Milieu

Is uw Sevesobedrijf VLAREM-conform aan de ingang?

Sevesobedrijven moeten aan de ingang duidelijk kenbaar maken dat ze Seveso zijn. Hoe dat moet gebeuren, staat gedetailleerd beschreven in art. 5.17.1.1 van VLAREM II. Check even of je conform bent met deze bepalingen.

Informatiebord

Bij de ingang van Seveso-bedrijven moet een informatiebord hangen. Zorg ervoor dat dit bord voldoet aan volgende vereisten volgens VLAREM II:

1. het bord is tenminste 1 m² groot
2. de letters op het bord zijn duidelijk leesbaar
3. vermelding  “GEVAARLIJKE PRODUCTEN" voor lagedrempelinrichting en “VR-PLICHTIGE INRICHTING" voor hogedrempelinrichting
4. de naam, het adres en telefoonnummer van de exploitant zijn vermeld
5. het telefoonnummer van contactpersonen en voor noodgevallen (brandweer) zijn vermeld

Hierboven zijn de minimumgegevens opgesomd die moeten worden vermeld op het bord. 

Het bord moet worden opgehangen aan de ingang van de Seveso-inrichting. Bedoeling is dat het bord zichtbaar is voor bijvoorbeeld voorbijgangers of voor buurbedrijven, die onregelmatigheden, rookontwikkeling,.. zouden kunnen melden aan de contactpersonen.

Het is van belang te controleren of de gegevens op het bord aan uw bedrijf conform zijn met VLAREM en of ze accuraat zijn. Is het telefoonnummer nog up-to-date? Is er een andere contactpersoon? Doe aanpassingen waar nodig.

Er mag worden afgeweken van deze bepalingen door een alternatief systeem als dit op gebied van informatie minstens dezelfde waarborgen biedt en wordt aanvaard door de afdeling Milieu, bevoegd voor de omgevingsvergunning. In de praktijk is dat de afdeling Gebiedsontwikkeling, Omgevingsplanning en -projecten (vroegere Afdeling Milieuvergunningen).

Situatieplan

Bij de toegang tot Seveso-inrichtingen moet een situatieplan liggen. VLAREM II geeft aan wat moet worden vermeld op dit situatieplan voor elke opslag van gevaarlijke producten en hoe dit situatieplan moet worden bewaard.

1. Het situatieplan moet actueel zijn
2. De juiste liggingsplaats van alle opslagplaatsen van gevaarlijke producten aanwezig in de inrichting moet worden vermeld op het situatieplan
3. De chemische of technische benaming van elk gevaarlijk product met CLP-gevarenpictogram(men) en UN-nummer moet worden vermeld op het situatieplan voor alle opslagplaatsen van gevaarlijke producten aanwezig in de inrichting
4. Op het situatieplan moet worden vermeld of het gaat om opslag van gevaarlijke producten in:
  •  verplaatsbare recipiënten
  •  vaste bovengrondse houders
  •  rechtstreeks in de grond ingegraven houders
  •  in een groeve geplaatste houders
 5. De maximum opslagcapaciteit in ton of m³ moet worden vermeld op het situatieplan voor elke opslagplaats van gevaarlijke producten
 6. Voor elke opslagplaats van gevaarlijke producten moet de normale opslagtemperatuur in °C en de opslagdruk in Pa worden opgenomen op het situatieplan.
 7. Het situatieplan moet worden bewaard in een voor de hulpdiensten gemakkelijk bereikbare brandvrije kast
8. De brandvrije kast draagt de vermelding “GS-SITUATIEPLAN” in zwarte letters van ten minste 8 cm hoogte op een gele achtergrond
 9. Als deze brandvrije kast op slot wordt gehouden, wordt ofwel:
  •  de vergrendelingssleutel in de onmiddellijke nabijheid van de kast bewaard achter een beschermglas dat in geval van nood met een hamertje kan worden gebroken;

ofwel
  •  de kast afgesloten met een beschermglas dat in geval van nood met een hamertje kan worden gebroken

Bovenstaande gegevens moeten duidelijk staan aangeduid op het situatieplan. Ook hier is het nuttig om een controle te doen. Stemt het situatieplan nog overeen met de reële situatie? Ligt het situatieplan wel degelijk in een 'brandvrije' kast? Heeft de kast de correcte vermelding in zwarte letters op een gele achtergrond? 

Het situatieplan moet zich bevinden aan de toegang tot de inrichting. De brandvrije kast staat best op een plaats waarmee de brandweer akkoord gaat en die ze gemakkelijk kan bereiken. Naast de poort bijvoorbeeld. Bij twijfel is overleg met de brandweer hierover aan te bevelen.

Er mag worden afgeweken van deze bepalingen door een alternatief systeem als dit op gebied van informatie minstens dezelfde waarborgen biedt en wordt  aanvaard door de afdeling Milieu, bevoegd voor de omgevingsvergunning. In de praktijk is dat de afdeling Gebiedsontwikkeling, Omgevingsplanning en -projecten (vroegere Afdeling Milieuvergunningen).

Lees meer over Seveso op senTRAL.

Gepubliceerd op 03-08-2017

  128