Milieu

De verplichte energieaudit voor grote ondernemingen komt eraan

De Europese richtlijn 2012/27/EU legt de lidstaten op, al hun grote ondernemingen te verplichten een energieaudit uit te voeren tegen uiterlijk 5 december 2015 en vervolgens tenminste om de vier jaar. De Vlaamse deadline van 1 december begint intussen door te dringen bij de grotere bedrijven, en de webtool van het Vlaams Energieagentschap (VEA) moet deze maand eindelijk ter beschikking staan.

Vlaanderen heeft al wetgeving die gedeeltelijk tegemoet komt aan de eisen van Europa het besluit energieplanning uit 2014 en het instrument van de energiebeleidsovereenkomsten voor ondernemingen met een primair energieverbruik van minimaal 0.1 PJ.
De laatste groep

Maar daarmee is nog één groep ondernemingen niet bereikt, met name grote ondernemingen met een primair energieverbruik dat lager is dan de ondergrens van 0.1 PJ. Precies daarom heeft Vlaanderen in de Vlaremtrein 2013 een artikel 4.9.2.2 opgenomen dat de vierjaarlijkse energieaudit verplicht maakt voor alle grote ondernemingen onafhankelijk van hun energieverbruik. Deze audit moet een eerste keer zijn uitgevoerd vóór 1 december 2015.

In Vlaanderen is deze vierjaarlijkse audit verplicht voor alle ingedeelde inrichtingen waar ofwel meer dan 250 personen werkzaam zijn, ofwel de jaaromzet 50 miljoen euro overschrijdt én het jaarlijks balanstotaal 43 miljoen euro overschrijdt. Deze criteria moeten per vestiging worden afgetoetst.

Vrijgesteld van de verplichting zijn:
  • vestigingen met een primair energieverbruik van minstens 0,5 PJ die vallen onder de verplichting tot het hebben van een conform verklaard energieplan volgens het besluit energieplanning;
  • vestigingen die zijn toegetreden tot één van de energiebeleidsovereenkomsten;
  • vestigingen die beschikken over EN 16001 of ISO 50001;
  • vestigingen die beschikken over een geldig EPC (energieprestatiecertificaat) Publieke Gebouwen
Hoe moet de energieaudit worden uitgevoerd?

Zowel de exploitant zelf als een (interne of externe) energiedeskundige kan de audit uitvoeren. Er zijn geen erkennings- of opleidingsvereisten voor de energiedeskundigen bepaald. Het VEA oefent wel een kwaliteitscontrole uit op de audits én de energiedeskundigen via de supervisie op zijn webapplicatie. Ook de aanvraag tot accreditatie van de energiedeskundige loopt via een registratie op deze webapplicatie. De energieaudit moet voldoen aan de minimumcriteria uit bijlage VI van de Europese Richtlijn 2012/27/EU.

Maar er zijn geen verplichte templates; elke energiedeskundige kan met eigen sjablonen werken. In de wettekst worden aan de energieaudit de volgende eisen opgelegd:

  • de audit is gebaseerd op actuele, gemeten, traceerbare operationele gegevens betreffende het energieverbruik, en op de belastingprofielen voor elektriciteit
  • de audit omvat een gedetailleerd overzicht van het energieverbruikprofiel van gebouwen en industriële installaties, met inbegrip van vervoer
  • de audit bouwt zo veel mogelijk voort op een analyse van de levenscycluskosten in plaats van simpele terugverdientijden, om rekening te houden met langetermijnbesparingen, residuele waarden van langetermijninvesteringen en discontopercentages
  • de audit is proportioneel en voldoende representatief om de vorming van een betrouwbaar beeld van de totale energieprestaties en de betrouwbare bepaling van de belangrijkste punten ter verbetering mogelijk te maken

Er moet bovendien een energiebalans over de onderneming opgesteld worden die zoveel mogelijk gebaseerd dient te zijn op gemeten data, waarbij de verdeling over de verschillende gebouwen, processen en transport ook zoveel als mogelijk gebaseerd dient te zijn op (deel)metingen en pas in tweede instantie op verdeelsleutels. Als er geen metingen voorhanden zijn, zal de verdeling via (gemotiveerde) verdeelsleutels moeten gebeuren.

Voor de economische analyse van een energiebesparende investering wordt de IRR (“internal rate of return”) of het ‘intern rendement ‘gebruikt. Het intern rendement van een project is de discontovoet waarbij de ‘net present value’ van de kasstromen van het project gelijk is aan 0. Het interne rendement is bijgevolg een percentage en een maat voor de opbrengst van een project gedurende de verwachte levensduur van de installatie.

De eerste verplichte energieaudit moet in Vlaanderen tegen 1 december 2015 zijn uitgevoerd. Een energieaudit die de laatste vier jaar werd uitgevoerd is in principe geldig om aan de wettelijke verplichting te voldoen. Er wordt wél aanbevolen om de audit te (laten) actualiseren, bijvoorbeeld bij aanpassingen van gebouwen, processen en/of transportmiddelen.

De webapplicatie

VEA stelt een webtool ter beschikking waarmee de audit moet worden geregistreerd. De verplichting voor het invullen van de webapplicatie is enigszins verschillend van de verplichting voor het uitvoeren van de energieaudit. Een onderneming die vrijgesteld is van het uitvoeren van de energieaudit, is daarom nog niet vrijgesteld van het invullen van de webapplicatie!

De webtool dient ingevuld te worden voor:
  • alle vestigingen die onder de verplichting van de uitvoering van de energieaudit vallen;
  • alle vestigingen met een primair energieverbruik van minstens 0,5 PJ die vallen onder de verplichting tot het hebben van een conform verklaard energieplan volgens het besluit energieplanning; zij dienen de webapplicatie in te vullen op basis van hun energieplan;
  • alle vestigingen die beschikken over EN 16001 of ISO 50001; zij moeten de webapplicatie invullen op basis van de resultaten van het energiemanagementsysteem, meer bepaald van de energiebeoordeling die deel uitmaakt van de energieplanning van het energiemanagementsysteem. De energiebeoordeling wordt als gelijkwaardig beschouwd met de energieaudit omdat ze uit de volgende stappen bestaat:
    • analyseren van het energieverbruik gebaseerd op metingen en andere gegevens
    • identificeren van de significante energieverbruiken
    • identificeren van opportuniteiten voor verbetering van de energieperformantie

Vestigingen die zijn toegetreden tot één van de energiebeleidsovereenkomsten zijn wel vrijgesteld van het invullen van de webapplicatie.

De invoer van de resultaten van de energieaudit in de webapplicatie zal bestaan uit:
  • het opladen van het energieauditrapport van de energiedeskundige (rapport in een eigen sjabloon, via pdf),
  • het invullen van de energiebalans van de vestiging, over de verschillende energievectoren en verschillende gedefinieerde gebouwen, processen en transport,
  • het invullen van de maatregelenlijst (beschrijving - investeringskost - energiebesparing - IRR).

De lancering van de webapplicatie was oorspronkelijk voorzien voor maart 2015, en intussen al meerdere keren uitgesteld. VEA houdt het nu op "juli".

Voor het invullen van de energiebalans ziet het scherm er ongeveer als volgt uit:
 

 

De gebruiker zal hierbij zelf nieuwe energievectoren kunnen aanmaken, zoals bijvoorbeeld groene stroom of houtpellets, en een verdere onderverdeling in de rubrieken kunnen maken.

Geen enkele verplichting tot maatregelen

In de wetgeving is geen enkele verplichting opgenomen voor het uitvoeren van de gevonden maatregelen - in tegenstelling tot de bedrijven die onder het besluit energieplanning vallen of toegetreden zijn tot de energiebeleidsovereenkomst.

 

Op 17 juni kan u een extra webinar volgen over de verplichte energieaudit in de reeks “Lunch & Learn” van senTRAL. Klik hier om deze online presentatie te volgen (17/6 vanaf 12:15 u.).

 

Gepubliceerd op 04-06-2015

  366