Milieu

Grondwettelijk Hof vernietigt management 2000-plannen voor natuur- en bosbeheer

Op verzoek van enkele landbouwers heeft het Grondwettelijk Hof alle bepalingen uit het Natuurdecreet vernietigd die te maken hebben met het Vlaams Natura 2000-programma, de programma’s ter vermindering van de milieudrukken, zoals PAS, en de Managementplannen Natura 2000 voor de speciale beschermingszones (SBZ).
Het gewestelijke programma en de regionale managementplannen leggen de maatregelen vast die moeten worden genomen om de instandhoudingsdoelstellingen voor de Europees beschermde soorten en habitats te bereiken.
De gewestelijke, regionale of lokale programma’s ter vermindering van de milieudrukken pakken een specifieke milieuproblematiek aan, zoals de gewestelijke programmatische aanpak stikstof (PAS), waarmee men de te hoge stikstofdeposities van bepaalde veeteeltbedrijven probeert te verminderen.
De vernietiging komt er op verzoek van enkele landbouwers die een bedrijf uitbaten in, of in de buurt van een speciale beschermingszone (SBZ).
Recht op inspraak
Het Hof spreekt de vernietiging uit omdat de decretale bepalingen op het Vlaams Natura 2000-programma, de programmatische aanpakken inzake milieudrukken, en de managementplannen Natura 2000 voor de speciale beschermingszones niet altijd voldoende garanties bieden op inspraak van het grote publiek.
Het Hof vernietigt met name de artikelen 40 tot 43, en 45 tot 48 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 9 mei 2014 tot wijziging van de regelgeving inzake natuur en bos. Die bepalingen voeren de volgende artikelen in het Natuurdecreet in:
  • 50ter. Dat artikel voert een Vlaams Natura 2000-programma in, met een tijdshorizon tot 2050 en opeenvolgende cycli van 6 jaar. Het artikel legt ook de inhoud van dat gewestelijke programma vast. Het overkoepelende Vlaams Natura 2000-programma vormt de basis voor de managementplannen Natura 2000. Artikel 50ter vormt ook de basis voor de programmatische aanpakken ter vermindering van een specifieke milieudruk;
  • 50quater zegt dat de Vlaamse regering het Vlaams Natura 2000-programma vaststelt, dat het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) belast is met de voorbereiding ervan, en dat er 2-jaarlijkse voortgangsrapporten moeten worden opgesteld;
  • 50quinquies handelt over de oprichting van een gewestelijke overleginstantie, die aanbevelingen kan formuleren;
  • 50sexies bepaalt dat de Vlaamse regering een ruime bekendheid moet verlenen aan het Vlaams Natura 2000-programma en zijn 2-jaarlijkse voortgangsrapporten;
  • 50septies bevat een verplichting om voor elke speciale beschermingszone een managementplan Natura 2000 op te stellen. Voor SBZ’s die tegelijk een Europees beschermd Vogelrichtlijn-gebied én Habitatrichtlijn-gebied zijn, kunnen er gezamenlijke managementplannen Natura 2000 opgesteld worden. Ook die plannen hebben een tijdshorizon tot 2050 en bevatten 6-jaarlijkse cycli. De plannen worden in verschillende fazen gerealiseerd. In de praktijk zijn dat er 4. Het artikel beschrijft ook de minimuminhoud van de plannen;
  • 50octies bepaalt dat de Vlaamse regering de managementplannen Natura 2000 vaststelt en dat die plannen dwingende acties kunnen bevatten. Het artikel regelt verder de voorbereiding, coördinatie, toetsing en evaluatie van de plannen;
  • 50novies beschrijft de oprichting van een overlegplatform per SBZ; en
  • 50decies regelt de publicatie per uittreksel in het Belgisch Staatsblad. De Vlaamse regering regelt op haar beurt de inhoud, de procedure voor de opmaak, de evaluatie, en de bekendmaking van de plannen, en bepaalt de concrete samenstelling van de overlegplatformen.
Het Hof vernietigt tot slot artikel 78 van het wijzigingsdecreet, dat verwijzingen naar de managementplannen invoegt in het bestaande artikel 9 van het Natuurdecreet.
De decretale basis voor de managementplannen voor gebieden buiten speciale beschermingszones wordt niet vernietigd, omdat de uitwerking van de inspraakprocedure daar volledig wordt overgelaten aan de Vlaamse regering. Het wijzigingsdecreet bevat daar geen regels voor.
Het Grondwettelijk Hof verwerpt de beroepen voor het overige, in zoverre er rekening wordt gehouden met het recht op gelijke behandeling van alle burgers ten aanzien van de openbare lasten.
Gelijke behandeling bij openbare last
De landbouwers voerden voor het Grondwettelijk Hof nog aan dat de Vlaamse, regionale en lokale plannen en programma’s hun eigendomsrecht kunnen beperken zonder dat daar een vergoeding tegenover staat, maar het Hof volgt hen daarin niet.
Het loutere feit dat de overheid in het algemeen belang beperkingen oplegt aan het eigendomsrecht, leidt niet automatisch tot een schadevergoeding. Alleen wanneer de openbare lasten groter zijn dan wat een persoon in het kader van het algemeen belang moet dragen, is een schadevergoeding vereist.
Het Natuurdecreet bepaalt zelf dat in een aantal situaties een schadevergoeding wordt uitbetaald, bijvoorbeeld wanneer er gebodsbepalingen worden opgelegd (art. 9, §2, derde lid). De landbouwer kan ook eisen dat de Vlaamse Grondenbank zijn terreinen overkoopt bij een ernstige waardevermindering van zijn onroerend goed of wanneer de levensvatbaarheid van zijn bedrijf ernstig in het gedrang komt (art. 42).
Waar dat niet het geval is, kan de landbouwer nog altijd naar de rechter stappen. Die zal dan oordelen of het gelijkheidsbeginsel van de burgers ten aanzien van de openbare lasten geschonden is. De rechter zal daarbij rekening houden met de impact van de maatregel. Die kan immers sterk verschillen volgens de plannen die de eigenaar met het terrein had, het soort gewassen dat hij op de grond teelt of het soort gewassen dat op de betrokken grond geteeld kán worden, de vergunningen die hij kreeg, of de investeringen die hij heeft gedaan.
De uitspraak van het Grondwettelijk Hof heeft onmiddellijk uitwerking.

Decreet van 9 mei 2014 tot wijziging van de regelgeving inzake natuur en bos, BS 7 juli 2014.

Gepubliceerd op 03-05-2016

  113