Milieu

Commissie Leefmilieu: Naar een strengere pak’s-norm voor rubberkorrels op kunstgrasvelden

Het Europees Chemieagentschap wil tegen 13 april 2018 een voorstel klaar hebben voor het verlagen van de norm voor kankerverwekkende polycyclische aromatische koolwaterstoffen (pak’s) in rubbergranulaat. Dat antwoordde minister van Leefmilieu Joke Schauvliege op een parlementaire vraag over de toepassing van de Europese Reach-reglementering op rubbergranulaat. Rubbergranulaat of rubber infill bestaat uit gerecycleerde banden. Het wordt vooral gebruikt als instrooimateriaal op sportvelden en speelpleinen.

Geen hinderlijke activiteit

In eigen land wordt het instrooien van een veld met rubbergranulaat van gerecycleerde afvalbanden, niet beschouwd als een potentieel hinderlijke activiteit. Het is dus geen ingedeelde activiteit volgens VLAREM.
Rubbergranulaat is ook geen afvalstof, maar een specifiek materiaal, waarvoor de OVAM een grondstoffenverklaring heeft afgeleverd.

Verantwoordelijkheid bij terreinbeheerder

Het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA) bevat wel voorwaarden voor het gebruik van rubbergranulaat van gerecycleerde afvalbanden als instrooimateriaal op kunstgrasvelden. VLAREMA legt een grote verantwoordelijkheid bij de terreinbeheerder. Door gebruik en onderhoud van de kunstgrasvelden kan het ingestrooide rubbergranulaat immers buiten het veld terechtkomen. Ook de spelers nemen granulaat mee, dat kleeft aan sportkledij, schoenen en haartjes.
Schauvliege gaat ervan uit dat het granulaat zo voornamelijk in de douches en kleedkamers terechtkomt, en op het terrein rondom het sportveld.

‘De verantwoordelijkheid ligt hoofdzakelijk bij de beheerders van de sportinfrastructuur’, meent de minister. ‘Zij kunnen door een slimme inrichting en good housekeeping tijdens het onderhoud, de verspreiding van het rubbergranulaat in de omgeving voorkomen en beperken’. VlLAREMA verplicht hen om het rubbergranulaat buiten het sportveld regelmatig op te vegen en op te ruimen.
De Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) bekijkt momenteel of ze een specifieke communicatiecampagne kan lanceren naar de sportsector om de terreinbeheerders bewuster te maken van die verplichting.

Geen uitloging

VLAREMA zegt ook dat kunstgrasvelden moeten aangelegd worden op een onderlaag, zodat uitloging van schadelijke stoffen in de bodem maximaal wordt vermeden.

In 2013 deed de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek VITO onderzoek naar het uitlooggedrag van enkele representatieve Vlaamse kunstgrasvelden op een onderlaag van kalksteenslag, of zand met lava. De VITO monitorde onder meer de uitloging van zink en kobalt.
De conclusie luidde dat de onderlaag zorgde voor genoeg adsorptie en de onderliggende bodem voldoende beschermd was.
Het was dus niet nodig om in VLAREMA specifieke uitlogingsnormen op te nemen voor kunstgrasvelden.

Veiligheidsinformatieblad

Rubbergranulaat op zich geniet vrijstelling van de Europese Reach-registratieplicht, meent de Vlaamse minister van Leefmilieu. De vrijstelling van registratie geldt voor de fabrikant of importeur; bij gerecycleerde stoffen, zoals rubbergranulaat, fungeert de recycleerder als fabrikant.

Op de leveringsketen is de verordening op de registratie, beoordeling, autorisatie en beperking van chemische stoffen (Reach) wél van toepassing. De recycleerder moet een veiligheidsinformatieblad opstellen. De risico’s van het rubbergranulaat worden in een Safety Data Sheet (SDS) vermeld, met instructies om de gevaren tot een minimum te bperken. ‘In het SDS van één van de belangrijkste Europese leveranciers van rubbergranulaat staat bij de gevarenidentificatie het volgende: Dust and air may result in explosive mixtures’.

De minister voegt er echter aan toe dat de problematiek van het vrijkomen van bepaalde stoffen bij hoge temperaturen, al meerdere keren werd onderzocht. Onder meer door het Nederlandse Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in zijn studie: ‘Evaluation of health risks of playing sports on synthetic turf pitches with rubber granulate’. Het RIVM concludeerde dat er bij hoge temperaturen inderdaad bepaalde gevaarlijke stoffen uit het granulaat verdampen, maar dat die hoeveelheden zeer klein zijn en snel verwaaien in de lucht.
Specifiek voor nitrosamines stelde het RIVM vast dat er geen meetbare waarden vrij kwamen. Zelfs niet bij een opwarming tot 70 graden Celsius.
Het Nederlandse Rijksinstituut besluit dan ook dat er geen gezondheidsrisico te verwachten is door het inademen van stoffen die uit rubbergranulaat verdampen. 

De minister verwijst ook naar onderzoek van het Amerikaanse  overheidsagentschap EPA, het Environmental Protection Agency: Federal Research on Recycled Tire Crumb Used on Playing Fields.

Strengere pak’s-norm

Maar in een ‘Advies omtrent onderzoek naar PAK’s in rubbergranulaat op kunstgrasvelden’ wijst het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid erop dat het Europees Chemieagentschap rubbergranulaat voor kunstgrasvelden beschouwt als een industrieel mengsel. De grenswaarden voor polycyclische aromatische koolwaterstoffen (pak’s) in consumentenproducten, zoals rubberen schoenzolen of valdempingstegels, zijn veel strenger.
  
In zijn advies wijst het agentschap erop dat het grote verschil tussen de normen voor pak’s in mengsels en voor pak’s in consumentenproducten ertoe leidt dat de norm voor rubberen valdempingstegels – een ‘consumentenproduct’ – 100 à 1.000 maal strenger is dan voor rubbergranulaat voor kunstgrasvelden.
Valdempingstegels zijn de rubberen tegels die gebruikt worden op speelterreinen, om een mogelijke val te dempen, en in voetpaden, om een strook te markeren.

Als we het gebruik van rubberen tegels op speelplaatsen vergelijken met het sporten op velden ingestrooid met rubbergranulaat, dan is het grote verschil tussen de normen ‘niet goed te rechtvaardigen’, merkt het agentschap op.

De minister is het daarmee eens en wijst erop dat het Nederlandse RIVM samen met ECHA aan een voorstel werkt voor de restrictie van pak’s in rubbergranulaat. ‘Wij ondersteunen een verstrenging van de norm en zijn betrokken bij dit proces’.
‘Bij het ECHA wordt in het zogenaamde ‘Register van intenties’ vermeld dat er tegen 13 april 2018 een afgewerkt dossier met het oog op een nieuwe beperking moet worden voorgelegd’.

Ook Recytyre, het beheerorganisme dat zorgt voor de inzameling en verwerking van afvalbanden in België, is voorstander van een verstrenging van de norm en wil die voor de 8 belangrijkste pak’s op maximaal 20 mg/kg brengen. Net als nu al het geval is in Nederland. In de praktijk zal dat geen probleem zijn, meent de minister, aangezien alle leveranciers van rubbergranulaat die in België leveren, ook in Nederland leveren, en de maximale waarde van 20 mg/kg dus al gerespecteerd wordt.

6 à 7 kilogram per vierkante meter

Volgens cijfers van het European Research Centre for Artificial Turf (ERCAT) van de Gentse Universiteit worden Vlaamse velden ingestrooid met 6 à 7 kilogram granulaat per vierkante meter. Een veld van 7.000 vierkante meter bevat dus 42.000 tot 49.000 kg rubbergranulaat.
ERCAT heeft geen cijfers over het eventuele bijstrooien, maar vermoedt dat de kunstgrasvelden in Vlaanderen niet, of bijna niet worden bijgestrooid.

De Nederlandse situatie zou anders zijn, omdat Nederlandse kunstgrasvelden bijna allemaal 60-millimetersystemen zijn, waarvoor zo’n 16 kg granulaat per vierkante meter nodig is, terwijl in Vlaanderen een 40-millimetersysteem gebruikelijk is.

398 (of meer) kunstgrasvelden

Vlaanderen zou momenteel 398 kunstgrasvelden hebben. Van 376 velden is bekend met welk soort materiaal ze ingestrooid zijn. Bij 169 velden is dat met rubberkorrels. SBR-gecertificeerd.
De andere velden zijn ingestrooid met een zand-rubbermengsel of met kurk.
Recytyre heeft 96 van de 169 rubbergranulaat-velden bemonsterd. Alle 96 onderzochte velden voldoen aan de (huidige) Reach-normen voor pak’s (in mengsels), aldus minister Schauvliege.

Maar de oppositie ontkent dat alle velden aan de norm zouden voldoen: ‘Minister, ik heb u horen zeggen dat geen enkel veld boven die 20 milligram uit komt en dat er dus geen probleem zal zijn. Ik weet echter wel dat ‘Het Belang van Limburg’ vorig jaar samen met de Universiteit Hasselt een onderzoek heeft gedaan, en dat twee velden met meer dan 100 milligram duidelijk boven de norm zaten’.
Bart Caron (Groen) is scherp: ‘Minister, er ligt in Vlaanderen 19.600 ton rubber op sportvelden. Dat is afval, dat is gewoon gemalen afval, sorry, maar meer is het niet. Oké, er wordt onderzoek gedaan en de risico’s worden bekeken’. Maar, ‘bij nader toezien, heb ik toch liever dat mijn kinderen op echt gras spelen’.

Zie ook op senTRAL:

Zie ook:

Gepubliceerd op 26-01-2018

  173