Milieu

Betonstop moet “haalbaar, betaalbaar en maatschappelijk aanvaardbaar” zijn

 Minister van Omgeving Joke Schauvliege wil het beslag op de open ruimte tegen 2040 terugbrengen van 6 hectare per dag, naar 0 hectare. Eigenaars van gronden bestemd voor wonen of industrie die hun gronden niet meer gaan kunnen bebouwen, zullen een compensatie krijgen. Dat zal niet noodzakelijk een compensatie in geld zijn. De diensten van de minister hebben daartoe een ‘instrumentendecreet’ voorbereid. De tekst is klaar en kan volgens de minister voorgelegd worden aan de voltallige Vlaamse regering. Komt het tot een politiek akkoord, dan start er een adviesronde en kan de tekst naar het parlement gaan. In het voorontwerp van instrumentendecreet zitten o.m. een verhoging van de planschadevergoeding, een verhoging van de planbatenvergoeding, en nieuwe manieren om aan landinrichting te doen. De minister lichte al een tipje van de sluier op.
Nog maar twee soorten vergoedingen

Volgens het voorontwerp van instrumentendecreet zouden alle vergoedingen die momenteel bestaan in het kader van landinrichting, herleid worden tot eigenaarsvergoedingen of gebruikersvergoedingen, met een geharmoniseerde procedure en een geharmoniseerde wijze van berekening van het bedrag. Dat moet het mogelijk maken om één globale ‘vergoedingendatabank’ op te richten.

Hogere planschadevergoeding

De huidige planschadevergoeding, die een eigenaar krijgt wanneer zijn bebouwbare grond door een bestemmingswijziging niet meer bebouwbaar of verkavelbaar is, zal onder de categorie van de eigenaarsvergoedingen vallen. Die planschade zou voortaan berekend worden op de actuele waarde van de grond, in plaats van op de geïndexeerde aankoopwaarde, en de eigenaars zouden voor de volle 100% vergoed worden, in plaats van voor de huidige 80%.

Schauvliege waarschuwt echter: “De berekeningswijze van de planschadevergoeding is op dit moment nog politiek in bespreking en moet eerst nog principieel goedgekeurd worden."
Ook hogere planbatenvergoeding?

De minister wil echter ook de planbatenvergoeding optrekken. Dat is de vergoeding die een eigenaar moet betalen op de meerwaarde wanneer zijn niet-bebouwbare grond door een bestemmingswijziging vanwege de overheid, wél bebouwbaar of verkavelbaar wordt. Het laagste tarief, voor het deel van de meerwaarde tussen 0 en 12.500 euro, zou stijgen van 1% naar 2%. Het hoogste tarief, voor het deel van de meerwaarde boven de 500.000 euro, zou van 30% naar 50% gaan.

Maar aangezien het de bedoeling is om de open ruimte zoveel mogelijk te vrijwaren, zullen er nog maar zelden planbaten verschuldigd zijn. Of zoals Lode Ceyssens (CD&V) het zegt: “Dat er vandaag links of rechts nog wat open ruimte misschien een harde bestemming zal krijgen, waardoor er planbaten ontstaan, dat wil ik nog geloven, maar dat moet toch absoluut, absoluut een heel kleine fractie zijn ten opzichte van het gedeelte harde en zachte bestemming.”

Bovendien blijkt uit de praktijk dat de Vlaamse Belastingdienst (Vlabel) er nu ook al niet in slaagt om de verschuldigde planbaten te innen. Volgens Lydia Peeters (Open Vld) heeft Vlabel tussen 2010 en 2015 voor 150 miljoen euro aan aanslagbiljetten voor planbaten verstuurd, en heeft de dienst daarvan nog geen derde kunnen innen…

Administratieve procedure

Misschien zorgt de nieuwe procedure voor een versnelling. Minister Schauvliege wil de huidige gerechtelijke procedure bij bezwaar tegen een compenserende vergoeding vervangen door een administratieve afhandeling.

Wie schat de waarde van een goed?

De waarde van een goed zal op eenzelfde manier geschat worden, om het even om welk type van eigenaars- of verbruikersvergoeding het gaat. “Het is niet de bedoeling dat de burger een schatter inschakelt. De burger heeft wel de mogelijkheid om eventueel bezwaar in te dienen.”

Verhandelbare ontwikkelingsrechten

Het instrumentendecreet zal naast de compenserende vergoedingen nog andere instrumenten bevatten, zoals voorkooprechten, diverse vormen van grondenruil, en een nieuw instrument: de verhandelbare ontwikkelingsrechten. De mogelijkheid om de ontwikkelingsrechten op gronden te ruilen, bestaat nu al in de landbouw, maar zou uitgebreid worden naar andere eigenaars, die dus hun bouwgrond op het platteland zouden kunnen inruilen voor een plekje dichter bij de dorpskern.

Geen recht op compenserende vergoeding

Schauvliege benadrukt dat het niet de bedoeling kan zijn dat er alleen zou ingezet worden op planschade en planbaten – want dat zou voor de overheid wel eens een zéér dure oplossing kunnen zijn. Volgens een eerste raming zou de overstap naar een ‘nul-ruimtebeslag’ de Vlaamse overheid 1,5 miljard euro kosten.

Toch bevat het instrumentendecreet geen bepaling die zegt welk instrument men in welk geval moet hanteren. “Het zal de initiatiefnemer zijn die daar een beslissing over moet nemen.” De eigenaar of gebruiker zal dus niet zelf kunnen kiezen.
Toch denken sommige parlementsleden dat de betrokken overheden en eigenaars wel degelijk “voor de gemakkelijkheidsoplossing” zullen gaan en zij zullen opteren voor de vergoeding, “terwijl alle andere mogelijkheden in de kast zullen blijven liggen”…
Haalbaar, betaalbaar en aanvaardbaar

De minister herhaalt echter: “Het is niet de bedoeling om massaal planschade uit te betalen. We gaan plan per plan, project per project kijken wat de beste instrumenten zijn”. En nog: “Het is iets dat wij omzichtig aanpakken. Het moet stap voor stap gebeuren, in stukjes, gebiedsgericht, op basis van ruimtelijke uitvoeringsplanen. Dat is volgens mij de enige manier om tot een haalbaar plan te komen, dat ook betaalbaar en maatschappelijk aanvaardbaar is”. 

Vraag om uitleg van Lydia Peeters (Open Vld) over de maatschappelijke kosten-batenanalyse, planbaten en planschade en het Instrumentendecreet, van Ingrid Pira (Groen) over het optrekken van de planschadevergoeding, van Lode Ceyssens (CD&V) over het ontwerp van decreet betreffende de aanpassing van de planschade- en planbatenregeling, en van Wilfried Vandaele (N-VA) over de harmonisatie van de compenserende vergoedingen in het kader van het Instrumentendecreet en het nieuwe ruimtelijk beleidsplan, aan Vlaams minister Joke Schauvliege, Vl.Parl., Commissie voor Leefmilieu, Natuur, Ruimtelijke Ordening, Energie en Dierenwelzijn, 3 oktober 2017

Gepubliceerd op 06-10-2017

  90