Een schadegeval op uw terrein? Volg duidelijk stappenplan!

U wordt plots geconfronteerd met een lekke leiding, een overvulling van een tank of een andere accidentele spill? Stel reeds vooraf een stappenplan op zodat u voorbereid bent op dergelijke situaties: wie doet wat? Hieronder leest u welke stappen u dan best neemt.



In eerste instantie neemt u alle maatregelen om erger te voorkomen: u koppelt bijvoorbeeld de leiding af, of laat de beschadigde tank leegzuigen.

Tegelijkertijd tracht u zoveel mogelijk van het vrijgekomen product op te ruimen. Dit kan door middel van het gebruik van absorberende korrels of een ander absorberend product.

TIP: Het is dus aangewezen om dergelijk materiaal ter beschikking te hebben op uw terrein en uw werknemers te informeren omtrent de te volgen stappen bij een spill!



Vervolgens evalueert u of er een risico is dat, ten gevolge van het incident, er een bodemverontreiniging is ontstaan.

Indien u twijfelt, of u vermoedt dat er sprake is van een bodemverontreiniging, dan neemt u zo snel mogelijk contact op met een erkend bodemsaneringsdeskundige en dient u melding te maken van het schadegeval bij de bevoegde overheid.



In het Bodemdecreet is een regeling opgenomen over de aanpak van bodemverontreiniging die is ontstaan ten gevolge van een schadegeval. Deze regeling is ‘soepeler’ dan de aanpak van een nieuwe bodemverontreiniging, en behelst duidelijk minder administratieve stappen. Deze regeling kan enkel gevolgd worden wanneer de bodemverontreiniging, veroorzaakt door het schadegeval, binnen de 180 dagen kan aangepakt worden.

Indien er bijvoorbeeld sprake is van een omvangrijke grondwaterverontreiniging, die niet binnen de 180 dagenkan gesaneerd worden, dan dient u over te gaan tot de opmaak van een beschrijvend bodemonderzoek, en dient u het ‘standaard’ traject te doorlopen.

Om van de procedure schadegeval gebruik te kunnen maken, dient het schadegeval gemeld te worden, en dit binnen de 30 dagen.

Klasse 2 en 3 bedrijven melden het schadegeval bij de gemeente, klasse 1-bedrijven, en bedrijven waar een beschrijvend bodemonderzoek of bodemsanering lopende is, doen melding bij de OVAM.

De melding kan eveneens via uw erkend bodemsaneringsdeskunige verlopen.

Klasse 1-bedrijven dienen eveneens hun milieucoördinator en de Afdeling Milieu-Inspectie op de hoogte te brengen.

Binnen een termijn van 30 dagen wordt een beslissing afgeleverd door de bevoegde overheid. Deze beslissing geldt eveneens als meldingsakte of omgevingsvergunning, indien dit vereist zou zijn voor de uit te voeren saneringsacties.


In samenspraak met uw erkend bodemsaneringsdeskundige stemt u de volgende stappen af.

Indien, op basis van visuele waarnemingen, slechts een beperkte zone verontreinigd is, is het aangewezen om de verontreinigde grond zo snel als mogelijk te ontgraven. Dit om verdere verspreiding en contaminatie van het grondwater tegen te gaan. De grond voert u af naar een verwerkingscentrum, of stockeert u ter plaatse voor staalname en analyse door de erkend bodemsaneringsdeskundige. Let er wel op dat de opslag conform de regels van goede praktijk gebeurt, d.w.z. met boven- en onderafdek.



Na de ontgraving worden grondmonsters genomen door de deskundige om te verifiëren of overal de richtwaarde bereikt is. Dit is immers de saneringsdoelstelling bij schadegevallen.

Indien dit niet het geval is, wordt geëvalueerd of verder ontgraven nog mogelijk is. Indien dit niet mogelijk is, dient de erkend bodemsaneringsdeskundige te evalueren of de restverontreiniging een risico vormt, en of deze inderdaad volgens het BATNEEC-principe  niet kan verwijderd worden. Indien de restverontreiniging hieraan voldoet, zal door de erkend bodemsaneringsdeskundige een gebruiksadvies worden geformuleerd in het evaluatierapport. Dit gebruiksadvies wordt, bij een eventuele verkoop van het terrein, vermeld op het bodemattest.

De erkend bodemsaneringsdeskundige evalueert eveneens of een controle van het grondwater vereist is.

De erkend bodemsaneringsdeskundige stelt, conform de OVAM-richtlijnen, een evaluatierapport op en dient dit in bij de OVAM. Indien de OVAM akkoord gaat met de besluiten in het rapport, zijn er geen verdere acties vereist.

In geval er toch een restverontreiniging achterblijft waarvoor een mogelijk risico niet kan worden uitgesloten of die verdere actie vereist (bvb afperking of nasanering die langer duurt dan 180 dagen), dient alsnog verder gegaan te worden in de ‘klassieke’ procedure. In dat geval dient er een beschrijvend bodemonderzoek of een bodemsaneringsproject opgesteld te worden.

 
Samenvatting
Het is aan te raden om een ‘stappenplan’ op te stellen waarin u, voor al uw werknemers, duidelijk maakt wat de te volgen stappen zijn bij een accidentele spill en aangeeft wie dient gecontacteerd te worden. Efficiënt en kordaat optreden bij een schadegeval, is immers bepalend voor de kosten!

Gepubliceerd op 18-07-2018

  120