Milieu

Commissie Omgeving: Distels of geen distels? Een stekelige kwestie

Op 9 maart 2017 heeft de Raad van State een besluit van de Antwerpse provinciegouverneur vernietigd dat de Antwerpenaren aanmaande om 4 distelsoorten te bestrijden. Maar landbouwers die de akkerdistels niet bestrijden, verliezen hun landbouwsubsidies. Hoe zit het nu eigenlijk: moet de distel wel of niet bestreden worden? Of is distelbestrijding achterhaald, zoals Natuurpunt zegt, omdat de distel veel ecologische voordelen biedt?
2 Vlaamse Parlementsleden legden de vraag voor aan minister van Omgeving Joke Schauvliege, en die…. verwees naar de federale regering.

“Bestrijden”, zegt Cathy Berx

Als gouverneur van de provincie Antwerpen, vaardigt Cathy Berx elk jaar een besluit uit waarin staat dat de eigenaars, huurders, bezetters of exploitanten van cultuurgronden (landbouwgronden), braakliggende gronden, bossen of wouden, en allen die op hun eigendom, of op het door hen gebruikte terrein, schadelijke distels vaststellen, de bloei van die distels, de zaadvorming en de uitzaaiing ervan moeten bestrijden. Die verplichting geldt zowel voor particulieren, als voor rechtspersonen, en zowel voor publieke rechtspersonen (overheden), als voor private rechtspersonen (ondernemingen en vzw’s).
Publiekrechtelijke rechtspersonen moeten de schadelijke distels ook bestrijden op de bermen langs wegen, waterlopen en spoorwegen.

De 4 schadelijke distelsoorten zijn:

  • de akkerdistel;
  • de speerdistel;
  • de kale jonker; en
  • de kruldistel.
Het Federaal Voedselagentschap kan echter een afwijking op de bestrijdingsplicht toestaan voor de kale jonker in natuurgebieden met wetenschappelijke waarde en in natuurreservaten.


 
Kale jonker. Bron: Wikipedia

De Antwerpse gouverneur baseert haar jaarlijkse besluit op een koninklijk besluit van 19 november 1987, dat zegt dat de verantwoordelijken de bloei, zaadvorming en uitzaaiing van schadelijke distels met alle middelen moeten beletten en de (federale) minister en de provinciegouverneurs bestrijdingsmaatregelen kunnen opleggen op de tijdstippen en plaatsen die zij aanwijzen.

“Niet bestrijden”, zeggen de Raadsleden

Het koninklijk besluit van 19 november 1987 waarop de Antwerpse gouverneur zich baseerde om haar bestrijdingsbesluit af te kondigen, was op zijn beurt een uitvoering van een wet van 2 april 1971.
Maar die wet werd in 2013 opgeheven.

Het gouverneursbesluit kon dus geen rechtsgrond meer vinden in die wet en haar uitvoerings-het KB, en dus vernietigde de Raad van State het bewuste bestrijdingsbesluit.

Merk op dat de Raad van State zich hier enkel uitsprak over het gebrek aan rechtsgrond voor het besluit, niet over de opportuniteit van de distelbestrijding.

“Beetje bestrijden”, zegt Europa

Op Europees vlak liggen de zaken weer anders. In uitvoering van de regels op het gemeenschappelijk landbouwbeleid zijn de landbouwers verplicht om akkerdistelhaarden op graslanden te bestrijden. Een akkerdistelhaard is een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 10 m² met akkerdistels.

De bestrijding wordt actief gecontroleerd door het departement Landbouw en Visserij.

“Wachten op federale overheid”, zegt Joke Schauvliege

De ‘Europese’ regeling voor de landbouwers blijft ongewijzigd bestaan, benadrukt de Vlaamse minister van Omgeving Joke Schauvliege.

Maar het Antwerpse gouverneursbesluit was gebaseerd op federale wetgeving, en dus moet de federale wetgever dit maar rechtzetten…

De federale ministers De Block en Borsus waren volgens haar trouwens ‘vooruitziend’ geweest, want vorig jaar hebben zij al een voorontwerp van koninklijk besluit opgesteld dat een nieuwe rechtsgrond zal creëren voor distelbestrijding ‘op het volledige Belgische grondgebied’.

Oorspronkelijk wilden de federale ministers die bestrijding beperken tot de meest voorkomende soort, de akkerdistel, maar in zijn advies raadt het Wetenschappelijk Comité van het Federaal Voedselagentschap (FAVV) aan om de vroegere regeling te behouden. Dus: bestrijding van de 4 soorten, met een soepeler regime voor de kale jonker.

“Ik ga ervan uit dat de federale overheid, aangezien die er al mee bezig is, snel duidelijkheid wil brengen en het voorontwerp van besluit ook snel zal nemen. Dat lijkt mij de beste optie om de bestrijding opnieuw voor het hele grondgebied te doen gelden”, besluit Schauvliege.

Wat nu?

Niet alle parlementsleden delen Schauvlieges visie.  “Als ik hoor dat er al ongeveer een jaar een tekst op tafel ligt, ben ik wel bezorgd over de snelheid waarmee een oplossing wordt geboden”, merkte Commissievoorzitter Tinne Rombouts (CD&V) op.
“Wat mij ook zorgen baart, is wat wij in de tussentijd moeten doen”.

“In het kader van goed nabuurschap lijkt het mij toch terecht en belangrijk dat we in de tussentijd afspraken maken om te vermijden dat het signaal wordt gegeven dat er niet meer bestreden moet worden in andere gebieden”, meent Rombouts.

Zelf durven wij ook te betwijfelen dat een federaal KB duidelijkheid zou scheppen ‘voor het volledige Belgische grondgebied’.

Hoewel landbouw een gewestelijke bevoegdheid is, volgen we de minister als ze zegt dat distels op landbouwgrond een sanitair probleem zijn en daardoor onder de bevoegdheid van de federale overheid vallen. Maar distels groeien niet alleen op landbouwgronden. In de Commissie wees Herman De Croo (Open Vld) op een eerdere uitspraak van de minister waarin zij zichzelf wél bevoegd verklaarde voor de distelbestrijding: “Als die distels echter beslissen om in de natuur of in het openbaar groen te groeien, dan vormen ze een milieuprobleem en zijn ze gewestelijke materie”. En dan zijn er uiteraard nog de gronden die niet bestempeld kunnen worden als landbouwgronden, natuur of openbare ruimte zijn. Hoe zit het daarmee?

Zie ook:

Gepubliceerd op 21-04-2017

  134