Met de fiets naar het werk? Als het weer meezit (en dan nog)

Steeds meer Belgen fietsen naar het werk, maar hun aantal blijft beperkt. Onze onveilige wegen en slechte fietspaden doen velen weer voor Koning Auto kiezen.

“Wij zijn een fietsland”, zegt minister Ben Weyts (N-VA) in De Standaard. “Maar wij zijn een fietsland in het weekend. We vinden het allemaal de doodnormaalste zaak van de wereld om zondagvoormiddag 150 kilometer af te malen met de kameraden. En maandagochtend, voor 10 kilometer, pakken we de auto en gaan we in de file staan.”

De fiets kan nochtans een oplossing bieden in het mobiliteitsprobleem, maar dan moet er, om te beginnen, zwaar geïnvesteerd worden in fietsinfrastructuur en verkeersveiligheid. Uit de eerste resultaten van een studie van Vias Institute en FOD Mobiliteit bij 30 000 Belgen bleek dat de fiets langzaamaan terrein wint: sinds 2010 steeg het aantal dat met de fiets naar het werk gaat van 7 naar 16 procent. Als redenen om het niet te doen kwamen de weersomstandigheden, de gebrekkige fietsinfrastructuur en de verkeersonveiligheid naar voren. 

Vlaanderen: Europees kampioen fietsonveiligheid

Helaas bleek uit diezelfde studie ook dat de fiets één van de meest gevaarlijke vervoersmiddelen blijft. Vooral elektrische fietsers komen drie keer meer in onveilige situaties terecht dan automobilisten. In 2013 vielen in Vlaanderen 9,5 fietsdoden per miljoen inwoners. Dat was toen het hoogste aantal in heel Europa.

Nochtans kan het ook anders: in Amsterdam gebeurt 32 procent van alle verplaatsingen met de fiets. Tussen 1980 en 2005 nam fietsen daar toe met 45 procent en daalde het aantal dodelijke verkeersslachtoffers met 58 procent. In Kopenhagen, de fietshoofdstad van de wereld, fietst 62 procent naar het werk of school. Dat heeft natuurlijk alles te maken met de fietscultuur en -infrastructuur in die landen, die bij ons op vele plaatsen nog ontbreekt.

“We hebben hier nog een serieuze achterstand in te lopen”, zegt ook Weyts. “Wij zullen de komende drie jaar driehonderd miljoen euro investeren in fietsinfrastructuur. Daarmee pakken we meer dan achthonderd kilometer fietspaden aan." Ook binnen het Vlaams Pendelfonds wordt dit jaar 2,2 miljoen euro voorzien voor bedrijven die hun fietsbeleid willen uitbouwen met bedrijfsfietsen, elektrische fietsen, overdekte fietsenstallingen, laadpalen of douches. Ook wil Weyts de fietsvergoedingen optrekken. 745 bedrijven dienden tot nu toe al een projectaanvraag in.

30 km/uur

Betere fietsinfrastructuur is goed, maar niet de enige maatregel die moet genomen worden, zegt de Nederlandse “fietsprofessor” Marco Te Brömmelstroet, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Zo komen fietssnelwegen volgens hem voort uit ‘autodenken’: “Ze zijn bedoeld om mensen snel van de ene naar de andere stad te brengen en om de files kleiner te maken. Maar ze zijn niet de meest efficiënte manier om mensen op de fiets te krijgen.”

“Begrijp me niet verkeerd: je moét fatsoenlijke fietsinfrastructuur hebben. Maar in Nederland bevinden we ons al in een volgende fase. We zien dat het fietsen stagneert of zelfs krimpt in het buitengebied en in de buitenwijken van de steden. Hoewel er net daar mooie, brede fietspaden liggen. In de binnensteden, waar er weinig of geen aparte infrastructuur voorhanden is, zie je dan weer een groei.”

Dat zou te maken hebben met de snelheidsbeperking van 30 kilometer per uur in die binnensteden, die zwaarder doorweegt dan de goede fietsinfrastructuur. Ook in Kopenhagen werd die beperking ingevoerd. “Dat verlaagde de drempel om te gaan fietsen”, legt Wout Baert van kenniscentrum Fietsberaad uit in De Standaard. “En de fiets werd zo ook de eerste keuze om zich snel te verplaatsen. Gent doet het nu ook, Leuven en Mechelen volgen. En in Gent werkt die aanpak. Auto’s gaan zo veel mogelijk langs het hoofdwegennet om hun bestemming in de stad te bereiken of krijgen een minder directe verbinding. Voor hen is omrijden ook minder een probleem dan voor de niet-gemotoriseerde weggebruikers.”

Uiteraard is het dan belangrijk om werk, school, crèche, winkels, etc op fietsbare afstand te hebben en het gebruik van de auto zoveel mogelijk te ontmoedigen door parkeren duur te maken. En dat is niet vanzelfsprekend in België: we zijn een pendelland en onze ruimtelijke ordening is niet gecentreerd in kernen. 

Safety in numbers

Fietsveiligheid heeft uiteindelijk ook te maken met het aantal fietsers op de weg. De paradox is dat veel mensen nu de fiets niet nemen, omdat ze zich onveilig voelen in het verkeer. Maar dat verkeer kan alleen maar veiliger worden als meer mensen gaan fietsen. Dat is de (dikwijls betwiste) safety in numbers-conclusie die naar voren kwam in Scandinavische studies: hoe meer fietsers, hoe beter automobilisten letten op al die fietsers en hoe minder ongevallen er gebeuren. Ook onderling is dat zo. Fietsers gedragen zich als een zwerm spreeuwen: ze hebben geen leider, maar houden elkaar in het oog en passen zo hun gedrag aan.

Een duwtje in de rug

Maar onveilige wegen en slechte fietspaden wegen minder zwaar door als je werkgever je een duwtje in de rug geeft. Zo voorziet Reynaers Aluminium in Duffel bedrijfsfietsen, fietsstallingen, -kledij en een hersteldienst op de site. Ze kregen op die manier 137 van de 450 werknemers op de fiets. Dat is drie keer zo veel in zes jaar tijd. En voor werknemers die verder dan 15 km wonen, zijn er elektrische fietsen en vouwfietsen voor op de trein. Reynaers won al verschillende prijzen voor dit duurzaam woon-werkbeleid.

Bij ziekenhuisgroep ZNA in Antwerpen komt bijna de helft van de 6000 werknemers met de fiets naar één van hun negen ziekenhuizen. Dat heeft deels met de Antwerpse files te maken: de fiets is daar dikwijls een snelle manier om je te verplaatsen van A naar B. Maar ZNA moedigt haar werknemers ook aan door een fietsvergoeding, ontbijt en beveiligde stallingen en laadpalen.

Bij Miko in Turnhout koppelden ze hun fietsbeleid dan weer aan extra reclame. Bijna 140 werknemers kochten een bedrijfsfiets met korting waarop Puro Fairtrade Coffee prijkt. De fietsers kunnen die fiets afbetalen op 36 maanden, laten herstellen bij een lokale partner en al trappend de fiets terugverdienen met een fietsvergoeding. Ook wordt het fietsen gestimuleerd door tijdelijke acties, bijvoorbeeld door werknemers hun fietsvergoeding te laten doneren aan goede doelen tijdens de Week van de Mobiliteit.

“Iedereen moet zijn verantwoordelijkheid nemen om de files tegen te gaan: de overheid, de werkgevers en de werknemers”, besluit Goedele Sannen, adviseur mobiliteit bij de werkgeversorganisatie Voka in De Tijd. “Hoewel het woon-werkverkeer een privéverplaatsing is, zien we dat veel werkgevers inspanningen doen om meerdere mobiliteitsvormen aan te bieden. Dan doen ze vooral om hun medewerker op tijd op het werk, de werf of bij de klant te krijgen. Maar ook de ‘war for talent’ speelt een rol. Een vlotte mobiliteit maakt werknemers gelukkiger.”

Bronnen:
-Mvovlaanderen.be, Koffiebranderij koppelt fietsstrategie aan publiciteit en charity, 27/7/2016
-De Standaard, Combinatie bedrijfswagen en fiets wint veld, 17/5/2017
-De Standaard, Weyts: 'Op zondag 150 kilometer fietsen? Geen probleem. Maar die 10 kilometer naar het werk? Ho maar', 8/6/2017
-De Standaard, Belg vaker met fiets naar werk, als weer en infrastructuur meezitten, 13/09/2017 
-De Standaard, ‘Een zone-30 doet meer dan goede fietspaden’, 23/9/2017
-De Standaard, Hoe meer fietsers, hoe veiliger? Niet in Vlaanderen, 7/10/2017
-De Tijd, Grote bedrijven halen auto’s van de weg, 4/7/2018

Gepubliceerd op 20-09-2018

  50