Milieu

Commissie Omgeving: 199 parkeerplaatsen aanleggen en geen stedenbouwkundige vergunning nodig…

Een burger die een parkeerplaats wil aanleggen in zijn voortuintje, heeft daarvoor een stedenbouwkundige vergunning nodig. Een luchthavenuitbater die een parkeerplaats van 199 plaatsen wil aanleggen, niet. Dat blijkt uit een discussie in de Commissie Omgeving van 3 maart. Ook uitbaters van parken, dierentuinen en recreatieve domeinen krijgen vrij spel.

Ruimtelijke impact

Volgens de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) mag de regering bepaalde handelingen oplijsten die wegens hun tijdelijk of occasioneel karakter, of hun geringe ruimtelijke impact, vrijgesteld worden van stedenbouwkundige vergunning. De Vlaamse regering heeft van die mogelijkheid gebruik gemaakt en heeft een Vrijstellingenbesluit afgekondigd.

Maar de VCRO-bepaling werd eind december herschikt omdat elke partij een andere invulling gaf aan het begrip “geringe ruimtelijke impact”. Voortaan moet de Vlaamse regering rekening houden met het tijdelijke of occasionele karakter van de handelingen of met de – niet noodzakelijk meer geringe – ruimtelijke impact op het vlak van omvang, aard of ligging.

Verschillende Commissieleden vragen zich nu al luidop af “of deze omschrijving wel zoveel duidelijker is” dan de geringe ruimtelijke impact van vroeger…

Om het nieuwe begrip toch enigszins te duiden, heeft de decreetgever eraan toegevoegd dat de handelingen waarvoor een milieueffectenrapport (mer), een passende beoordeling, of een mobiliteitsstudie (mober) moet worden opgemaakt, uitgesloten worden. Voor dergelijke handelingen is dus altijd een stedenbouwkundige vergunning nodig.

Wijziging van een al ingericht terrein

In uitvoering van de oorspronkelijke VCRO-bepalingen zegt het Vrijstellingenbesluit dat er géén stedenbouwkundige vergunning nodig is voor de herinrichting van de volgende types van terreinen:

  1. openbare begraafplaatsen;
  2. openbare parken, openbare groenzones, en publiek toegankelijke dierentuinen;
  3. openbare spoorwegdomeinen, als het aantal sporen niet vermeerderd wordt;
  4. sportterreinen;
  5. terreinen voor waterzuivering, met inbegrip van de installaties;
  6. terreinen met installaties voor de productie, het transport en de distributie van drinkwater, elektriciteit of aardgas; en
  7. luchthavens, al de start- of landingsbaan niet wordt gewijzigd.

Deze vrijstelling is aan een aantal voorwaarden gebonden:

  • er mogen geen gebouwen opgericht worden;
  • de herinrichting moet in overeenstemming zijn met de functie van het terrein;
  • de bestaande terreinen en constructies moeten grotendeels vergund zijn;
  • het terrein wordt niet uitgebreid;
  • de bestaande bufferzone wordt behouden;
  • de handelingen situeren zich niet in een afgebakende oeverzone of in een ruimtelijk kwetsbaar gebied;
  • de handelingen gaan niet gepaard met ontbossing, een aanmerkelijke reliëfwijziging, of een wijziging van de waterlopen;
  • het project is niet onderworpen aan een milieueffectenrapportage; en
  • er is geen milieuvergunning van klasse I of II nodig.

Door zich op deze bepalingen te beroepen, kon de luchthaven van Deurne een parkeerterrein voor meer dan 500 parkeerplaatsen aanleggen, zonder stedenbouwkundige vergunning…

Hoe zit dat onder de nieuwe regelgeving?

Geen Mober? Geen vergunning nodig

Eind december werd de decretale basis in de VCRO aangepast en voortaan is er wél een stedenbouwkundige vergunning nodig als voor een project een mer, een mober, of een passende beoordeling moet worden opgemaakt.

Wat het aanleggen van parkings betreft, zegt het besluit op het stedenbouwkundig dossier dat er een mobiliteitsstudie moet worden opgemaakt als een project betrekking heeft op het aanleggen van ten minste 200 parkeerplaatsen, of op het wijzigen van een bestaande parking als door de wijziging de drempel van 200 parkeerplaatsen, of een veelvoud van 200, wordt overschreden.

Omgekeerd geldt ook: er is dus géén stedenbouwkundige vergunning nodig als men een parking aanlegt voor 199 voertuigen op een bestaand terrein dat bedoeld is als begraafplaats, park, luchthaven, dierentuin, enz., als ook aan de randvoorwaarden is voldaan van hoofdzakelijk vergund, niet in ruimtelijk kwetsbaar gebied, enz.

Het aantal parkeerplaatsen dat kan worden aangelegd zonder vergunning is dan wel teruggebracht van meer dan 500 (in het voorbeeld van de Antwerpse luchthaven) naar maximum 199, maar dat blijft wel “een aanzienlijk aantal wagens”, aldus een Antwerpse politica. “Zij zullen voor een mobiliteitsstroom zorgen (…). Misschien zorgt dit voor extra drukte in de buurt. Enfin, dit kan dus zonder vergunning, zonder openbaar onderzoek, zonder studie”.

De lokale overheid zal ook niet altijd weten wat er aan de hand is, want het project moet zelfs niet gemeld worden.

Stedenbouwkundige verordening

De minister wijst er echter op dat de vraag naar minder betutteling op ruimtelijkordeningsvlak van de gemeenten zelf is uitgegaan. Bovendien kunnen de gemeenten perfect een eigen parkeer- en mobiliteitsbeleid voeren met een stedenbouwkundige verordening, meent de minister. De gemeenten kunnen het aanleggen van parkeerterreinen op hun grondgebied onderwerpen aan een vergunningsplicht. Wie daar tegenin gaat is strafbaar, ook al is de handeling op gewestelijk vlak principieel vrijgesteld van vergunning…

Zie ook: Vraag om uitleg van Ingrid Pira (Groen) aan Vlaams minister van Omgeving Joke Schauvliege over “de noodzaak tot aanpassing van het besluit tot bepaling van handelingen waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning nodig is”, 12 mei 2015

Gepubliceerd op 04-03-2016

  82