Milieu

Geurhinder nabij asfaltcentrales?

Na een code van goede geurpraktijk voor rioolwaterzuiveringsinstallaties stelt het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE) nu ook een code van goede geurpraktijk voor asfaltcentrales ter beschikking. Het is een sectorspecifiek werkinstrument dat kan dienen voor allen die te maken krijgen met de geurhinderproblematiek van asfaltcentrales.

LNE werkte de voorbije jaren al aan een reeks van “handreikingen” of codes van goede praktijk voor typische, regelmatig voorkomende situaties van geurhinder. Ze zijn te beschouwen als richtinggevende, ondersteunende instrumenten om geurhinder op een objectieve manier te kunnen beoordelen. Ze geven aan hoe de veroorzakers van geurhinder de geurproblematiek waarmee zij worden geconfronteerd onder controle kunnen houden of brengen, en geven ook aan over welke instrumenten en handvaten de diverse betrokken overheidsdiensten beschikken om geurhinder binnen aanvaardbare grenzen te houden of te brengen.

Het voorkomen en beheersen van geurhinder van asfaltcentrales wordt geregeld via het Vlaamse milieuvergunningendecreet en haar uitvoeringsbesluiten Vlarem 1 en 2. Nochtans blijft deze regelgeving vaag waar het de interpretatie van de begrippen ‘normale burenlast’ en ‘aanvaardbare hinder’ betreft. Met een code van goede geurpraktijk (CVGGP) kunnen aan vergunningverleners, toezichthouders, deskundigen, consultants en (milieu)verantwoordelijken van asfaltcentrales de bouwstenen aangereikt worden om de geuroverlast rondom een asfaltcentrale te meten, te berekenen, te beoordelen en, indien nodig, te beheersen. Wat dit laatste aspect betreft, wordt in de code gerefereerd naar de maatregelen opgenomen in de recent herziene BBT studie [Leyssens et al., 2013]. De meerwaarde van deze CVGGP situeert zich voornamelijk in de aanreiking van een instrumentarium om de geur op en rondom een asfaltcentrale te meten, te berekenen en te beoordelen.



In deze reeks zijn ook de volgende documenten beschikbaar:

Gepubliceerd op 07-03-2016

  95