Milieu

Koelinstallaties, energieplanning, zwembaden en nog veel meer in VLAREM-trein 2017!

Nog net voor zomervakantie start een publieke consultatie over de VLAREM-trein 2017 en een wijziging van VLAREM III. Die loopt tot uiterlijk 16 juli 2017. Opmerkingen over de 2 voorontwerpbesluiten richt u aan het Departement Omgeving, afdeling Gebiedsontwikkeling, Omgevingsplanning en –projecten (GOP) (milieuvergunningen.ccb@lne.vlaanderen.be).

Voorontwerpbesluit VLAREM-trein 2017

De VLAREM-trein 2017 voert o. m. wijzigingen door in volgende wetgeving:

  • VLAREM II
  • Stooktoestellenbesluit
  • Milieuhandhavingsbesluit
  • VLAREL
  • VLAREM III

Hieronder vindt u een greep uit de wijzigingen in VLAREM II.

In art. 1.1.2 (Definities) gebeuren nogal wat wijzigingen. Zo wordt de definitie van voertuig geschrapt en vervangen door een nieuwe definitie voor motorvoertuig.
Huidige definitie van voertuig: "een gemotoriseerd transportmiddel, met uitzondering van vaartuigen;"
Nieuwe definitie van motorvoertuig: "elk voertuig dat zich op eigen kracht voortbeweegt en wordt aangedreven door een motor, ongeacht de gebruikte brandstof;"
De huidige algemene definitie van ‘voertuig’ geeft regelmatig aanleiding tot onduidelijkheid. Andere termen over voertuigen (motorvoertuigen, aanhangwagens, auto, wrakken…) die in VLAREM worden gebruikt, worden niet gedefinieerd of soms met een andere betekenis gebruikt wat ook onduidelijkheid veroorzaakt. Daarom is gekozen om enkele definities te wijzigen, toe te voegen en doorheen de VLAREM-wetgeving op consistente wijze dezelfde terminologie te gebruiken. De definitie van voertuig is gebaseerd op de definitie uit het koninklijk besluit van 1 december 1975  houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.

In de algemene milieuvoorwaarden over oppervlaktewaterverontreiniging wordt een nieuwe afdeling 4.2.3bis Werking en onderhoud van een koolwaterstofafscheider ingevoegd. Deze afdeling is van toepassing op koolwaterstofafscheiders die als voorwaarde zijn opgelegd in de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit.

In de algemene milieuvoorwaarden over luchtverontreiniging wordt een wijziging doorgevoerd in afdeling 4.4.6 Meten en beheersen van fugitieve VOS emissies die te maken heeft met de IR-camera. Chemische bedrijven en raffinaderijen controleren jaarlijks hun procesapparatuur op lekkage waardoor de uitstoot van VOS wordt vermeden. Hierbij wordt met een lekmeettoestel de concentratie aan VOS ter hoogte van het potentieel lekkende apparaat gemeten. Deze methodiek werd in 2008 in een Europese norm vertaald: EN15446. Er is evenwel een nieuwe controletechniek voorhanden, met name de IR-camera, die toelaat om met een draagbare camera lekken vanop afstand te detecteren. Deze camera heeft het grote voordeel dat veel sneller kan gemeten worden, maar de camera is niet zo gevoelig als het lekmeettoestel, waardoor vooral grotere lekken gedetecteerd kunnen worden. Hierdoor wordt de IR-camera in de BREF’s niet als volwaardig alternatief van het lekmeettoestel erkend en is een 100% overschakeling op de IR-camera niet mogelijk. In de voorbije jaren heeft een LDAR-werkgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van de Vlaamse overheid en de Vlaamse industrie een alternatief meetprogramma uitgewerkt waardoor ook gedeeltelijke controle met de IR-camera mogelijk wordt gemaakt, en een efficiënter LDAR programma mogelijk is: betere controle, lagere kosten.

Het toepassingsgebied van de afdeling Energieplanning in de algemene milieuvoorwaarden Energieplanning en energieaudits wordt uitgebreid naar alle ingedeelde inrichtingen met een totaal energiegebruik van ten minste 0,1 PJ per jaar en niet meer 0,5 PJ zoals nu het geval is.

Ook in het toepassingsgebied van hoofdstuk 5.12 Elektriciteit wordt een wijziging doorgevoerd. De uitsluiting van mobiele elektrische noodgroepen, elektriciteitsproduktiegroepen of transformatoren tijdelijk ingezet voor de elektrische voeding van werktuigen, toestellen en installaties gebruikt bij de uitvoering van de eigenlijke bouw-, sloop- of wegeniswerken verdwijnen uit VLAREM II.

Voor koelinstallaties in hoofdstuk 5.16 zal het constructieattest (art. 5.16.3.3 §2) niet langer verplicht zijn als de installaties beantwoorden aan:
"a) het koninklijk besluit van 21 april 2016 betreffende het op de markt brengen van elektrisch materiaal;
b) het koninklijk besluit van 12 augustus 2008 betreffende het op de markt brengen van machines;
c) het koninklijk besluit van 13 juni 1999 betreffende het op de markt brengen van drukapparatuur of het koninklijk besluit van 11 juli 2016 betreffende het op de markt aanbieden van drukapparatuur;
”;

Er wordt wel in datzelfde artikel een extra verplichting toegevoegd: “5° Uiterlijk op 1 januari 2019 is elke koelinstallatie met een hoeveelheid van meer dan 2000 ton CO2–equivalent voorzien van een manometer op de hoge en de lagedrukzijde en thermometers die de oververhittingstemperatuur, de onderkoelingstemperatuur en de compressortemperatuur aangeven.”;

Het logboek voor koelinstallaties (art. 5.16.3.3 §8) moet voortaan ook volgende gegevens bevatten: “k) het Mollierdiagramma van de koelinstallatie bij de opstart, en na wijzigingen van de instellingen.
Bij de inhoudelijke gegevens van het logboek wordt de term "certificaatnummer"  van de erkende koeltechnicus of het erkend koeltechnisch bedrijf vervangen door "erkenningsnummer".
 
Voor de opslag van brandstoffen en brandbare vloeistoffen (hoofdstuk 5.6) en gevaarlijke producten (hoofdstuk 5.17) gebeurt een wijziging mbt het grondwateronderzoek voor tankenparken. Dit moet gebeuren als de tankenparken zijn gelegen binnen een waterwingebied of een beschermingszone. Als de exploitant dit onderzoek zelf uitvoert, moet deze methode voortaan erkend worden door een laboratorium en moet deze goedkeuring samen met de resultaten ter inzage liggen van de toezichthouder. 

Grote aanpassing in het hoofdstuk 5.32 Ontspanningsinrichtingen en schietstanden. De afdeling 5.32.8 Schietstanden in open lucht wordt gevoegd bij de afdeling 5.32.7 Schietstanden in een lokaal tegelijk met een actualisatie van de milieuvoorwaarden voor schietstanden. Afdeling 5.32.9 Zwembaden verschuift naar 5.32.8, zodat dit ook overeenkomt met de rubriek 32.8 Baden en waterrecreatie van de indelingslijst. De nieuwe afdeling 5.32.8 krijgt als opschrift “Vaste baden, open zwemgelegenheden en zones voor waterrecreatie”. Daarnaast wordt er een nieuwe categorie van zwembaden “de natuurlijke zwembaden” toegevoegd.

Het volledige deel 5bis met integrale voorwaarden voor standaardgarages- en carrosseriebedrijven en standaardhoutbewerkingsbedrijven wordt opgeheven. Het schrappen van deze integrale voorwaarden heeft geen klasseverhogingen tot gevolg; alle toepasselijke rubrieken voor deze standaardinrichtingen betreffen meldingsplichtige activiteiten. Het VLAREM zal op deze manier ook minder omvangrijk worden.

In het deel 6 Milieuvoorwaarden voor niet-ingedeelde inrichtingen wordt een nieuw Hoofdstuk 6.13 toegevoegd over vaste inrichtingen voor het laden van rijwielen, bromfietsen, motorfietsen,personenwagens en bestelwagens (laadpalen en dergelijke).

Voorontwerpbesluit VLAREM III

Een tweede voorontwerpbesluit tot wijziging van VLAREM III voegt bijkomende sectorale milieuvoorwaarden toe voor de volgende GPBV-installaties:

  1. de gemeenschappelijke behandeling en beheer van afvalwaterstromen, en afgasstromen in de chemiesector;
  2. de non-ferrometaalindustrie;
  3. de intensieve pluimvee- of varkenshouderij. 

Teksten:

Gepubliceerd op 19-06-2017

  190