De Vlaamse consument wordt langzaam aan milieubewuster

 Staat de gemiddelde Vlaming stil bij zijn eigen ecologische voetafdruk? Alleszins méér dan vijf jaar gelden, zo blijkt uit een nieuwe studie over milieuverantwoorde consumptie van het Departement Omgeving.  
 

Een dag na de Vlaamse feestdag maakt het Departement Omgeving de resultaten bekend van een studie die naar de attitudes peilt van Vlaamse consumenten over de milieu- en klimaatimpact van hun dagelijkse keuzes. Het gaat om de opvolging van een studie uit 2012, die wel enkele evoluties laat zien. Deze studie analyseert ook nieuwe trends en noden.

Vijf types consumenten

De studie “Milieuverantwoorde consumptie: monitoring, kennis en gedrag” onderscheidt vijf types van consumenten:

‘Vastberaden Consumenten’ (22,1%): deze mensen achten zichzelf in staat om de juiste beslissingen te nemen ten voordele van het milieu en hebben over het algemeen een goed beeld van wat ze zelf willen doen voor het milieu; zij hebben het minste nood aan extra verplichtingen, maar financiële stimuli blijven welkom

‘Realistische Consumenten’ (22,3%): zij dragen graag hun steentje bij voor het milieu maar vinden dat milieuvriendelijke producten en diensten hogere kosten met zich meebrengen die een belangrijke drempel vormen

‘Overtuigde Consumenten’ (21,2%): deze groep stelt milieubewust leven als dagelijkse levensstijl niet in vraag en maakt zich zorgen om het milieu; deze consumenten zien voor de overheid een rol weggelegd om burgers te stimuleren tot milieuvriendelijk gedrag

‘Onverschillige Consumenten’ (12,8%): deze mensen staan helemaal niet stil bij hun ecologische voetafdruk en vertonen geen enkele interesse in de gevolgen van hun dagelijkse keuzes op het milieu

‘Onwetende Consumenten’ (21,6%): zij kunnen het belang van hun acties en gedrag voor het milieu niet correct inschatten, en hebben nood aan uitgebreide ondersteuning om hun kennis ter zake te vergroten en om milieubewust leven ook financieel haalbaar te maken

 

De grootse evolutie in deze cijfers zit in de categorie ‘Onverschillige Consumenten’ die significant gedaald is: van 19,3% in 2012 naar 12,8% in 2017 (-6,5%). Parallel groeide de groep ‘Vastberaden Consumenten’ van 15,9% in 2015 naar 22,1% (+6,2%).

Milieuthema’s

De studie peilde naar de kennis, attitude, bewustzijn en gedrag van Vlaamse consumenten, met betrekking tot vier thema’s.

1. Bij het thema klimaat en energie valt het op dat het merendeel van de Vlamingen zich een beeld kan vormen van de gevolgen van de klimaatopwarming, maar een minderheid kijkt ook naar de eigen verantwoordelijkheid. Zo’n 73% acht de uitstoot door bedrijven verantwoordelijk voor het klimaatprobleem, 60% wijst naar onze wegwerpcultuur en slechts 24% wijst het verwarmen van woningen aan als oorzaak van de klimaatopwarming.

Wel verklaart 44% zich bereid om in de toekomst een elektrische wagen aan te schaffen. 33% wil kiezen voor hernieuwbare energie. De meeste Vlamingen denken dat het belang van steenkool, stookolie en kernenergie zal afnemen ten voordele van wind- en zonne-energie. Voor aardgas zijn de meningen meer verdeeld: 54% denkt dat dit even belangrijk zal blijven als vandaag.

2. Uit de bevraging van ruimte blijkt dat de aanwezigheid van basisvoorzieningen zoals scholen en winkels belangrijk is bij de keuze van de buurt waar mensen willen wonen. Negatieve factoren in die keuze zijn mogelijke wateroverlast en de aanwezigheid van grootschalige industriële complexen. 81% steunt het vrijwaren van meer ruimte voor natuur van de Vlamingen, 57% schaart zich achter de idee om bijkomende bebouwing in open ruimte slechts uitzonderlijk toe te laten. Maar amper 25% kiest voor een woning in een stad- of dorpskern, en minder dan 10% geeft de voorkeur aan een woning met een gemeenschappelijke tuin. Een meerderheid van de Vlamingen wil zoveel mogelijk groen in hun tuin, en verklaart geen chemische onderhoudsproducten te gebruiken.

3. Op het vlak van mobiliteit laat 54 % van de Vlamingen de keuze van hun vervoermiddel afhangen van de situatie. 51% verkiest het bezit van een personenwagen; 19% verklaart dat een persoonlijke wagen geen echte must is. 47% geeft aan het gebruik van een autodeelsysteem nooit te overwegen. De auto blijft het meest gebruikte vervoersmiddel, zowel voor woon-werkverkeer als voor boodschappen. Opvallend is ook de lage impact die Vlamingen toekennen aan vliegtuigreizen: slechts 28% denkt dat die een grote impact hebben. 39% is eventueel bereid om alternatieven voor vliegreizen te zoeken.

4. Circulaire economie. Hoe de Vlaming omgaat met de aankoop, het gebruik en de afdanking van producten hangt vooral af van welk product. Zo worden smartphones vooral nieuw aangekocht, terwijl meubelen ook tweedehands worden aangekocht en men tuingereedschap vaker zal ontlenen of huren. Een meerderheid van Vlamingen vindt het niet kunnen dat nog bruikbaar materiaal weggegooid wordt. De meesten vinden dat elektrische toestellen langer moeten meegaan, ook als ze daardoor duurder worden. 77% van de Vlamingen verklaart groot elektro of tuingereedschap te herstellen bij defect, in tegenstelling tot slechts 35% die zegt kleren te herstellen. En niet meer dan 22% van de Vlamingen kent de term ‘circulaire economie’.

De vragen naar de milieu-impact van voedsel geven blijk van meer kennis terzake: 69% vindt dat voedselverspilling vermeden moet worden, 68% koopt fruit en groenten seizoensgebonden, 65% kiest voor weinig verpakte producten. Maar de milieu-impact van een meer gematigd vleesverbruik (34%) en bio-producten (24%) schat de Vlaming dan weer lager in. In de bevraging werd ook gepeild naar wat Vlamingen onder ‘lokale herkomst’ verstaan. Voor ongeveer 60% zijn dit streekproducten of Belgische producten; Europese producten ziet slechts 13% van de Vlamingen als ‘lokaal’.

Conclusies: nog werk aan de winkel

Vlaams minister van Omgeving Joke Schauvliege ziet vooral een positieve evolutie in het feit dat er minder onverschillige milieuconsumenten zijn, en dat de Vlaamse consument zich meer bekommerd toont over thema’s als voedselverspilling, het vrijwaren van de open ruimte en klimaatverandering. Maar zij geeft toe dat er nog werk aan de winkel is om attitudes en gedrag verder in milieuvriendelijke richting te sturen. “Ik nodig ook andere maatschappelijke actoren uit om met de resultaten van de studie aan de slag te gaan.”

Gepubliceerd op 12-07-2018

  76