Milieu

EU gaat voorbehoud maken bij het Verdrag van Aarhus

Aarhus -verdrag

 

Een klacht van een NGO over de gebrekkige naleving door de EU van het Verdrag van Aarhus geeft aanleiding tot een voorbehoud over de toegang tot de rechterlijke macht inzake milieuaangelegenheden. De Europese Raad heeft op 17 juli 2017 een besluit aangenomen over het standpunt dat de Europese Unie tijdens de zesde zitting van de vergadering van de partijen bij het Verdrag van Aarhus (MoP-6) hierover zal formuleren.

Het Verdrag van Aarhus is een multilaterale overeenkomst die het recht van het publiek op toegang tot informatie, inspraak en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden waarborgt. Samen met het ‘Protocol betreffende registers inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen’ is dit verdrag een juridisch bindend internationaal instrument voor de totstandbrenging en uitvoering van beginsel 10 van de Verklaring van Rio de Janeiro inzake milieu en ontwikkeling. Het verdrag trad in 2001 in werking en telt 47 partijen uit Europa en Centraal-Azië, waaronder de 28 EU-lidstaten en de EU, die het verdrag op 17 februari 2005 goedkeurde. Op EU-niveau worden de verplichtingen van het verdrag uitgevoerd door middel van Verordening 1367/2006 (Aarhusverordening).

Klacht over naleving

In 2008 maakte de niet-gouvernementele organisatie Client Earth een zaak aanhangig bij het comité voor toezicht op de naleving van het verdrag, wegens de gebrekkige naleving door de EU van haar verdragsverplichtingen. Na langdurige besprekingen legde dit comité zijn bevindingen op 17 maart 2017 aan de EU voor.

Op 29 juni diende de Europese Commissie een voorstel in voor een besluit van de Raad. De Commissie stelde voor om tegen de goedkeuring van de bevindingen in deze zaak te stemmen. De Raad heeft nu met eenparigheid van stemmen besloten om dit voorstel van de Commissie te wijzigen.

Het comité van toezicht is in deze zaak van oordeel dat de EU de regels van het verdrag inderdaad schendt, door milieuorganisaties en leden van het publiek onvoldoende toegang tot de rechter te bieden. De bevindingen staan in een ontwerpbesluit dat tijdens MoP-6 ter overweging aan de partijen bij het Verdrag van Aarhus zal worden voorgelegd.

Concreet stelt het comité dat noch EU-verordening 1367/2006, noch de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie, de verplichtingen uit hoofde van het verdrag uitvoert of naleeft.

De Europese Raad stelt in haar besluit formeel dat de EU en haar lidstaten unaniem het ontwerpbesluit van Aarhus aanvaarden. Maar de Raad maakt voorbehoud voor enkele wijzigingen, waarmee onder meer verduidelijkt zou worden dat de vergadering van de partijen niet van plan is van de EU te verlangen dat zij zich inlaat met haar rechterlijke macht.

EU-standpunt

De EU en haar lidstaten herhalen volledig toegewijd te zijn aan de beginselen en doelstellingen van het Verdrag van Aarhus, en bevestigen dat zij het nalevingsmechanisme van het verdrag onverminderd eerbiedigen.

Tijdens de komende MoP-6 in Montenegro (11 tot en met 15 september 2017) zal de EU haar standpunt voorstellen als een voorwaardelijke aanvaarding van het ontwerpbesluit van Aarhus. De EU is bereid tot een constructieve en positieve samenwerking met het comité en met andere partijen op de vergadering, zo stelt de Raad. Indien het tot een stemming komt zal de EU namens het collectief van de 28 lidstaten een stem uitbrengen.

 


Bron:  Europese Raad

Meer: Verklaring van de Commissie

Gepubliceerd op 27-07-2017

  197