Milieu

Politiek debat over de energietransitie

Energik, de Vlaamse vereniging voor energie- en milieutechnologie, organiseerde op 25 maart een debat onder politici maar voor energiespecialisten. Met de verkiezingen aan de horizon was het immers relevant om de standpunten van de Vlaamse partijen over de transitie naar hernieuwbare energie nog eens naast elkaar te zetten.

Wie?

Energik had pech op 25 maart: net op de dag waarop het grote energiedebat gepland was, werd een extra vergadering van de Commissie Energie in de het federaal parlement bijeengeroepen, waardoor de partijspecialisten verstek moesten geven. N-VA kon niet tijdig een vervanger naar het debat sturen, OpenVLD vond in Jan Van den Bulcke een plaatsvervanger voor Frederik Schiltz, en Groen stuurde Hermes Sanctorum in plaats van Kristof Calvo. Bart Martens vertegenwoordigde SP.a, Robrecht Bothuyne was de specialist van CD

Iedere politieke partij is het erover eens dat een transitie naar hernieuwbare energie er moet en zal komen. De meningen verschillen echter als het gaat over de vraag naar financiering, prioriteiten en strategie.

Energiepact?

Robrecht Bothuyne (CD) gooide het voorstel van een ‘energiepact’ tussen de verschillende Belgische overheden en marktspelers op tafel. “We moeten keuzes maken op basis van de gemeenschappelijke doelstellingen en met voldoende draagvlak. De energiemarkt moet een eerste prioriteit zijn voor de volgende Vlaamse regering.” De liberale partij zet in op innovatie en nieuwe technologieën, zei Jan Van den Bulcke (OpenVLD).
“De vooruitgang van duurzame-energietechnologie wordt hier en daar al spectaculair,” bevestigde Hermes Sanctorum (Groen), “maar we zijn vandaag nog grotendeels afhankelijk van fossiele brandstoffen. Trends zoals de Amerikaanse schaliegaswinning of de vragen rond biomassa doorkruisen bovendien de strategieën voor de transitie. Er is ook nog onvoldoende draagvlak voor een massale overgang naar hernieuwbare energie, hoewel sommige technologieën zoals PV fors goedkoper zijn geworden. Ik sluit mij aan bij het idee van een energiepact, maar de grote knelpunten schuilen in de vraag: wie gaat dat betalen? De financiering is tot nu toe voornamelijk via de elektriciteitsfactuur gebeurd, en dat is niet langer houdbaar.”

De (on)zekerheid van hernieuwbare energie

Zijn hernieuwbare bronnen wel in staat om aan onze vraag naar energie te voldoen en de zekerheid van de bevoorrading te garanderen?

“Het gaat om een gabalanceerde energiemix, en we moeten in de komende tien jaar de nodige vervangende capaciteit opbouwen in de aanloop naar de kernuitstap,” stelde Jan Van den Bulcke vast. De continue waarborg van een afdoende productiecapaciteit wordt evenwel moeilijker naarmate de ‘intermitterende’ energiebronnen zon en wind een groter aandeel in die mix krijgen. “Daar zijn meerdere oplossingen voor,” zei Bart Martens. “Vergroot de interconnectiviteit tussen de hoogspanningsnetten over heel Europa. In Scandinavië gebruikt men de waterkrachtcentrales om tekorten in wind- en zonne-energie op te vangen: als er daarvan genoeg is hebben ze overproductie, en daar schuilt dus een gigantische ‘batterij’ voor de rest van Europa als we de netten beter op elkaar aansluiten. We verwachten ook nog technologische innovaties in de opslagmogelijkheden voor energie, denk aan de Belgische plannen voor een ‘energieatol’ in de Noordzee. En we moeten inzetten op de smart grids om de vraag beter af te stemmen op het aanbod.”

“Dat zal allemaal zeker nodig zijn, maar we moeten ook durven zeggen dat we in de transitiefase niet zonder fossiele brandstoffen zullen kunnen,” nuanceerde Robrecht Bothuyne. “En er moet nog verdere ontwikkeling gedaan worden in andere duurzame, niet-intermitterende bronnen zoals geothermie en getijdencentrales bijvoorbeeld.” Jan Van den Bulcke wees op het belang van energie-efficiëntie, Hermes Sanctorum verwees naar relatief goedkope maatregelen om de piekvraag naar elektriciteit af te vlakken, waarbij de industrie vaak een hefboomfunctie heeft.

Opties openhouden

Bart Martens waarschuwde tegen een eenzijdige strategie. “Ik proef hier toch wat heimwee naar de tijd van de uitrustingsplannen, toen men minutieus de productie per centrale ging uitspellen. Deze toekomst laat zich niet voorspellen. In Nederland hebben ze jaren gediscussieerd over een nationaal uitrustingsplan. Het resultaat is dat er nu gloednieuwe gascentrales staan te roesten omdat ze de stekker moesten uittrekken wegens onrendabel. Daar is een enorme kapitaalvernietiging gebeurd. In deze geliberaliseerde markt met disruptieve technologische ontwikkelingen moet je dus geweldig oppassen dat je altijd genoeg opties openhoudt. Je kan niet meer alleen op lange termijn plannen. De tijd van gereguleerde tarieven is voorbij en zal ook niet meer terugkomen. Bovendien zijn we nu in België al vier jaar aan het discussiëren met de gewesten en de federale overheid over de verdeling van Europese engagementen voor de CO2-reducties en de verdeling van de veilingopbrengsten; we hebben nog altijd geen akkoord. De 27 EU-lidstaten hadden zes maanden nodig om de 20/20/20-doelstellingen onderling te verdelen.”

Ook Robrecht Bothuyne vond het belangrijk om lessen te trekken uit verkeerde beleidskeuzes van de voorbije jaren. “Het voorbeeld van het mislukte uitrustingsplan in Nederland is mooi, maar vergeet niet welke verkeerde investeringen wij zelf hebben gemaakt, zoals de oversubsidiëring van zonnepanelen die ons nog meer dan een miljard kan kosten. Juist daarom pleiten wij voor een energiepact dat gedragen wordt door alle stakeholders.”


V.l.n.r. Hermes Sanctorum, Jan Van den Bulcke, moderator Eddy Groenwals, Robrecht Bothuyne en Bart MartensFinanciering

Wie gaat de transitie betalen, wilde de moderator weten? “Ik denk dat er nog mogelijkheden zitten in participaties in de distributienetbeheerders door private spelers, naast subsididiëring van technologische ontwikkelingen,” opperde Jan Van den Bulcke, verwijzend naar het voorbeeld van Elia. “Maar daarvoor moeten we afstappen van het ‘stop and go’ beleid. En we zullen ook moeten investeren met algemene middelen, buiten de energiefactuur van de consumenten om.”

Bart Martens: “Wij vinden dat de oude technologie de nieuwe moet betalen: tegenover de exploitatieverlenging van de kerncentrales staat de ‘nucleaire rente’ die in hernieuwbare energie geïnvesteerd moet worden. Het afromen van die winsten uit afgeschreven centrales effent tegelijk het speelveld in de markt voor nieuwkomers. Daarnaast gaan we oversubsidiëring vermijden door steuntarieven te verbinden met de marktprijzen van de technologie. Zonnepanelen hebben vandaag al ‘green parity’ bereikt en hebben dus geen financiële steun meer nodig. Op internationaal niveau moeten we het ETS-systeem grondig aanpassen om de prijs van CO2 drastisch te verhogen. In de Europese emissiehandel is die prijs zo laag geworden dat er geen enkele incentive meer is voor energiebesparing en koolstofvrije alternatieven. We zouden daarvoor een bodemprijs moeten afspreken, wat ons land extra inkomsten zou opleveren bij de veiling van uitstootrechten. Welk transitiescenario, welke energiemix we ook kiezen, we staan onvermijdelijk voor een gigantische investeringsgolf om de bevoorrading en het voortbestaan van onze energienetten te vrijwaren. Maar er is ook nog geld te vinden in pensioenfondsen en dergelijke. Als je ziet wat een spaarboekje vandaag nog opbrengt, dan bieden duurzame energieprojecten algauw een veel beter rendement om heel wat slapend spaargeld aan te spreken.”

 Conclusies

Hermes Sanctorum mocht besluiten dat voor Groen een duidelijke en ambitieuze doelstelling tegen 2030 en 2050 voorop staat. “Maar niet elke groene energievorm is evenwaardig. Vaak maakt men keuzes op basis van kostenefficiëntie die achteraf verkeerd blijken. Denk aan de centrales op houtpellets en de discussie die daar nu ontstaat over oneerlijke concurrentie voor de houtsector. Bovendien vraagt elke energievorm een eigen strategie. Zonne-energie wordt geproduceerd door een massa kleine ‘prosumenten’. Voor windenergie pleiten wij voor een participatiemodel dat gemeenschappen en buurtbewoners laat meedelen in de lusten en lasten. Op die manier gaan we het draagvlak vergroten om de doelstellingen te halen.”

Robrecht Bothuyne zag het ‘energiepact’ als de beste kans om dat draagvlak te verbreden. “Maar een focus van tien tot vijftien jaar is noodzakelijk, aangezien centrales op die tijd moeten worden afgeschreven. Ik nodig iedereen uit om mee te werken aan zo’n energiepact. Dat zal na de zomer de eerste opdracht zijn voor de nieuwe ministers van energie.”

Jan Van den Bulcke legde in zijn conclusies wat meer nadruk op de competitiviteit van onze economie. “We mogen de kosten niet alleen bij de bedrijven en consumenten leggen. Als we die lasten uit het verleden dan toch moeten betalen, dan liever uit de algemene begrotingsmiddelen.”

Bart Martens tenslotte keek opnieuw naar Europa. “Ik denk dat we weer een ideaal nodig hebben dat de Europese Unie een nieuwe impuls kan geven. Europa heeft trouwens groene energie broodnodig om onafhankelijk te worden van de gigantische import aan fossiele brandstoffen, die vandaag meer dan 300 miljard per jaar kost en met elke prijsverhoging de handelsbalans negatiever maakt. We moeten ons dus met Vlaanderen in het Europese energiebeleid inschrijven. Als dat kan uitmonden in een breed gedragen ‘energiepact’ dan gaan we daarin mee, maar niet als dat de transitie blokkeert telkens wanneer een stakeholder niet mee wil. Daarnaast moeten we het transitiedebat verbreden buiten de elektriciteitssector: er is nog heel veel winst te halen in groene warmte en in de transportsector.”

Meer over het energiedebat in "milieuDirect" van 18 april a.s.

 

Gepubliceerd op 27-03-2014

  301