Minister lanceert mobiliteitsmerk


 Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Lydia Peeters lanceert een merk: ‘Hoppin’. Dat moet een Vlaams mobiliteitsmerk worden dat alle beschikbare mobiliteitsoplossingen in één herkenbaar jasje steekt. In de komende jaren wordt er gewerkt aan herkenbare ‘Hoppin’-mobipunten in het straatbeeld. Tijdens deze legislatuur is daar al 100 miljoen euro voor gereserveerd.
 

Bedoeling is dat de Vlaamse weggebruiker die een 'Hoppin' tegenkomt onmiddellijk zal weten dat hij of zij op een plek waar diverse mobiliteitsoplossingen beschikbaar zijn. Door het openbaar vervoer af te stemmen op de (e-)fiets, de personenwagen en deelsystemen, wil de Vlaamse overheid daarmee alle pendelaars ondersteunen bij hun verplaatsingen. Met het merk wil ze een reflex creëren bij de burgers en hen de weg wijzen in het bos van de groeiende mobiliteitskeuzen.

Deze marketingactie is dus in de eerste plaats op de pendelaar gericht, en past in de beleidskeuze van deze voor een shift van basismobiliteit naar basisbereikbaarheid. Die Vlaamse mobiliteitsvisie vertrekt vanuit een vraaggestuurd mobiliteitsaanbod en zet combimobiliteit (het combineren van verschillende vervoermiddelen) centraal. Vanaf het najaar zullen er mobipunten in het straatbeeld verschijnen onder de naam ‘Hoppin’: op die locaties komen meerdere vervoersoplossingen zoals openbaar of collectief vervoer, deelauto’s, taxi’s, (deel)fietsen en (e)steps samen. Het aanbod van die mobipunten zal de komende jaren sterk groeien, beloft de minister. “Voor deze legislatuur voorzien we 105.400.000 euro voor de uitrol van zo’n 1.000 mobipunten verspreid over heel Vlaanderen. Het Agentschap Wegen en Verkeer, De Lijn, Lantis en De Werkvennootschap staan in voor de realisatie langs gewestwegen. Steden en gemeenten zijn verantwoordelijk voor de aanleg van Hoppin-locaties langs wegen in hun beheer."

Gesubsidieerde mobipunten

Afgelopen vrijdag (17 juli 2020) keurde de Vlaamse regering daartoe een besluit voor de financiering en samenwerking met lokale besturen voor het mobiliteitsbeleid principieel goed. Elk knooppunt van vervoersmogelijkheden met voldoende vervoerspotentieel komt in aanmerking mits het beantwoordt aan de nodige kwaliteitseisen. Zowel VVM De Lijn, AWV, Lantis en De Werkvennootschap staan in voor de realisatie van deze mobipunten langs onder meer gewestwegen. Lokale besturen staan in voor de aanleg van de mobipunten langs de gemeentewegen.

Er zijn vijf verschillende types van mobipunten voorzien, op basis van de plaats die ze innemen in het vervoersnetwerk en het bereik van pendelaars die er van vertrekken:

  • interregionale mobipunten op basis van netwerklogica
  • regionale mobipunten op basis van netwerklogica
  • lokale mobipunten op basis van netwerklogica
  • buurtmobipunten op basis van netwerklogica
  • buurtmobipunten op basis van nabijheidslogica

Voor de aanleg van een interregionaal of regionaal mobipunt aangeduid door de vervoerregio wordt een tussenkomst voorzien van 50% van de kostprijs, met een maximum van respectievelijk 500.000 tot 250.000 euro. De lokale en buurtmobipunten worden door de gemeenten aangeduid en ingericht. Hiervoor is een subsidie voorzien van 100% van de kostprijs, met een maximum van respectievelijk 50.000 tot 25.000 euro voor lokale of buurtmobipunten. Van de 1.000 te realiseren mobipunten tijdens deze legislatuur zullen er naar verwachting ruim 785 gelegen zijn aan gemeentewegen. Om gemeenten aan te moedigen deze mobipunten aan te leggen, wordt daarvoor een financiering van 100% beloofd.

Alles in één app?

De Vlaamse overheid zorgt daarnaast voor een website en een app, die diverse vervoersoplossingen met elkaar combineren om de beste route van punt A naar punt B te berekenen rekening houdend met openbaar vervoer, taxidiensten, deelauto’s, deelfietsen en -steps, parkeermogelijkheid en laadinfrastructuur. Pendelaars zullen er onder meer informatie vinden over uurroosters, vlotte verbindingen en tarieven.

Wie dan toch nog vragen heeft over een bepaald traject, zal die op termijn kunnen stellen bij de Vlaamse mobiliteitscentrale die onder de naam 'Hoppin’ alle informatie van de vervoerexploitanten gaat bundelen. Maar voorlopig is er alleen nog maar een logo. Zowel de website, de app als de infocentrale zal pas in de loop van 2021 gelanceerd worden.

De minister hoopt hiermee pendelaars en burgers een hefboom aan te reiken voor de noodzakelijke modal shift van autovervoer naar meer duurzame mobiliteitskeuzes. 


Auteur: Joris De Vroey

Gepubliceerd op 23-07-2020

  8