Milieu

Linear-project presenteert de resultaten voor de uitbouw van smart grids

De kosten van de onbalans, die duurzame energiebronnen in het elektriciteitsnet kunnen en zullen veroorzaken, kunnen beter worden opgevangen door het energieverbruik van gezinnen automatisch te verschuiven. Dat is de belangrijkste conclusie van het ‘Linear’-project.
 

Dat onderzoek werd in 2009 opgezet door EnergyVille, het instituut waarin VITO, KU Leuven en imec hun onderzoek naar energie-oplossingen voor slimme steden bundelen. Ze werkten daarbij nauw samen met iMinds en de industrie. De technische en economische mogelijkheden van stuurbaar energieverbruik bij gezinnen werd in een reële veldtest uitgetest.

Automatische vraagsturing

‘Slimme’ huishoudtoestellen kunnen de energieleveranciers en netbeheerders helpen om meer en sneller op de moeilijk voorspelbare opbrengst van hernieuwbare energiebronnen te reageren. Op die manier worden dan hoge onbalanskosten gemakkelijker vermeden. De ‘slimme’ huishoudtoestellen in de test waren voorzien van relatief eenvoudige besturingen om hun verbruik te meten en ze vanop afstand aan- of uit te schakelen. Dit maakt het mogelijk voor energieleveranciers en netbeheerders om bijvoorbeeld veel was- en vaatwasmachines tegelijkertijd aan te schakelen. Die kunnen dan bijvoorbeeld energie‐opstoten van een forse wind verwerken, of de start van veel toestellen uitstellen tot een onverwachte mistbank opgetrokken is en de zonnepanelen weer meer produceren. Die automatische vraagsturing zorgt ervoor dat het elektriciteitssysteem flexibeler reageert op de opbrengst van weersafhankelijke energiebronnen. Daardoor kan de beschikbare elektriciteit uit hernieuwbare energie maximaal opgevangen worden, en kunnen nog meer hernieuwbare energiebronnen aan het elektriciteitsnet worden toegevoegd.

Tariefsturing

Linear vergeleek deze automatische vraagsturing ook met de mogelijkheden van tariefsturing. De meeste deelnemende gezinnen bleken maar beperkt rekening te houden met de zes tariefblokken per dag, die in het kader van het onderzoeksproject telkens een dag op voorhand werden doorgestuurd. Al vrij snel vervielen ze in hun oorspronkelijk verbruikspatroon. De gezinnen met slimme huishoudtoestellen daarentegen bleven die wel anderhalf jaar lang flexibel instellen.

Maar ook voor de energiebedrijven bleek automatische sturing interessanter dan tariefsturing. Met de automatische sturing kunnen ze immers tijdens de dag zelf op weersveranderingen inspelen, terwijl prijssturing enkel met voorspellingen tot een dag op voorhand werkt.

Minder kans op blackout

Wanneer energieleveranciers meer of minder energie van het net afnemen dan ze er aan leveren, en netbeheerder Elia het verschil moet rechttrekken via haar balanceringsreserves, betalen ze daarvoor een onbalanskost. Als Elia deze winter de bijkomende strategische reserves moet activeren, dan kan die kost oplopen tot 4.500 euro/MWh, of zowat 100 keer hoger dan normaal. Energieleveranciers riskeren daardoor zware kosten, en worden aangespoord om voldoende energie aan te kopen of klanten tegen vergoeding af te schakelen om een black‐out te voorkomen. Consumenten die hun vraag kunnen aanpassen aan de beschikbaarheid van energie, bijvoorbeeld via automatische vraagsturing, kunnen dus de energieleveranciers en netbeheerders helpen om die onbalanskosten beter op te vangen.

Gepubliceerd op 11-12-2014

  58