Milieu

Grondwettelijk Hof: Passende beoordeling nodig bij hernieuwing of omzetting omgevingsvergunning

Het Grondwettelijk Hof heeft zopas de vernietiging uitgesproken van artikel 226 van het Omgevingsvergunningsdecreet. Volgens dat artikel zou er geen passende beoordeling nodig zijn bij een loutere hernieuwing of omzetting van de omgevingsvergunning.
Wel of niet een passende beoordeling
Een passende beoordeling moet worden opgemaakt als een vergunningsplichtige activiteit, een vergunningsplichtig plan of een dito programma een betekenisvolle aantasting kan veroorzaken van de instandhoudingsdoelstellingen van een speciale beschermingszone. Dus van Europees beschermde natuur, in uitvoering van de Habitat- of Vogelrichtlijn.
Het Omgevingsvergunningsdecreet zegt echter dat er géén passende beoordeling moet worden uitgevoerd bij een loutere hernieuwing van de omgevingsvergunning en bij de omzetting van een huidige milieuvergunning voor een duur van ten hoogste 20 jaar, in een omgevingsvergunning van onbeperkte duur, volgens de vereenvoudigde procedure.
Het decreet maakt daarop 2 uitzonderingen.
Een passende beoordeling zal wél nog vereist zijn als de loutere hernieuwing of omzetting betrekking heeft op activiteiten die fysieke ingrepen in het leefmilieu vereisen.
En als de administratie bevoegd voor het natuurbehoud – dus het Agentschap voor Natuur en Bos – oordeelt dat er geen passende beoordeling werd uitgevoerd naar aanleiding van de omzetting, maar het project wel een betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van een speciale beschermingszone kan veroorzaken.
Er moet echter géén passende beoordeling worden uitgevoerd als het een omzetting betreft en er indertijd bij de milieuvergunning ofwel een passende beoordeling heeft plaats gevonden of een advies werd verleend waaruit bleek dat een passende beoordeling niet nodig was. Het gebrek aan noodzaak kan zelfs impliciet blijken uit het ontbreken van een advies.
Omgevingsvergunning blijft overeind
5 milieuverenigingen en 12 particulieren hadden voor het Grondwettelijk Hof de vernietiging gevraagd van 19 artikels van het nieuwe Omgevingsvergunningsdecreet. Maar het Hof vernietigt enkel artikel 226, en wel omdat het in strijd is met de Europese Habitatrichtlijn.
Volgens het Hof bevat de Europese richtlijn een algemeen standstillbeginsel: de lidstaten moeten ervoor zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de speciale beschermingszones niet verslechtert, en dat er geen storende factoren optreden voor de soorten waarvoor die zones werden aangewezen, voor zover die factoren een significant effect zouden kunnen hebben. Elk project dat niet direct verband houdt met, of niet direct nodig is voor het beheer van het gebied en dat significante effecten kan hebben, moet het voorwerp uitmaken van een passende beoordeling van de gevolgen, rekening houdende met de instandhoudingsdoelstellingen voor dat gebied. De bevoegde nationale instanties kunnen maar toestemming geven voor het project nadat zij rekening hebben gehouden met de conclusies van de beoordeling van de gevolgen en nadat zij zekerheid hebben gekregen dat het project het gebied niet zal aantasten.
Het artikel 226 van het Omgevingsvergunningsdecreet voldoet niet aan die voorwaarden. Het Grondwettelijk Hof wijst er ook op dat de praktijk van de passende beoordelingen met de jaren is gegroeid, en zowel de kwantiteit, als de kwaliteit van de beoordelingen is gewijzigd. Daar komt bij dat de oudere passende beoordelingen uitgevoerd werden vanuit de optiek dat de milieuvergunning maar 20 jaar geldig zou blijven, en niet voor onbepaalde duur, zoals in de regel het geval is bij een omgevingsvergunning.
Het is niet redelijk verantwoord om over te schakelen op een vergunning van onbepaalde duur zonder passende actualisatie. Het Grondwettelijk Hof vernietigt dan ook artikel 226 van het Omgevingsvergunningsdecreet.
Gevolg?
Al bij al heeft het Omgevingsvergunningsdecreet de toets van het Grondwettelijk Hof goed doorstaan. Het decreet zal wel aangepast moeten worden op het vlak van de passende beoordeling, maar het zal niet aan het Grondwettelijk Hof liggen als de deadline van 23 februari 2017 voor de inwerkingtreding van de omgevingsvergunning niet zou worden gehaald…

Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning (Omgevingsvergunningsdecreet), BS 23 oktober 2014.

Gepubliceerd op 06-10-2016

  289