Milieu

Elia-studie: een Belgisch energiepact is hoogdringend

Elia -studieDe publicatie van een studie van hoogspanningsdistributeur Elia over de bevoorradingszekerheid van energie in België, heropende vandaag de discussie over het energiebeleid in ons land. 

Netbeheerder Elia bracht op 15 november een studie uit over de Belgische energiemix in een toekomstperspectief tot 2050. De conclusies:

  • de energiemix van de toekomst zal voornamelijk bestaan uit hernieuwbare energie in combinatie met thermische capaciteit
  • interconnectie met de rest van Europa is essentieel, want energieopslag staat niet ver genoeg om de energievraag op te vangen met alleen maar fluctuerende hernieuwbare energiebronnen
  • om de geplande kernuitstap tegen 2025 op te vangen en de bevoorradingszekerheid te garanderen, hebben we tegen dan minstens 3,6 GW thermische capaciteit nodig; ook als de twee meest recente kerncentrales langer zouden openblijven is er nood aan extra vervangingscapaciteit.

Als de huidige regering(en) niet snel actie ondernemen om de dringende investeringen op gang te brengen, onze bevoorradingszekerheid in gevaar, concludeert Elia, die “onvoldoende investeringssignalen” ziet.

De Vlaamse minister

“Deze studie bevestigt wat ik al verschillende keren heb gezegd: het interfederaal energiepact moet zo snel mogelijk klaar zijn,” reageerde Vlaams minister van Energie Tommelein. “De toekomst is hernieuwbaar. We stappen af van kernenergie. Er zal pas geïnvesteerd worden in de nodige alternatieven als voor iedereen héél duidelijk is welke richting we uitgaan.” Tommelein wil dat het energiepact voor het einde van dit jaar klaar is. “Het is de hoogste tijd om duidelijke keuzes te maken. We baseren ons daarvoor niet alleen op de studie van Elia, maar bijvoorbeeld ook op cijfers van EnergyVille en het Planbureau.”

De minister kreeg onmiddellijk antwoord van zijn coalitiepartner NV-A, die pleit om de twee jongste kerncentrales Doel 3 en Tihange 4 na 2025 open te houden, voor minstens tien jaar. 

De producenten

FEBEG, de Federatie van Belgische Elektriciteits- en Gasbedrijven, ziet in de studie een belangrijk hulpmiddel om het debat over het Belgische energiepact te voeden en te objectiveren. “In haar studie legt Elia duidelijk de klemtoon op de hoogdringendheid van actie om de bevoorradingszekerheid te garanderen. De elektriciteitsproducenten van FEBEG bevestigen deze vaststelling. Deze investeerders en industriëlen benadrukken dat tussen het initiële ontwerp van een centrale voor elektriciteitsproductie en de indienststelling ervan, een termijn van vijf tot zeven jaar realistisch is. Binnen deze context is geen beslissing nemen geen optie meer. De elektriciteitsproducenten hebben nood aan duidelijkheid en stabiliteit om de essentiële investeringen te plannen en te financieren. België heeft geen tijd meer om experimentele formules uit te testen. De oplossingen moeten juridisch betrouwbaar, niet-discriminerend en duurzaam zijn.”

Om aan deze structurele uitdaging te beantwoorden dringt FEBEG aan op de invoering van een capaciteitsmarkt naar het voorbeeld van Groot-Brittannië. De Europese Commissie staat de invoering van dergelijke markten toe op voorwaarde dat ze openstaan op niet-discriminerende wijze voor alle technologieën (productie, stockage evenals voor vraag/aanbod beheer), voor de bestaande en de nieuwe capaciteiten, en voor grensoverschrijdende participatie.

De ondernemers

“Elektriciteit is een levensader voor iedereen en vooral ook voor onze bedrijven,” stelt Hans Maertens, gedelegeerd bestuurder van Voka. “We moeten dus dringend kiezen waarmee we onze elektriciteit in het komende decennium willen produceren en hoe we die met competitieve prijzen aan onze ondernemingen kunnen leveren. We moeten daarbij in elke stap hernieuwbare energiecompetitiviteit, leveringszekerheid en duurzaamheid evenwichtig aan elkaar koppelen. Meer hernieuwbare energie is zonder enige twijfel een must, maar enkel daarmee zullen we niet aan de vraag kunnen voldoen.”

De werkgeversorganisatie denkt meer in de richting van flexibele gascentrales om de pieken op te vangen wanneer er onvoldoende hernieuwbare energie zal zijn. “Interconnectie, vraagbeheer en meer opslag zijn zeker noodzakelijk, maar kunnen op zichzelf niet alles oplossen. Flexibele productiecentrales kunnen snel op- en afschakelen, en zo ervoor zorgen dat ook op momenten van veel vraag en weinig hernieuwbare productie, er geen blackouts optreden.” Voka denkt dat de energietransitie enkel zal slagen als er naast een duurzaam ook een robuust systeem wordt opgebouwd, en dat vereist extra gascentrales na 2025. “Onder die voorwaarde is een kernuitstap mogelijk zonder dat de energievoorziening in het gedrang komt of te duur wordt.” De organisatie verwijst ook naar het Federaal Planbureau, dat vaststelde dat er voor België aanzienlijke economische baten uit investeringen in dergelijke centrales kunnen voortvloeien. “België kan in een scenario met méér gascentrales als aanvulling op méér hernieuwbare energie voordelen boeken op niveau van de handelsbalans, het consumentensurplus en de werkgelegenheid.” De elektriciteitsmix moet wel door de markt kunnen worden samengesteld, binnen een stabiel regelgevend kader dat mogelijkheden voorziet om langetermijninvesteringen in te plannen en uit te voeren.

In zo’n scenario met meer hernieuwbare energie en meer gascentrales zal de CO2-uitstoot in België (tijdelijk) toenemen, erkent Voka. “Onze beleidsmakers moeten dit dus meenemen in de Europese besprekingen om de doelstellingen qua uitstootreductie voor ons land te bepalen.”

U vindt de Elia-studie hier.

Gepubliceerd op 15-11-2017

  118