Behandeling regenwater bij afvalopslagbedrijven vanaf 1 oktober 2020

Sommige afvalopslagbedrijven moeten beschikken over een koolwaterstofafscheider en bezinkingsinstallatie voor het zuiveren van afstromend hemelwater. Voor welke bedrijven is dit van toepassing, en wat verandert er op 1 oktober 2020?

Sinds 1 oktober 2019 geldt een nieuwe verplichting voor het behandelen van afstromend regenwater bij sommige afvalverwerkers of afvalopslagbedrijven. Het gaat om de inrichtingen met minstens een van volgende rubrieken in de omgevingsvergunning:
  • 2.1.1: opslag van afvalstoffen die niet aan de verwerking van afvalstoffen verbonden is;
  • 2.1.2: opslag en overslag van afvalstoffen die niet aan verwerking verbonden zijn (overslag van afvalstoffen is het bijeenvoegen van gelijksoortige afvalstoffen in grotere recipiënten of transportmiddelen met het oog op een rendabeler transport ervan);
  • 2.2.1: opslag en sortering van afvalstoffen;
  • 2.2.2: opslag en mechanische behandeling van afvalstoffen.

Inrichtingen die over een niet-overdekte buitenopslag beschikken, moeten een beperkte zuivering voorzien voor het regenwater dat hierop terechtkomt. Gaat het enkel om een opslag van inerte afvalstoffen en/of niet-teerhoudend asfalt, dan geldt de verplichting niet. Ook wie het regenwater reeds zuivert in een eigen waterzuivering, moet geen bijkomende inspanningen doen. Hetzelfde geldt voor bedrijven die een afwijking kregen voor het voorzien van een vloeistofdichte ondergrond.

De zuivering moet minstens bestaan uit een slibvang en een koolwaterstofafscheider. Die laatste moet voldoen aan afdeling 4.2.3bis van Vlarem II. Dit houdt o.a. in dat bij lozing in oppervlaktewater de koolwaterstofafscheider moet voorzien zijn van een coalescentiefilter. Om de drie maand moet een visuele controle gebeuren. Deze controles moeten worden genoteerd in een logboek.

Nieuwe inrichtingen moesten onmiddellijk aan de nieuwe voorwaarden voldoen. Voor inrichtingen die voor 1 oktober 2019 vergund waren, werd een overgangstermijn voorzien. Op 1 oktober 2020 loopt deze ten einde voor inrichtingen met een opslagcapaciteit in open lucht van 4.000 ton of minder. De opslagcapaciteit van de inrichting wordt bepaald overeenkomstig de vergunning en bij ontstentenis overeenkomstig het goedgekeurde werkplan. Vanaf 1 oktober kan de omgevingsinspectie de aanwezigheid van de nodige infrastructuur controleren en het logboek opvragen. 

Wie een opslagcapaciteit heeft groter dan 4.000 ton krijgt nog respijt tot 1 oktober 2022. Tegen dan moet ook in die inrichtingen een slibvang en koolwaterstofafscheider aanwezig zijn, tenzij het afvalwater al op een andere manier wordt gezuiverd.


Auteur: Jeroen Beghin

Gepubliceerd op 17-09-2020

  81