Milieu

Luchtkwaliteit in Vlaanderen verbetert, maar niet genoeg


 Voor het eerst haalt Vlaanderen de Europese doelstellingen voor fijn stof. Dat blijkt uit het laatste rapport over de luchtkwaliteit van de Vlaamse Miliemaatschappij. Maar er is nog veel werk aan de winkel.
 

Het nieuwe rapport “Luchtkwaliteit in het Vlaamse Gewest in 2014” is nu uit. Daarin staat dat Vlaanderen voor heel wat stoffen de Europese doelstellingen haalt. Voor fijn stof werd voor het eerst op alle meetplaatsen het maximaal toegelaten aantal overschrijdingen van de daggrenswaarde gerespecteerd.

Europese doelstellingen nog niet gehaald

De Europese lat ligt echter nog steeds een stuk hoger dan de Vlaamse praktijk. De luchtconcentraties van ozon, arseen, cadmium en nikkel moeten nog verder afnemen om overal aan de Europese doelstellingen te voldoen. In Antwerpen voldeden de concentraties van stikstofdioxide aan de - toegelaten soepelere - norm die nog gold in 2014, maar ten opzichte van de Europese grenswaarde sinds 1 januari werd ook deze norm nog overschreden.

De metingen op plaatsen met veel verkeer weerspiegelen de werkelijke uitstoot van het wegverkeer. Daar waren er veel hogere concentraties van zwarte koolstof en stikstofoxiden dan gemiddeld in de rest van Vlaanderen. Die stoffen zijn vooral afkomstig van verkeer. Ook de modellen geven een duidelijke verhoging aan van deze stoffen op verkeersintensieve locaties en in nauwe straten.

Meer inspanningen voor de volksgezondheid

Het rapport constateert bovendien dat de de richtwaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie nog ver boven de meetresultaten van 2014 liggen, zelfs als het gaat voor stoffen die ruim voldoen aan de wettelijke Europese normen. De WGO-richtwaarden zijn strenger maar niet bindend, en houden ook geen rekening met technische of economische beperkingen. Ze hebben als enig doel de gezondheid van de mens te beschermen.

Uitstoot luchtverontreinigende stoffen en broeikasgassen blijft dalen

Een ander VMM-rapport focust op de lozingen van luchtverontreinigende stoffen en broeikasgassen in 2014. Die dalen al sedert 2000, in het geval van de broeikasgasemissies met 14%.

Voor de meerderheid van de luchtverontreinigende stoffen nam in de periode 2000-2014 het relatieve aandeel van de huishoudens en het verkeer nog toe. De maatregelen om de uitstoot te verminderen wegen niet altijd op tegen de toenemende activiteit. Zo is de impact van het toenemende houtverbruik als verwarmingsbron duidelijk merkbaar in de toename van het aandeel van de emissies door de huishoudens.

Het rapport “Lozingen in de lucht 2000-2014” geeft een overzicht van de uitstoot van de belangrijkste luchtverontreinigende stoffen en broeikasgassen voor de sectoren: industrie en energie,  gebouwenverwarming, verkeer, off-road machines, land- en tuinbouw, natuur en landgebruik. Voor elk thema worden de emissies van specifieke parameters en het aandeel van de onderscheiden bronnen daarin bekeken.
Europees Joaquin-project is afgerond

Het Europese project ‘Joint Air Quality Initiative’ of ‘Joaquin’ heeft vier jaar lang nieuwe, gezondheidsrelevante stoffen (zoals ultrafijnstof) in de lucht boven Noordwest-Europa onderzocht, en een ‘decision support tool’ met 22 maatregelen voor lokale beleidsmakers ontwikkeld. Voor Vlaanderen was het VMM die hieraan meewerkte. Er waren 15 andere partners uit Noordwest-Europa biju betrokken. Joaquin besteedde bijzondere aandacht aan luchtvervuilende stoffen waarvan vermoed wordt dat ze zeer gezondheidsrelevant zijn.

Eén daarvan was ultrafijnstof, dat zijn  stofdeeltjes kleiner dan 1 µm, de meeste zijn kleiner dan 0,3 µm. Omdat ze zo klein zijn is het belangrijk om te kijken naar het aantal deeltjes in plaats van naar het gewicht. Daarnaast kijkt men ook naar het aantal deeltjes per grootteklasse (bv. het aantal deeltjes tussen 0,1 µm en 0,2 µm), dit noemt men de ‘deeltjesgrootteverdeling’.  Het Joaquin-project zorgde voor een netwerk in Vlaanderen met vier nieuwe, hoogtechnologische meettoestellen voor ultrafijnstof. Elk meettoestel werd in één van de deelnemende steden geplaatst: Amsterdam, Antwerpen, Leicester en Londen.

Uit de resultaten blijkt dat:
  • het totale aantal deeltjes sterk verschilt van locatie tot locatie; de verschillen houden hoofdzakelijk verband met de nabijheid van verkeer
  • het verkeer is een belangrijke bron  van ultrafijn stof, wat extra onderlijnd wordt door de duidelijke pieken tijdens de ochtend en avondspits
  • de deeltjesgrootteverdelingen zijn gelijkaardig in alle deelnemende steden van het project, wat kan wijzen op de aanwezigheid van gelijkaardige bronnen (de uitzondering was Amsterdam: de luchthaven ten zuidwesten van de stad bleek een belangrijke bron van deeltjes in de allerkleinste grootteklasse)
  • VMM en de Joaquin-partners zetten deze metingen overigens verder, om evoluties en trends in het voorkomen van ultrafijnstof tijdig te detecteren.

De partners in Joaquin verzamelden een arsenaal aan rapporten en studies over maatregelen voor een betere luchtkwaliteit, en die informatie werd samengevat in 22 fact sheets met concrete maatregelen voor een betere luchtkwaliteit. De partners kwamen samen tot onderbouwde voorstellen voor maatregelen. Om de informatie vlot te ontsluiten voor lokale beleidsmakers wordt ze aangeboden als een ‘decision support tool’ die een beknopt overzicht geeft van:

  • alle maatregelen
  • de waargenomen effecten
  • voorbeelden van implementatie in andere steden
  • links naar andere informatiebronnen.

Dit kan overheden op weg helpen om eerste verkennende keuzes te maken bij het aanpakken van luchtkwaliteitsproblemen.

Gepubliceerd op 17-12-2015

  310