Milieu

De ‘supercap’ moet concurrentiepositie van elektro-intensieve bedrijven vrijwaren

 De verplichte groenestroombijdrage van ondernemingen wordt berekend op basis van hun afgenomen hoeveelheid elektriciteit. Bij elektro-intensieve bedrijven loopt dat bedrag dus erg hoog op. Dat resulteert in een concurrentieel nadeel ten opzichte van bedrijven in de buurlanden, vindt de Vlaamse regering. Daarom heeft zij een alternatief systeem goedgekeurd voor deze bedrijven.
 

Om de concurrentiepositie van elektro-intensieve bedrijven niet in het gedrang te brengen, zullen die voortaan kunnen opteren om een bedrag ter waarde van 4% of 0,5% van hun bruto toegevoegde waarde aan het BBP rechtstreeks in het Energiefonds te storten. Dat komt dus neer op een korting op de elektriciteitsfactuur in ruil voor een rechtstreekse bijdrage aan het Energiefonds.

Om hiervoor in aanmerking te komen moet de energiekost 3% of meer van de productiewaarde uitmaken. Ook andere Europese lidstaten kennen voor dergelijke ondernemingen kortingen toe, binnen de krijtlijnen van de Europese staatssteunregels. 

De Vlaamse overheid gaf ook al een procentuele vrijstelling op de quotumverplichting voor groenestroomcertificaten en warmtekrachtcertificaten. Maar door deze wijziging van het Energiebesluit kunnen de meeste elektro-intensieve bedrijven voortaan aanspraak maken op een ander kortingssysteem.

Als ze hiervoor kiezen, dan storten ze 4% of 0,5% (afhankelijk van hun elektriciteitsintensiteit) van de bruto toegevoegde waarde van het bedrijf in het Energiefonds. Voor elektro-intensieve ondernemingen met een elektriciteitsintensiteit van ten minste 20% kunnen lidstaten het totale verschuldigde bedrag beperken tot 0,5% van de bruto toegevoegde waarde van de betrokken onderneming. Het bedrag kan gaan van 15.000 tot 2 miljoen euro, of zelfs meer.

Finaal bepaalt de Europese Commissie welke bedrijven als ‘elektro-intensief’ worden beschouwd. Het gaat om sectoren zoals de petrochemische of metaalverwerkende sector, de voedingssector en de autosector.

Over dit wijzigingsbesluit wordt het advies ingewonnen van de Raad van State

“Het nieuwe ondersteuningssysteem houdt tegelijk rekening met de Europese ondersteuningsregels en de concurrentiepositie van de bedrijven. Door hun rechtstreekse bijdrage aan het Energiefonds, blijven deze bedrijven toch hun verplichtingen in financieringssteun voor hernieuwbare energie nakomen,” argumenteert energieminister Tommelein.

Gepubliceerd op 11-01-2018

  229