Milieu

Biobased economy breekt door

In een «biobased economy» stapt het economisch model over van een economie gebaseerd op fossiele grondstoffen naar een economie gebaseerd op biomassa als grondstof (van «fossil based» naar «bio based»). Het gaat hier dus om het gebruik van biomassa voor niet-voedsel toepassingen. Dergelijke toepassingen zijn bijvoorbeeld inhoudsstoffen, chemicaliën, materialen, transportbrandstoffen, elektriciteit en warmte.
Biobased alternatieven voor zeer zorgwekkende stoffen
Zo liggen er al wat kansen weggelegd voor biobased alternatieven die carcinogene, giftige en andere, zogenaamde «zeer zorgwekkende stoffen» (ZZS) kunnen vervangen. Onder druk van het toenemend aantal o.a. Europese beperkingen op het gebruik van dergelijke stoffen, is er ook een groeiende vraag naar vervangende stoffen.
 
Uit een onderzoek van Wageningen UR (University & Research Centre) «Food & Biobased Research», in opdracht van het Nederlandse Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en het Nederlandse Ministerie van Infrastructuur en Milieu, blijkt dat een aantal biobased alternatieven nu al beschikbaar zijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor het kankerverwekkende ethyleenoxide. Deze stof wordt gebruikt voor de productie van ethyleenglycol, een essentieel onderdeel van polyester, dat bijvoorbeeld gebruikt wordt in PET-flessen en fleecetruien. Door ethyleenglycol direct uit suikers te vormen, ontstaat er een biobased alternatief voor een groot deel van de geproduceerde ethyleenoxide.
 
Ook bepaalde giftige oplosmiddelen, zoals diverse typen glymes, zijn te vervangen door biobased alternatieven, zoals dimethylisosorbide of melkzuuresters. Voor andere industrieel belangrijke schadelijke oplosmiddelen, zoals DMF, DMAc of NMP (onder andere gebruikt bij de productie van milieuvriendelijke watergedragen verven) zijn ook biobased alternatieven mogelijk, al kost de ontwikkeling hiervan meer investeringstijd en -geld.
Biobased alternatieven voor eindproducten
Van andere ZZS kan de productie en het gebruik fors worden verminderd door de eindproducten waarin ze worden verwerkt te vervangen door biobased eindproducten met dezelfde functionaliteit. Zo kan het gebruik van het giftige isopreen, dat word gebruikt voor de productie van synthetisch rubber, worden verminderd door natuurrubber uit Russische paardenbloem te produceren. Daarnaast kan het gebruik van het kankerverwekkende acrylamide voor de productie van verdikkingsmiddelen worden verminderd door verdikkingsmiddelen te gebruiken op basis van koolhydraten.
 
Rol van de overheid
Een samenwerking tussen de chemische industrie en producenten van biobased stoffen, om gezamenlijk te zoeken naar biobased alternatieven voor ZZS, is dan ook aangewezen. De overheid moet hierbij faciliterend optreden.
Voorbeeld: Green Deal Grondstoffen
Op 20 november werd in Nederland de «Green Deal Grondstoffen» getekend om het winnen van biogrondstoffen uit afvalwater door waterschappen te stimuleren. Een mooi voorbeeld van biobased en circulaire economie.

Waterschappen zuiveren het afvalwater van huishoudens en bedrijven in Nederland, maar zij beschouwen het afvalwater ook meer en meer als een bron van duurzame energie en grondstoffen. Via de Energie- en Grondstoffenfabriek, een gezamenlijk waterschapsinitiatief, werken alle 23 Nederlandse waterschappen samen aan het winnen van energie en grondstoffen. In ongeveer 80 afvalwaterwaterzuiveringen wordt biogas gewonnen; op een aantal installaties wordt ook al fosfaat gewonnen. Daarnaast kan er ook nog cellulose, polymeren, alginaat en CO2 worden gewonnen.
Bedrijven kunnen deze grondstoffen opnieuw gebruiken.

Met de «Green Deal Grondstoffen» starten de waterschappen kansrijke demonstratieprojecten die van aanbesteding tot realisatie door de Nederlandse overheid worden ondersteund en gevolgd om van te leren. De overheid neemt belemmeringen in regelgeving weg en zoekt actief mee naar de oplossing van allerlei praktische problemen, bijvoorbeeld rond vergunning verlening en aanvullende financiering.

Gepubliceerd op 24-11-2014

  85