Milieu

Nieuwe regels om fijn stof bij bouwwerken te beperken in de Vlarem-trein 2015

Vanaf 1 januari 2017 is een aannemer verplicht om bij bouw-, sloop- en infrastructuurwerken de stofemissies zo laag mogelijk te houden. Deze verplichting wordt ingevoerd door de VLAREM-trein 2015 (nog niet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad). De bedoeling van de nieuwe milieuvoorwaarden is om het fijn stof dat bij werken vrijkomt, te verminderen en de overlast voor omwonenden te beperken. De wetgeving is van toepassing op alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken uitgevoerd in open lucht door een aannemer en die langer dan één dag duren. Activiteiten uitgevoerd door een particulier vallen niet onder het toepassingsgebied. Het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE) geeft tekst en uitleg bij de nieuwe wetgeving en volgt de implementatie ervan op.

De voorbije decennia zijn er in Vlaanderen heel wat maatregelen genomen om de uitstoot van fijn stof en de chemische voorloperverbindingen (ammoniak, zwaveldioxide en stikstofoxiden) terug te dringen. Dat heeft geleid tot een duidelijke verbetering van de luchtkwaliteit voor wat betreft fijn stof. Metingen van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) tonen echter aan dat het fijn stof dat vrijkomt tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken nog vaak leidt tot significante verhogingen van het lokaal gemeten fijn stof. Precies om die emissies terug te dringen, wordt in Vlarem 2 een nieuw hoofdstuk 6.12 ‘Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken’ opgenomen.

Het nieuwe hoofdstuk 6.12 maakt deel uit van Deel 6 ‘Milieuvoorwaarden voor niet-ingedeelde inrichtingen’ van VLAREM 2. De reden is dat veel bouw-, sloop- en infrastructuurwerken niet milieuvergunningsplichtig zijn. Maar ook bouwwerven of activiteiten op deze bouwwerven die wel milieuvergunningsplichtig zijn, moeten aan de nieuwe reglementering voldoen. De wetgeving treedt in werking vanaf 1 januari 2017, zodat bedrijven in tussentijd geïnformeerd kunnen worden over de inhoud van de wetgeving, en zich waar nodig kunnen voorbereiden op de implementatie ervan.

Concrete maatregelen

Er zijn vier concrete maatregelen voorgeschreven voor het voorkomen van stofemissies die afkomstig zijn van breekwerken, zandstralen, polijsten, slijpen, boren, frezen, zagen en slopen. Minimaal één van deze vier maatregelen moet genomen worden. Het gaat met name over de maatregelen:

  1. afscherming met doeken of zeilen;
  2. beneveling van de locatie waar de werken worden uitgevoerd;
  3. bevochtiging ter hoogte van de apparatuur;
  4. rechtstreekse stofafzuiging op breekhamers, polijstmachines, slijpschijven, boormachines, freesmachines en schuurmachines.

Aanvullend moet er verneveling of bevochtiging zijn bij sloopwerken onder droge of winderige weersomstandigheden waarbij visueel waarneembare stofverspreiding optreedt. De maatregelen gelden niet voor werken van minder dan één dag, maar ook daar zijn ze uiteraard aan te bevelen.

De installaties moeten onderhouden en gecontroleerd worden, en stoffilters moeten tijdig vervangen worden. Er zijn ook snelheidslimieten op bouwwerven voorzien, variërend van 20 tot 40 km/u in functie van de locatie en het brutogewicht van het voertuig. Tot slot moeten procedures en instructies gebaseerd op een code van goede praktijk ter beschikking gesteld worden aan het personeel.

Meerwaarde voor bedrijven

Aannemers en bedrijven hebben er zelf alle belang om stofreducerende maatregelen te nemen. Ze verkleinen zo het risico op klachten van omwonenden, wat de goede verstandhouding met de buurt en de lokale overheden ten goede komt en wat bijdraagt tot een positieve uitstraling van het bedrijf. Daarnaast vermijden ze het risico op eventuele boetes, aangezien het niet-naleven van de opgelegde milieuvoorwaarden kan leiden tot een proces-verbaal met bijhorende strafrechtelijke vervolging. Dat risico bestaat vooral wanneer wordt vastgesteld dat de reglementering meermaals met de voeten wordt getreden. Stofbestrijding is ook kostenbesparend want het gereedschap gaat langer mee omdat het afgezogen stof het niet langer kan verstoppen en aantasten. Tot slot is het belangrijk te benadrukken dat in het kader van de federale wetgeving voor welzijn op het werk in de praktijk al handhaving gebeurt, op basis van visuele waarneming van stofemissies tijdens bouwactiviteiten. De reden is dat door te frezen, zagen, boren of slijpen in steenachtige materialen kwartsstof vrijkomt dat het longweefsel kan beschadigingen.

Hulp bij de juiste keuze van stofbestrijdingsapparatuur

Op de website www.kwartsstofvrij.be staan instructiefiches van NAVB (Nationaal Actiecomité voor Veiligheid en hygiëne in het Bouwbedrijf) met goede praktijken in de bouwsector. Het gaat om algemene instructiefiches die gebruikt kunnen worden op alle bouwplaatsen (bv. stofmetingen, goede hygiëne, ledigen van kleine stofzuigerzakken, …). Daarnaast zijn er instructiefiches met goede praktijkvoorbeelden voor specifieke werksituaties in de bouwsector (bv. zagen van betontegels met een tafelzaagmachine, polijsten van betonvloeren, uitvoeren van kleine sloopwerken, …).

In Nederland heeft het studie- en adviesbureau TNO een digitale ‘toolbox stofvrij werken’ ontwikkeld, zie www.stofvrijwerken.tno.nl. In deze toolbox kunt u de meest geschikte stofbestrijdingsapparatuur terugvinden in functie van het type gereedschap waarmee u werkt en het type materiaal dat u bewerkt.

Zowel de instructiefiches van het NAVB als de toolbox van TNO zijn in eerste instantie  gericht op het vermijden van blootstelling van de werknemers aan kwartsstof. Al spreekt het voor zich dat de getroffen maatregelen ook toegepast kunnen worden in het kader van de nieuwe Vlarem-wetgeving.

Goede praktijkvoorbeelden

Rechtstreekse stofafzuiging op de apparatuur, directe bevochtiging ter hoogte van de apparatuur en het benevelen van de werf worden al courant toegepast. Op de markt is er een uitgebreid assortiment aan stofafzuiginstallaties, stoffilters, bevochtiging- en benevelingsapparatuur met bijhorende watertoevoer. Dat zowel voor de kleinere draagbare machines als voor de grotere machines. Deze stofafzuig- en bevochtigingsapparatuur is vaak zo ontworpen dat ze kan aangesloten worden op verschillende types slijp-, boor- en schuurmachines. Enkele courante toepassingen:

1. Stofzuigers
De meest toegepaste techniek voor het terugdringen van de stofemissies aan de bron, is het voorzien van een stofafzuiging aan de apparatuur (vlakschuurmachine, boorhamer, slijpschijf, haakse slijper, polieren van beton, …). Het stof wordt afgezogen naar een stofzuiger met filter. Op Europees niveau is er een algemeen geldende norm (EN 60335-2-69), die uitgaat van verschillende MAC waarden (Maximum Authorized Concentration) die definiëren hoeveel stof is opgenomen per volume lucht.


Boren met stofafzuiging:  

 Polieren met stofafzuiging:

2. Beneveling ter hoogte van de apparatuur of van het te bewerken oppervlak

Een alternatief voor stofafzuiging is toepassen van lokale beneveling. Via een waterslang met een benevelingskop ter hoogte van de stofproducerende apparatuur, wordt het geproduceerde stof direct via waterdruppels gecapteerd en valt het neer op de grond (foto).

 

Bij een slijpmachine bv. is een sproeikop geïnstalleerd op het zaagblad waarbij gesproeid wordt op een zijde van het zaagblad (foto). Bij een tegelboormachine bv. gebeurt de watertoevoer ter hoogte van de booras.

 

 

 

 

 

3. Nevelkanon tijdens het uitvoeren van sloopwerken

Nevelkanonnen produceren een mistgordijn van microdruppels die zich vermengen met de stofdeeltjes uit de lucht en deze neerslaan. Op die manier wordt het stof uit de lucht ‘gewassen’. Nevelkanonnen zijn de meest toegepaste techniek om bij grootschalige bouwwerken de stofverspreiding te beperken (foto). Voor sloop van kleine bouwvolumes dient bekeken te worden of een nevelkanon nog de meest aangewezen methode is, omdat dan een kans bestaat op overdimensionering.



4. Plaatsen van doeken om de verspreiding van stof te verminderen

Bij afbraakwerken, zandstralen, schuren of slijpen kunnen doeken of zeilen aan de bouwhekken rondom het terrein of aan de stelling tegen de gevel bevestigd worden. Bij een stelling spreken we over steigerdoeken (foto). De gebruikte doeken zijn ultrafijnmazig maar meestal wel deels stofdoorlatend omdat bij het gebruik van volledig dichte doeken er een risico bestaat op schade bij hevige wind (bv. stelling die omvervalt, doeken die losgescheurd worden, …).

Het nieuwe hoofdstuk is te raadplegen op senTRAL na verschijning in het Belgisch Staatsblad. U kunt wel al de definitief goedgekeurde teksten nalezen op de website van LNE (VLAREM-trein 2015).

bron: LNE - Jasper Wouters

Gepubliceerd op 18-05-2016

  248