Milieu

Handhavingsrapport 2015 van de Milieu-inspectie staat online

Het “Handhavingsrapport 2015” van de afdeling Milieu-inspectie is verschenen. Het rapport telt 50 bladzijden en geeft in deel I informatie over de afdeling als organisatie, de werking van de afdeling en een rapportering van de daarbij gebruikte middelen (personeel, budget…). In deel II leest u, naast het jaar in cijfers, de handhavingssystemen "omgevingsveiligheid" en "GPBV" en de inspectieprogramma’s "ketentoezicht" en "REACH". Tot slot bevat het een aantal bijlagen. Hierna volgt een korte bespreking.

Organisatie en werking

De afdeling Milieu-inspectie is het belangrijkste orgaan voor het toezicht op de naleving van de milieuhygiënewetgeving. Milieu-inspectie is een van de 11 afdelingen van het departement Leefmilieu, Natuur en Energie. De afdeling bestaat naast een klassieke verticale structuur met buitendiensten ook uit een horizontale structuur met milieuthematische- en milieuthemaoverschrijdende werkgroepen. Er zijn twee centrale diensten: het hoofdbestuur en de dienst toezicht zwarerisicobedrijven. De toezichtsbevoegdheden staan vermeld in het milieuhandhavingsbesluit. Naast een aantal decreten zoals het milieuvergunningsdecreet, decreet algemeen milieubeleid en het materialendecreet en hun uitvoeringsbesluiten zijn er ook een reeks verordeningen, zoals de verordening betreffende de ozonafbrekende stoffen, dierlijke bijprodukten, waarop toezicht wordt uitgeoefend.

De handhaving wordt op een planmatige wijze aangepakt. Daartoe wordt er jaarlijks een Milieu-inspectieplan opgesteld. Hierin worden de activiteiten in kaart gebracht en wordt rekening gehouden met het budget en de personele middelen. U vindt een overzicht van de handhavingscampagnes bestaande uit acties en projecten en de routine-, reactieve- en voortgangscontroles vermeld in het rapport. In dit rapport vindt u ook informatie over o.m. het beschikbare budget voor het uitvoeren en analyseren van water-, grondwater-, afval- en luchtstalen.

Administratieve afhandelingsbevoegdheid

In 2015 voerden 112 inspecteurs in totaal 13 076 bedrijfscontroles uit bij 4891 bedrijven. Daaruit volgden 533 aanvankelijke processen-verbaal. Deze processen-verbaal werden voor verder gevolg overgemaakt aan het parket. Het parket beslist tot seponering, minnelijke schikking of tot vervolging over te gaan of het dossier voor verder gevolg over te maken aan de afdeling bevoegd voor administratiefrechtelijke beboeting. Daarnaast is het belangrijk dat de milieu-inspecteur administratieve maatregelen aan de exploitant kan opleggen om hem ertoe aan te zetten zich in regel te stellen met de reglementering.
In 2015 werden 1772 raadgevingen en aanmaningen gegeven. Bij een hardleerse exploitant kan de milieu-inspecteur bestuurlijke maatregelen opleggen of de vergunningverlenende overheid vragen de vergunning te schorsen, op te heffen, de voorwaarden te wijzigen of aan te vullen. De afdeling Milieu-inspectie heeft in 2015 enentwintig bestuurlijke maatregelen opgelegd waarvan 6 stakingsbevelen, 13 bevelen tot regularisatie en in 2 gevallen een combinatie van voormelde bestuurlijke maatregelen. In een geval werd er een veiligheidsmaatregel opgelegd.

Reactieve controles

In 2015 ontving de afdeling Milieu-inspectie meer dan 2400 klachten, waarvan de meeste betrekking hadden op geur of geluid. De overige binnenkomende klachten kunnen in functie van belangrijkheid als volgt worden ingedeeld: exploitatie (598), lozing (287), lucht (207), afval (147), bodem- en grondwater (43), mest (26), licht (25) en veiligheid (22). Het gaat in totaal over 873 bedrijven waartegen een of meerdere klachten worden geformuleerd. Daarvan horen er 585 tot de eerste klasse. De overige klachten die werden geformuleerd tegen 288 bedrijven zijn echter bestemd voor de gemeente: een deel is gegrond, een deel ongegrond en een deel gaat over burenruzies.

Routine controles

De toezichthouders hebben 628 afvalstalen genomen, 1 bodemstaal, 5 grondwaterstalen en 1770 waterstalen. Wat de afvalwatercontroles betreft zijn er 819 bedrijven gecontroleerd waarvan 646 met een schepmonster en 169 met een meerdaagse controle. Naast monsternames zijn er ook metingen gebeurd van het geluid en de lucht. In 2015 werden er 97 geluidsmetingen verricht en 160 luchtmetingen.

Planmatige aanpak

Naast de uitvoering van routineopdrachten en van reactieve controles, zoals het nemen van stalen van afvalwater en afvalstoffen, behandelen van milieuklachten, controle van weigeringsbesluiten, proefvergunningen en vergunningen, wordt prioriteit gegeven aan een planmatige, preventieve en sterk gespecialiseerde handhavingsaanpak. Essentieel is dat de projecten en acties worden uitgevoerd op basis van een goed inzicht en dat ze uniform gebeuren in heel Vlaanderen. Bedrijven van een welbepaalde sector moeten dus op eenzelfde wijze worden gecontroleerd om oneerlijke concurrentie te voorkomen.

In 2015 werden de controles met een meer gerichte en risicogebaseerde inspectieaanpak bij de industriële en landbouw GPBV-bedrijven (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) verdergezet. Zo werd ook in 2015 naast deze GPBV-bedrijven, de Seveso-bedrijven, de koelinstallaties met ozonafbrekende stoffen en gefluoreerde broeikasgassen, de emissies bij biomassa- en houtverbrandingsinstallaties, de controle van de VOS-emissies van solventverbruikende bedrijven, LDAR-metingen en van de GGO-bedrijven (genetisch gemodificeerde organismen) verdergezet.

In het overzicht van de geteste koelinstallaties leest u dat er een groot aantal installaties zijn getest en dat bij elk koelmiddel het percentage lekkende installaties als het aantal gevonden lekken zijn vermeld. Zo zijn er o.m. bij vijftien installaties met koelmiddel R22 vastgesteld dat  er vier lekken zijn gevonden.

Naast de inspecties op controle op opmenging van afvalstoffen in bunkerolie, op de sortering van bedrijfsafval en de aanpak van diffuse emissies in ‘hot spot’-gebieden, werd in samenwerking met politiediensten controle verricht op de afvaltransporten en havencontroles uitgevoerd.

De controle van de lozing van afvalwater dat gevaarlijke stoffen bevat, de controles op vraag van de Vlaamse Milieumaatschappij en de lozing van voedingsbedrijven die onder Richtlijn 91/271 ressorteren, is al jaren een aandachtspunt. De MIP-resultaten zijn ook in een bijgevoegde tabel te raadplegen en de controles van de GPBV-industriële en -landbouwbedrijven en die van het Seveso II-inspectieprogramma uitgevoerd door de dertien toezichthouders van de dienst toezicht zwarerisicobedrijven. Hieruit blijkt dat ze in totaal 393 Seveso-controles hebben uitgevoerd in 2015 bij 256 inrichtingen. Er werd vooral aandacht besteed aan de wijze van uitvoeren van het veiligheidsbeheerssysteem, het uitwerken en implementeren van de interne noodplanning, het preventiebeleid en de beheersing van processtoringen en uitvoeren van gevaarlijke werken, en operationele handelingen en uiteraard aan de voortgangscontrole.

Bijlagen

Tot slot vindt u in het rapport drie bijlagen. In de eerste bijlage vindt u de contactpersonen binnen MI voor de inhoudelijke ondersteuning. De tweede bijlage gaat over de gebruikte afkortingen en in de derde bijlage vindt u de adressen en contactgegevens van de verschillende diensten.

U kan het handhavingsrapport 2015 raadplegen op de website van de Vlaamse overheid.

Gepubliceerd op 27-06-2016

  157