Milieu

OVAM helpt de gemeenten hun risicogronden inventariseren

OVAM-GIR-2Elke gemeente in Vlaanderen moet haar risicogronden in kaart brengen en deze gemeentelijke inventaris uitwisselen met het grondeninformatieregister (‘GIR’) van de OVAM. Veel lokale administraties keken aanvankelijk tegen deze zoveelste verplichting op, maar OVAM wist hen over de streep te trekken met een nieuw webloket en diensten op maat.

 

‘Risicogronden’ zijn percelen met een potentiële bodemverontreiniging, meestal vanwege activiteiten in het verleden. Om deze percelen vlotter te inventariseren vernieuwde de OVAM in 2012 het webloket voor gemeenten waarmee deze hun eigen inventaris digitaal kunnen uitwisselen. Daar kwamen ook toelichtingen, richtlijnen en advies op maat bij. Dat heeft de uitbouw van het GIR flink versneld. 

De gemeentelijke schakel 

Nathalie Van Trier coördineert bij de OVAM er het inventarisatieproject waarmee men een volledig zicht op de risicogronden in Vlaanderen wil krijgen. Want tegen 2036 moeten alle bodemsaneringen voltooid zijn, en dus moeten de risicogronden tijdig onderzocht worden. “De gemeentelijke inventarissen van risicogronden zijn een belangrijke schakel in het GIR, maar in het verleden bleek het voor de OVAM niet vanzelfsprekend om die informatie uitgewisseld te krijgen,” vertelt Nathalie Van Trier. “Daarom moesten wij tot voor kort dikwijls blanco bodemattesten bezorgen over percelen die eigenlijk risicogronden waren. Veel gemeentebesturen hadden geen tijd om hun inventaris op te stellen, en ons vorige webloket hield ook geen rekening met de diverse beheersystemen die de gemeenten voor hun register gebruikten. Het nieuwe loket doet dat wel: ze kunnen de gegevens nu manueel invoeren vanuit hun archief, of ze door de OVAM laten converteren. Zo hebben we de digitale drempel verlaagd.”

In de praktijk

Hoe werkt het webloket in de praktijk? “De manier van invoeren kan verschillen, maar eigenlijk komt het erop neer dat er per perceel een interpretatie van de activiteiten naar de Vlarebo-rubrieken moet gebeuren op basis van de milieuvergunning of van terreinkennis. Zo worden kadastrale percelen in de databank gekoppeld aan de Vlarebo-rubrieken, samen met de namen van de eigenaar en de exploitant per rubriek. Dat zijn de gegevens die ingevoerd moeten worden, gegroepeerd per dossier of met lijsten, afhankelijk van hoe de gemeente die data heeft bijgehouden.”

 Naast het vernieuwde webloket biedt de OVAM de gemeentebesturen ook een online ‘risico-inlichtingentool’ (‘RIT’) aan, waarmee ze kunnen nagaan of een activiteit als een risico-inrichting wordt beschouwd. Nathalie Van Trier: “Dikwijls is het moeilijk om een oude beschrijving van activiteiten te vertalen naar de indeling van de Vlarem-rubrieken. In de praktijk moet je voor elk perceel bepalen welke Vlarebo-rubrieken van toepassing zijn om te weten of het al dan niet een risicogrond is. We hebben daartoe een lijst met historische termen verzameld waarvoor RIT de juiste Vlarem-rubriek aanduidt, en die lijst wordt constant bijgewerkt.”

 

OVAM-GIR

Win/win

De OVAM heeft er zelf alle belang bij om de uitwisseling van deze gegevens te faciliteren, om na te gaan of de bedrijven voldoen aan hun onderzoeksverplichtingen. “Maar ook voor de gemeenten biedt de operatie voordelen. Ze krijgen een overzicht van de risico’s en de potentiële saneringen voor brownfields of andere ontwikkelingen. Zij krijgen ook voortdurend vragen van notarissen waaraan ze veel tijd moeten besteden. Alleen daarvoor al levert een actuele, digitale inventaris hen veel tijdwinst op. En als er een bodemverontreiniging wordt vastgesteld kunnen ze de bron sneller vinden.”

En er zijn nog meer ‘stakeholders’ die een graantje meepikken van de algemene digitalisering van de bodeminformatie. Die operatie moet immers ook de uitwisseling van gegevens met notarissen, vastgoedmakelaars, bodemsaneringsdeskundigen en particulieren verbeteren en versnellen. Naast het webloket voor de gemeenten is er nog een loket voor bodemsaneringsdeskundigen en het ‘Geoloket’ voor particulieren.

Op het einde van de rit zal de digitalisering ook de kwaliteit van de bodemattesten bevorderen. Die informeren kandidaat-kopers over de eventuele risico’s van een perceel: wanneer een grond in het GIR is opgenomen wordt dit erin vermeld. “We willen graag de informatie die de notaris vraagt op het bodemattest geregistreerd zien, want een blanco bodemattest wordt nog al te vaak geïnterpreteerd als een garantie dat er geen vervuiling is; terwijl dat alleen betekent dat de OVAM er geen informatie over heeft.” 

MIVA14004-cover

 

 

Het nieuwe nummer van milieuDirect is nu uit, met een dossier ‘Bodem’ over de gemeentelijke inventaris, fytoremediatie, nieuwe bodemsaneringstechniek in Oostende, de cofinanciering voor saneringsprojecten en de ’S-Risk’ tool. Daarnaast een dossier over waterzuivering en de uitdagingen voor biomethaan. Kijk hier voor meer informatie over het Kluwer-vakblad voor milieuprofessionals.

Gepubliceerd op 10-09-2014

  214