Milieu

Milieu-inspectie focust op controle van afvalstromen, asbest en koelinstallaties

In het Milieu-inspectieplan 2018 ligt de focus vooral op afvalstromen, asbest en koelinstallaties. Dat blijkt uit het aantal VTE's dat afdeling Handhaving (Milieu-inspectie) hiervoor wil inzetten. Bovenaan de lijst staat landbouw met de controle van AEA-stalystemen bij klasse 1-bedrijven. Hieronder volgt een bespreking van de thema's uit het rapport

Afval

 
Controle op het wegtransport van afvalstromen
De stroom “Bouw- en sloopafval” krijgt in de risicobeoordeling van afvalstromen (LNE, 2016) een hoge prioriteit omwille van de grote geproduceerde volumes, de ingewikkelde wetgeving en de asbestproblematiek. De aanpak door MI moet vooral gericht zijn op traceerbaarheid, en dit kan onder meer door in te zetten op transportcontroles op verkeersassen waarlangs veel bouw- en sloopafval wordt getransporteerd (niet-grensoverschrijdend).

Met deze controles beoogt MI ook de politie te ondersteunen en te motiveren in deze materie.

Voor het toezicht op de overbrenging van afvalstoffen over de weg zal MI samenwerken met de politiediensten. In onderling overleg zullen een aantal onaangekondigde gerichte acties worden uitgevoerd in het Vlaamse Gewest waarbij het vrachtverkeer dat (vermoedelijk) afval vervoert, selectief zal worden tegengehouden. Indien het gaat om afvaltransporten zullen de lading en de documenten worden geïnspecteerd en getoetst aan de vereisten van Vlaamse en Europese afvalwetgeving.

Prioritaire verkeersassen: RoRo-verkeer in de haven van Zeebrugge, grensstreek Limburg, grote verkeersassen naar de Antwerpse haven, Ring rond Brussel.

 
Controle op uitvoer van afvalstoffen via zeehavens
Uit de risicobeoordeling van afvalstromen (LNE, 2016) blijkt dat de volgende afvalstromen, in afnemende volgorde van belang, de nodige aandacht verdienen bij exportcontroles:
  • AEEA: gevaarlijk afval, groot aantal exporteurs, groot aandeel in overtreding, slecht naleefgedrag
  • Metaal: grote geëxporteerde volumes, mogelijke aanwezigheid van gevaarlijke eigenschappen/componenten (AEEA-restanten, teerhoudende kabels, PCB’s, …)
  • Kunststof: grote geëxporteerde volumes, export van sterk vervuilde partijen
  • Papier: grote volumes, export van licht vervuilde partijen

 
Controles in het kader van ketentoezicht
Met deze actie houdt MI ook toezicht op een aantal stromen die in de risicobeoordeling van afvalstromen (LNE, 2016) een hoge prioriteit krijgen, met name de uitvoer van AEEA en de verwerking van bouw- en sloopafval, i.h.b. sorteerzeefzand en afvalstoffen die daarop lijken.

De campagne wordt verdeeld in zes groepen van controles:
 a) Controles bij producenten, verwerkers, IHM’s en vervoerders: naar aanleiding van weg-, haven- of bedrijfscontroles zullen ‘verdachte’ partijen afvalstoffen die ergens op het traject tussen hun ontstaan en hun definitieve verwerking werden vastgesteld, worden onderzocht. Meer bepaald zal worden nagegaan waar de partij werd geproduceerd en of ze vanaf het moment van de productie correct werd opgeslagen, vervoerd, verwerkt (aspecifiek ketenonderzoek). Dit omvat ook alle controles van containers of voertuigen die mogelijk geladen zijn met AEEA en die om die reden uitgeladen en/of visueel geïnspecteerd moeten worden op een locatie buiten de haventerminals.
 b) Controles bij producenten en verwerkers van bouw- en sloopafval.

  
Controles op grensoverschrijdend grondverzet
Uit de risicobeoordeling van afvalstromen (LNE, 2016) is grensoverschrijdend grondverzet als hoge prioriteit naar voor gekomen, omwille van de grote hoeveelheden die jaarlijks getransporteerd worden en het feit dat een eventuele vervuiling visueel niet eenvoudig zichtbaar is. Bovendien worden er de komende jaren grote hoeveelheden verwacht in het kader van de Oosterweel-werken. De afgelopen jaren werd al vastgesteld dat uitgegraven bodem uit Vlaanderen in Nederland werd toegepast op locaties die niet in de kennisgeving vernoemd waren.
 De controles hebben tot doel na te gaan of uitgegraven bodem die uit Vlaanderen naar Nederland vertrekt, voldoet aan de voorwaarden en de omschrijving in het kennisgevingsdossier. Daartoe zullen stalen genomen worden van de partijen voorafgaand aan het vertrek. Aan de Nederlandse inspectiedienst zal gevraagd worden om na te gaan of de grond aankomt en toegepast wordt op de locaties die in het kennisgevingsdossier vermeld worden.
 
Controle op selectieve inzameling op sloopwerven: bouw en sloopafval (0,7 VTE)
Controles op sloopwerven zullen grotendeels ad hoc gebeuren omdat ze niet lang op voorhand bekend worden gemaakt, zodat een planning op voorhand moeilijk is. Niettemin zal de afdeling Handhaving ook actief op zoek gaan naar sloopwerven die binnen bovenstaand risicoprofiel vallen. De informatie zal vooral komen van de bevraging van de gemeenten, de vermelding van sloopwerkzaamheden in omgevingsvergunningen, meldingen vanwege de FOD WASO en ad hoc vaststellingen door de toezichthouders van de afdeling Handhaving.

De sloop- en de asbestinventaris wordt op voorhand opgevraagd, en dient als leidraad tijdens de rondgang op het terrein bij het begin van de sloopwerkzaamheden. Tijdens de rondgang wordt nagegaan of het asbest en de andere (gevaarlijke) afvalstoffen selectief ingezameld worden.

Afhankelijk van het risico op overtredingen wordt de initiële controle gevolgd door een aantal opvolgingscontroles. In het geval van klasse 1- bedrijven of die dat in het verleden waren (faillissementen), treedt de TH van de afdeling Handhaving autonoom op. In de andere gevallen gebeurt het toezicht door de lokale TH, en geeft de TH van de afdeling Handhaving enkel technische ondersteuning, ofwel telefonisch ofwel op het terrein. Hiervan wordt in alle gevallen een controle- of werkverslag gemaakt. De afdeling Handhaving zal die ondersteuning zelf aanbieden aan het lokale bestuur, of assistentie bieden als daarom gevraagd wordt.

  
Controles op de omgang met asbest door sorteerbedrijven (0,7 VTE)
De doelgroep omvat zowel klasse 1- als klasse 2-ingedeelde bedrijven. Voor de klasse 2 ingedeelde bedrijven zal de afdeling Handhaving op voorhand aan de lokale toezichthouder vragen of zij een gezamenlijke controle willen uitvoeren.

De controles zullen bestaan uit één of meer bedrijfsbezoeken, waarbij er aandacht wordt besteed aan de aanwezigheid van asbest tussen het gesorteerde en het niet-gesorteerde afval, en de selectieve inzameling van andere afvalstoffen.

Een tweede aspect betreft het afvalregister, dat bestaat uit een vormcontrole, een inhoudelijke controle voor wat betreft de afvoer van asbesthoudend afval, en de controle van het weigeringsregister.

Een laatste aspect betreft de opslag van het afval zelf, met bijzondere aandacht voor stofhinder.

De controles bij klasse 1 bedrijven zullen autonoom door de toezichthouders van de afdeling Handhaving uitgevoerd worden. De controles bij klasse 2-bedrijven zullen door lokale toezichthouders uitgevoerd worden, met assistentie op het terrein van de afdeling Handhaving, en op voorwaarde dat de lokale toezichthouders hiermee akkoord gaan. Mocht tijdens deze controles blijken dat het bedrijf eigenlijk als klasse 1 ingedeeld had moeten zijn, dan neemt de afdeling Handhaving het toezicht over.

Controles op de omgang met asbest op containerparken (0,3 VTE)


Raadgevingen m.b.t. de inventarisatie van asbest (0,2 VTE)
Uit de risicobeoordeling van afvalstromen (LNE, 2016) is bouw- en sloopafval als hoge prioriteit naar voor gekomen, vooral omwille van de mogelijke verontreiniging met asbest. Eenmaal dat een partij “besmet” is met asbest is deze nog moeilijk en zeer duur te reinigen. Het is dus zaak om asbestverontreiniging zoveel mogelijk in het begin van de keten te vermijden.

De aanwezigheid van asbest in bedrijfsgebouw kan het beste worden vastgesteld op basis van de asbestinventaris. Het is niet de bedoeling om toezicht te houden op die asbestinventaris, maar dit document vormt wel de belangrijkste informatiebron voor de toezichthouder om te weten te komen of er asbest aanwezig is, zonder zelf een volledige rondgang te doen.

De asbestinventaris wordt dus in alle hoger beschreven gevallen opgevraagd, met uitzondering van de landbouwbedrijven. In die laatste gevallen gaat de aandacht vooral uit naar asbestcement zoals die veelal gebruikt wordt voor daken van stallen. 

Indien o.b.v. een rondgang en/of het asbestinventarisdocument vastgesteld wordt dat er asbest aanwezig is, dan wordt een raadgeving opgesteld waarbij de exploitant gewezen wordt op zijn verplichtingen bij verwijdering of afbraak, met name de selectieve inzameling, de afvoer naar een vergunde verwerker, de beperkingen rond “eenvoudige handelingen”, … Hiervoor wordt een standaard-raadgeving gebruikt.

 
Controles bij asbestverwijdereaars (0,1 VTE)
Tijdens de plaatsbezoeken op de exploitatiezetel van de bedrijven wordt nagegaan of er (tussentijdse) opslag van asbest gebeurt, of deze voldoet aan de voorwaarden van Vlarem rond opslag van asbest, en of de opslag eventueel uitgezonderd is van de klasse 1-vergunningsplicht zoals vermeld in de inleiding van rubriek 2 van de indelingslijst.

Een tweede aspect is de registercontrole: zowel vormelijk, als inhoudelijk wat betreft de afvoer van asbestafval naar vergunde verwerkers. Bij niet-erkende asbestverwijderaars wordt er in de mate van het mogelijke nagegaan of er ook vrije asbest wordt ingezameld.

Lucht

Controles koelinstallaties (0,4 VTE)
De inspecties bij exploitanten waar koelinstallaties in gebruik zijn, worden opnieuw geïntensifieerd verder gezet in 2018 in alle provincies, met het doel 10 bedrijven per provincie te controleren.

Enerzijds zal een controle van de logboeken duidelijkheid verschaffen over de historiek van specifieke installaties, hun relatieve lekverlies, verplichte lekdichtheidscontroles en certificaten (art 5.16.3.3. van titel II van het VLAREM).

Anderzijds zal in sommige gevallen met behulp van een koeltechnicus de installatie op koelgaslekken getest worden. Bij de bedrijfskeuze zal geopteerd worden naar niet eerder gecontroleerde koelinstallaties alsook naar installaties waarbij in het verleden reeds hoge relatieve lekverliezen werden vastgesteld.


Controle solventboekhoudingen (0,3 VTE)
Controle van de VLAREM-bepalingen (5.59) die voortvloeien uit de solventrichtlijn is geen eenvoudige zaak, deels omwille van de zeer verschillende sectoractiviteiten die hieronder vallen, deels omwille van de complexe boekhouding en de vele onzekerheden. Om een grondige controle mogelijk te maken, dient hiervoor specifiek tijd voorzien te worden.

De selectie van de bedrijven binnen een specifieke sector zal gebeuren op basis van de hoeveelheid gebruikte solventen en/of aanwezigheid van gevaarlijke stoffen.

In 2018 zal de focus voor de inspecties op de coatingsector (categorie 8) liggen, gezien deze sector relevante bedrijven heeft in quasi elke provincie, verantwoordelijk is voor een groot deel aan totale NMVOS emissies en ook gevaarlijke stoffen hanteert.

 Ondersteuning lokaal toezicht bij controles koelinstallaties (0,2 VTE)
Koelinstallaties bevatten vaak gefluoreerde broeikasgassen (F-gassen). Dit project kadert in het Vlaams Actieplan ter reductie van de uitstoot van F-gassen en geeft uitvoering aan Actie 6 B2 “Ondersteuning lokale toezichthouders handhaving Klasse 2 bedrijven“. Koelinstallaties bevinden zich zowel in klasse 1, klasse 2, als klasse 3 ingedeelde inrichtingen.

De afdeling handhaving dient het toezicht op de klasse 2-inrichtingen geleidelijk af te bouwen waar gemeentes deze taak overnemen. Meer dan de helft van de exploitanten voldoet niet aan de geldende milieuwetgeving en het is daarom van belang dat handhavingsactiviteiten blijven verder gezet worden bij de klasse 2 en 3 ingedeelde inrichtingen. Afdeling handhaving heeft de nodige instrumenten en ervaring (checklists, standaardaanmaningen, standaard VVV) om de lokale toezichthouders hierin te ondersteunen. Op deze manier kan de uniforme aanpak van handhaving behouden blijven die deze specifieke problematiek nodig heeft.

De selectie van klasse 2 of 3 ingedeelde inrichtingen zal gebeuren op basis van:
  • hoge lekverliezen vastgesteld door afdeling handhaving of lokale toezichthouders in het verleden
  • installaties met een hoge nominale koelmiddelinhoud of koelmiddel met een hoge GWP

Daarna zal de afdeling de lokale handhavers bijstaan bij het opleggen van eventuele handhavingsmaatregelen en opvolging. Op deze manier zullen deze lokale handhavers de nodige kennis hebben om in de toekomst deze controles zelfstandig uit te voeren.

IR-screening tankopslag (0,1 VTE)
De emissies van vluchtige organische stoffen zijn gerelateerd aan verschillende milieuproblemen zoals de vorming van ozon en hebben in sommige gevallen ook schadelijke effecten op de menselijke gezondheid (o.a. benzeen). Nagaan of houders gevuld met vluchtige organische stoffen worden onderworpen aan de verplichte controle op lekdichtheid met behulp van een IR-camera is daarom belangrijk.

De rapporten en video-opnames dienen ter beschikking te zijn van MI. Alle emissiebronnen dienen – voor zover mogelijk- onmiddellijk of binnen de 3 maanden hersteld te zijn.

De controle zal zich richten op enerzijds de volledige uitvoering op alle tanks die onder de wetgeving vallen, de beschikbaarheid van rapporten en video-opnames en anderzijds de uitvoering van de vereiste herstellingen.
 
In alle provincies worden bedrijven gezocht met relevante tankopslag, en minstens 5 bedrijven in Oost-Vlaanderen en 5 in Antwerpen, waarop subafdeling 5.17.4.5. van toepassing is, worden aangeschreven en de rapporten beoordeeld. Er werd gestart met de eventuele administratieve en strafrechtelijke afhandeling.

Zware metalen in buurt van grote metaalverwerkende bedrijven (Hoboken, Beerse en Genk) (0,1 VTE)


Controle van zelfcontrole lucht (0,04 VTE)
Op een snelle manier emissiemetingen laten uitvoeren op rookgas- of afgaskanalen van verbrandingsinrichtingen en industriële procesinstallaties ter controle van de naleving van de wettelijke emissiegrenswaarden.

De keuze van de installaties gebeurt grotendeels op basis van een risicogebaseerde steekproef en in overleg met de toezichthouders van de buitendiensten. Daarnaast is er ruimte voorzien voor toezichthouders om flexibel ‘ad hoc’ te kunnen inspelen op hun eigen noden en vaststellingen.

Onder meer volgende omstandigheden kunnen aanleiding geven tot emissiemetingen:
  • een hoge emissievracht;
  • emissies van schadelijke stoffen;
  • emissieniveaus die de milieunormen benaderen of (potentieel) overschrijden;
  • een potentiële dioxine-uitstoot, die nog niet of onvoldoende is gekend;
  • emissies die leiden tot hinder en/of klachten vanuit de omgeving;
  • de toezichthoudend ambtenaar wenst een uitgebreidere set parameters te laten bepalen dan wettelijk verplicht bij de zelfcontrole;
  • de procesomstandigheden of ingezette grondstoffen/reststoffen kunnen aanleiding geven tot sterke fluctuaties van de uitstoot;
  • de toezichthoudend ambtenaar wenst emissies van specifieke organische parameters te controleren;
  • er bestaat discussie betreffende de representativiteit van de meetresultaten van de exploitant

Bodem en grondwater

Controle op (erkende) boorbedrijven bij boringen of grondwaterwinningen (0,3 VTE)
De erkenningsbesluiten van boorbedrijven traden in werking vanaf 1 januari 2017. De aanleg en buitengebruikstelling van grondwaterwinningen (rubriek 53) en boringen (rubriek 55) mag enkel gebeuren door daartoe erkende boorbedrijven volgens specifieke voorschriften.

Op basis van binnengekomen besluiten, de voorafgaande melding van uitgevoerde boringen door de erkende boorbedrijven en meldingen van mogelijk niet-erkende boorbedrijven of niet vergunde of gemelde boringen/grondwaterwinningen zullen de werkzaamheden van deze bedrijven worden gecontroleerd. Er zal o.a. worden nagegaan of de verplichte voorafgaande melding correct gebeurde, of het boorbedrijf correct verifieerde welke vergunning de exploitant bezit en of de voorwaarden hierin worden nageleefd.

De controles worden uitgevoerd met behulp van een specifieke checklist met aandacht voor de vergunningstoestand, de specifieke voorschriften voor boor- en opvulwerkzaamheden uit bijlage 5.53.1 van VLAREM II en de sectorale voorwaarden uit rubrieken 53 en 55 m.b.t. de specifiek te rapporteren gegevens na de boorwerkzaamheden.

Water

Controle bij voedingsbedrijven onder richtlijn 91/271/EEG inzake behandeling van stedelijk afvalwater (0,3 VTE)
De bedrijfstakken die zijn opgenomen in de richtlijn zijn: zuivelindustrie, vervaardiging van producten op basis van groenten en fruit, bereiding en botteling van frisdranken, verwerking van aardappelen, vleesindustrie, brouwerijen, bereiding van alcohol en alcoholhoudende dranken, vervaardiging van diervoeder uit plantaardige producten, vervaardiging van gelatine en lijm op basis van huiden en beenderen, mouterijen, visverwerkingsindustrie.
Milieu-inspectie zal de lozing van de bedrijven die onder deze richtlijn vallen (ong. een 90-tal) met een verhoogde frequentie controleren indien er in de loop van de voorbije twee jaar minstens 2 overschrijdingen van de lozingsnorm werden vastgesteld. Daarnaast zullen ook voedingsbedrijven die recent overschakelden van lozing op riolering naar lozing op oppervlaktewater extra worden gecontroleerd. De controles gebeuren enkel bij die voedingsbedrijven (en aanverwante sectoren) die niet zijn aangesloten op RWZI.

 
Ecotoxiciteitstesten op bedrijfsafvalwater (0,2 VTE)
Bij een 15-tal bedrijven zal de afdeling Handhaving het bedrijfsafvalwater controleren op ecotoxiciteit.

De bedrijven worden gekozen op basis van volgende criteria:
  • ecotoxiciteitstesten maken deel uit van de bijzondere voorwaarden van de vergunning van het bedrijf.
  • ecotoxiciteitstesten zijn opgenomen in de BREF-documenten of VLAREM III en het bedrijfsproces moet (op termijn) voldoen aan deze BBT.
  • het bedrijfsafvalwater is complex van aard.

Landbouw

 
Controle van AEA-stalsysemen bij klasse 1-bedrijven (RIE-bedrijven) (1,7 VTE)

Gepubliceerd op 18-05-2018

  213