BBT-studie Inkuiping: Wat zijn voornaamste wijzigingen in 5e draftversie?

Voor de BBT-studie Inkuiping is een 5de draftversie opgesteld. De belangrijke wijzigingen in deze tekst zijn de herwerkte voorstellen voor de milieuvoorwaarden in VLAREM II. De scope van de BBT-studie beperkt zich tot bovengrondse opslag van gevaarlijke en/of brandbare vloeistoffen (bij omgevingstemperatuur). Meer specifiek gaat het over opslaginstallaties zoals tanks en tankenparken en opslagplaatsen zoals magazijnen, opslagkasten, opslagcellen en buitenopslag van vaten en containers.

Scope van BBT-studie

De scope van de BBT-studie "Inkuiping en vul- en loszones bij bovengrondse opslag van gevaarlijke of brandbare vloeistoffen" is van toepassing op de indelingsrubrieken:

  • 2 Afvalstoffen;
  • 6.4 Opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen;
  • 15.5 Standaardgarages en –carrosseriebedrijven;
  • 17 Gevaarlijke stoffen;
  • 19.8 Standaardhoutbewerkingsbedrijven;
  • 48 Zeehavengebieden en havens.

Welke wijzigingen in 5e draftversie?

In de 5e draftversie zijn herwerkte voorstellen opgenomen voor de milieuvoorwaarden in VLAREM II: standaardkader, afwijkingsmogelijkheden, aandachtspunten voor bijzondere milieuvoorwaarden met betrekking tot vul- en loszone, inkuiping(scapaciteit), minimale afstand, middelen toegang, bereikbaarheid tankenparken en hoogte inkuipingswand, vloeistofdichtheid, bestand tegen opgeslagen vloeistoffen, brandbestendigheid en sterkte, verwijderen hemelwater, overgangsbepalingen en afwijkingen in de omgevingsvergunning.

Voorbeeld van wijzigingen mbt inkuipingscapaciteit brandbare/gevaarlijke vloeistoffen (artikel 5.6.1.3.7 en artikel 5.17.4.3.7 van VLAREM II) 

Er wordt voorgesteld om deze sectorale voorwaarden te verduidelijken met:
“De inkuiping moet een zodanige beschikbare capaciteit hebben dat ze in staat is om zowel mogelijke lekken van brandbare/gevaarlijke vloeistoffen, en waar van toepassing blus- en koelwater, een schuimlaag, hemelwater en windgolven op te vangen”. en aan te vullen met: “De capaciteit voor opvang van bluswater, koelwater en schuim worden bepaald volgens een code van goede praktijk”

Lees meer over de overige wijzigingen op senTRAL.
Guy Van den Broeke
consultant, Arcadis Belgium nv
  100