de luchthaven van Deurne, en het uitstippelen van gezonde fietsroutes dwars door de stad. De onderzoekers hopen dat ze op dit succes zullen kunnen voortbouwen met een vervolgproject.

www.uantwerpen.be/airbezen

(*) Jelle Hofman verdedigt zijn doctoraatsstudie aan de Antwerpse universiteit op 27 augustus.

Gepubliceerd op 24-06-2014

  82