COVID-19 verlengt termijnen omgevingsvergunning

 De coronacrisis lijkt de tijd even stil te zetten. Zo ook voor vergunningsprocedures. De Vlaamse regering heeft op 24 maart een aantal wijzigingen getroffen over termijnen en verplichtingen uit het omgevingsvergunningsdecreet, het omgevingsvergunningsbesluit en het MER-besluit.
 

Uitgangspunt is dat de beslissingstermijnen van lopende en nieuwe dossiers verlengd worden, maar dat overheden niet geblokkeerd worden indien zij kunnen optreden. Er wordt aangeraden om waar mogelijk zo snel mogelijk stappen uit te voeren en te beslissen, om zo aanvrager, beroepsindiener en burger niet te lang in het ongewisse te laten en de economische stilstand niet nog erger te maken.

Voor welke dossiers?
  • Lopende vergunningsaanvragen in eerste aanleg en lopende administratieve beroepen (ingediend vóór 24 maart 2020)
  • Nieuwe vergunningsaanvragen en nieuwe administratieve beroepen (ingediend vanaf 24 maart 2020 tot en met 24 april 2020)
  • Lopende en nieuwe verzoeken, en initiatieven tot ambtshalve bijstelling van de omgevingsvergunning (ingediend vóór 24 maart 2020 en ingediend vanaf 24 maart 2020 tot en met 24 april 2020)

De maatregelen gelden niet voor vergunningsaanvragen en administratieve beroepen die na de vernietiging van een eerdere beslissing (door bijvoorbeeld de Raad voor Vergunningsbetwistingen) opnieuw in behandeling genomen worden door de bevoegde overheid na 24 april 2020.

Hoe lang?

Omdat het op 24 maart onzeker was of de maatregelen met betrekking tot essentiële verplaatsingen en ‘social distance’ nog verder in de tijd zullen worden verlengd, kan de minister deze datum nog verlengen. 

Hierbij geldt wel dat deze verlenging de einddatum van de civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid, met inbegrip van een eventuele verlenging, niet mag overschrijden. Deze einddatum is momenteel vastgesteld op 17 juli 2020.

Welke wijzigingen voor termijnen en verplichtingen ?

De Vlaamse regering verduidelijkte verder nog enkele specifieke situaties:

- Wat met het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek? Hieraan verandert het besluit niets. De termijn hiervoor blijft gewoon lopen.

- Wat met openbare onderzoeken?

  • Lopende openbare onderzoeken (reeds opgestart en nog niet afgelopen op 24 maart 2020, worden verplicht opgeschort vanaf 25 maart 2020. De resterende dagen van het openbaar onderzoek worden gehouden na 24 april 2020.
  • Op de website van de gemeente wordt de informatie in verband met start- en einddata van de openbare onderzoeken actueel gehouden. 
  • Wanneer de gemeente opdracht heeft gekregen een openbaar onderzoek in te stellen, houdt zij het bevoegd bestuur op de hoogte van deze informatie. 
  • Bezwaren die ingediend worden in de periode van 24 maart tot en met 24 april 2020 zijn geldig, en moeten in de verdere procedure behandeld worden.
  • De organisatie van nieuwe openbare onderzoeken kan slechts plaatsvinden na 24 april 2020.
  • De informatievergaderingen worden verdaagd tot wanneer de openbare onderzoeken terug opstarten.

- Wat met de beslissingstermijnen? De beslissingstermijn in de vereenvoudigde procedure wordt met 30 dagen verlengd (van 60 naar 90 dagen). De beslissingstermijn in de gewone procedure wordt met 60 dagen verlengd (van 105 of 120 dagen naar 165 of 180 dagen). De beslissingstermijn in beroep wordt verlengd met 60 dagen. De periode waarbinnen beroep kan worden ingesteld, wordt eveneens met 30 dagen verlengd, van 30 naar 60. Dit betekent ook dat de uitvoering van een door de gemeente afgegeven vergunning pas kan starten na 65 dagen (35 + 30). De verlenging van deze termijnen doet geen afbreuk aan de mogelijkheden van termijnverlenging die in de regelgeving vandaag reeds zijn voorzien, onder meer bij toepassing van de administratieve lus.

- Wat met advisering? Een uitblijvend advies wordt tijdens de duur van de maatregelen niet langer automatisch geacht stilzwijgend gunstig te zijn. Met laattijdige adviezen kan de bevoegde overheid dus wel degelijk rekening houden. Maar als het advies uitblijft, kan wel aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan. Dit geldt zowel bij adviezen in het kader van de omgevingsvergunning als de MER-procedure. De beroepsmogelijkheid wordt evenwel behouden, ook als het advies laattijdig is of niet is uitgebracht.

- Wat met hoorzittingen? Een vergunningsaanvrager in de gewone vergunningsprocedure eerste aanleg kan vragen om gehoord te worden door de bevoegde omgevingsvergunningscommissie (als deze advies moet uitbrengen). In beroep kan zowel de vergunningsaanvrager als de beroepsindiener vragen om gehoord te worden door de bevoegde overheid of de bevoegde omgevingsvergunningscommissie. Omwille van de noodsituatie, wordt daarom voorzien dat tijdens de duur van de maatregelen het bevoegde bestuur, de provinciale of gewestelijke omgevingsambtenaar of de voorzitter van de omgevingsvergunningscommissie, kan beslissen om hoorzittingen alleen schriftelijk, via teleconferentie of videoconferentie te houden. In plaats van de hoorzitting op deze veilige wijze te organiseren, kan er ook voor gekozen worden om de hoorzitting uit te stellen tot na het einde van de maatregelen. 

- Wat met advies van de omgevingsvergunningscommissies? De advisering door de provinciale of gewestelijke omgevingsvergunningscommissie is (in sommige dossiers) een verplichte stap. Om hun werking niet volledig te verstoren, is voorzien dat deze commissies via teleconferentie of videoconferentie kunnen vergaderen. De voorzitter van de commissie kan er ook voor opteren de vergadering uit te stellen tot na het einde van de maatregelen, wat mogelijk is door de verlenging van de beslissingstermijn. 

- Wat met omgevingsmeldingen? De termijn van 30 dagen die het decreet voorziet om een meldingsakte te verlenen, is (momenteel) een termijn van orde. Dat betekent dat er geen gevolg verbonden is aan het overschrijden ervan. Het besluit regelt dus ook niets rond meldingen.

Gepubliceerd op 26-03-2020

  201