Milieu

Dalende trend lozingen in de lucht zet zich voort in 2015

 Uit het rapport van de Vlaamse Milieumaatschappij “Lozingen in de lucht 2000-2015” blijkt dat er in 2015 opnieuw minder luchtverontreinigende stoffen en broeikasgassen in Vlaanderen geloosd werden. Dat is een bevestiging van de algemeen dalende tendens die we sinds 2000 zien.



Het rapport van de VMM geeft in een eerste deel een overzicht van de uitstoot van de belangrijkste luchtverontreinigende stoffen en broeikasgassen voor de sectoren: industrie en energie, gebouwenverwarming, verkeer, off-road machines, land-, tuinbouw, natuur en landgebruik en bosbouw. In het tweede deel staan de emissies per thema opgelijst. Het gaat over  persistente organische polluenten, totaal zwevend stof, PM10, PM2,5, elementair koolstof, zware metalen, verzuring, fotochemische stoffen, ozonafbrekende stoffen, F-gassen en broeikasgasemissies. In deel drie vindt u de internationale rapporteringen van de Verenigde naties en de Europese unie.

Dalende trend

Waaraan hadden we in 2015 die verminderde uitstoot te danken? Onder meer aan:

  • de overschakeling naar aardgas
  • minder steenkoolverbruik
  • het gebruik van fossiele brandstoffen met een lager zwavelgehalte
  • efficiëntieverhogingen
  • schommelingen in productiecapaciteit
  • de invoering van reductiemaatregelen
Welke emissies zijn verminderd?
  • de uitstoot van dioxines en PCB’s zijn respectievelijk met 54% en 97% gedaald; als gevolg van de reglementering werd HCH (hexachloorcyclohexaan) volledig gereduceerd
  • de emissies van TSP (totaal zwevend stof), PM10 en PM2,5 daalden in 2015 met respectievelijk 10%, 12% en 12% ten opzichte van het niveau in 2000; de emissie van elementaire koolstof nam af met 41%
  • de emissies van de vermelde zware metalen daalden (naargelang de stof) in de periode 2000-2015 tot 96%.
  • de verzurende emissie verantwoordelijk voor de zogenaamde ‘zure regen’ is sinds 2000 met 45% afgenomen, wat vooral te danken is aan de dalende uitstoot van SO2 (-74%)
  • de uitstoot van ozonvormende stoffen (voornamelijk stikstofoxiden en vluchtige organische stoffen) is in diezelfde periode met meer dan een derde verminderd; die uitstoot (voornamelijk van verkeer en industrie) draagt bij tot de overschrijding van de ozondrempels op warme zomerdagen
  • de ozonafbrekende emissies (verantwoordelijk voor het gat in de ozonlaag) zijn sinds 2000 ten gevolge van aanpassingen aan de reglementering met maar liefst 86% afgenomen
  • de broeikasgasemissies zijn in 2015 ten opzichte van 2000 met 12% gedaald; algemeen is ook hiervoor een dalende trend merkbaar, maar in de beschouwde periode treden er wel schommelingen op, onder meer te wijten aan meteorologische en economische omstandigheden
Uitstoot van gezinnen en verkeer stijgt

Tussen 2000 en 2015 steeg het relatieve aandeel van de gezinnen en het verkeer voor de meerderheid van de luchtverontreinigende stoffen. Dit betekent niet dat er geen maatregelen werden genomen om de uitstoot te verminderen, maar die maatregelen compenseren niet altijd voor de toenemende activiteit. Zo wordt bijvoorbeeld steeds meer hout verbruikt als verwarmingsbron. Dat is duidelijk merkbaar in de toename van het aandeel van de emissies door de gezinnen.

De uitstoot door verkeer, maar ook houtverbranding (in de koude maanden) hebben een steeds belangrijkere impact op onze luchtkwaliteit. De VMM zal daarom op dagen met te veel fijn stof adviseren om geen hout te stoken.

Apart rapport over Antwerpen
Daarnaast publiceerde VMM ook het rapport “Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie in 2015”, dat de resultaten van de metingen in de omgevingslucht in de Antwerpse haven en in de Antwerpse agglomeratie bevat. De VMM meet daar de polluenten zwaveldioxide, stikstofoxides, fijn stof, zwarte koolstof, ozon, vluchtige organische stoffen, dioxines en PCB’s en PAK’s, en toetst de meetresultaten aan de bestaande en toekomstige Europese normen en de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie. 

Gepubliceerd op 26-12-2016

  100