Milieu

Strengere emissiegrenswaarden voor grote stookinstallaties in VLAREM II

Vanaf 1 januari 2013 gelden strengere emissiegrenswaarden voor grote stookinstallaties (VLAREM II,afdeling 5.43.3).

De emissiegrenswaarden wijzigen voor volgende grote stookinstallaties:
  • grote stookinstallaties die gevoed worden met gasvormige of vloeibare brandstoffen in raffinaderijen (andere dan gasturbines en stationaire motoren) strengere emissiegrenswaarden voor de parameters stof, SO2, NO2 en CO in functie van het totaal nominaal thermisch ingangsvermogen en datum waarvoor de eerste vergunning tot exploitatie is aangevraagd of in gebruik werd genomen;
  • grote stookinstallaties, andere dan gasturbines en stationaire motoren, die gevoed worden met steenkool, turf en andere vaste fossiele brandstoffen strengere emissiegrenswaarden voor de parameters stof, SO2, NO2, CO, chloriden en fluoriden in functie van het totaal nominaal thermisch ingangsvermogen en datum waarvoor de eerste vergunning tot exploitatie is aangevraagd of in gebruik werd genomen;
  • de grote stookinstallaties, andere dan gasturbines en stationaire motoren, die gevoed worden met vaste biomassa strengere emissiegrenswaarden voor de parameters stof, SO2, NO2, CO, dioxinen en furanen en zware metalen in functie van het totaal nominaal thermisch ingangsvermogen en datum waarvoor de eerste vergunning tot exploitatie is aangevraagd of in gebruik werd genomen;
  • grote stookinstallaties, andere dan gasturbines, dieselmotoren en dualfuelmotoren, die gevoed worden met vloeibare brandstoffen strengere emissiegrenswaarden voor de parameters stof, SO2, NO2, CO, nikkel en vanadium in functie van het totaal nominaal thermisch ingangsvermogen en datum waarvoor de eerste vergunning tot exploitatie is aangevraagd of in gebruik werd genomen;
  • grote stookinstallaties, andere dan gasturbines, gasmotoren en dualfuelmotoren, die gevoed worden met gasvormige brandstoffen, strengere emissiegrenswaarden voor de parameters stof, SO2, NO2, CO in functie het type gas, het totaal nominaal thermisch ingangsvermogen en de datum waarvoor de eerste vergunning tot exploitatie is aangevraagd of in gebruik werd genomen;
  • gasturbines (grote stookinstallatie met inbegrip van STEG en al dan niet met bijstook), die gevoed worden met vloeibare brandstoffen, strengere emissiegrenswaarden voor de parameters stof, SO2, NO2, CO in functie van het totaal nominaal thermisch ingangsvermogen en datum waarvoor de eerste vergunning tot exploitatie is aangevraagd of in gebruik werd genomen;
  • gasturbines (grote stookinstallatie met inbegrip van STEG en al dan niet met bijstook), die gevoed worden met gasvormige brandstoffen, strengere emissiegrenswaarden voor de parameters SO2, NO2, CO in functie van het totaal nominaal thermisch ingangsvermogen en datum waarvoor de eerste vergunning tot exploitatie is aangevraagd of in gebruik werd genomen;
  • dieselmotoren en dualfuelmotoren in werking volgens de dieselcyclus, die gevoed worden met vloeibare brandstoffen, strengere emissiegrenswaarden voor de parameters stof, SO2, NO2, CO in functie de datum waarvoor de eerste vergunning tot exploitatie is aangevraagd of in gebruik werd genomen;
  • gasmotoren en dualfuelmotoren in werking volgens de ottocyclus, die gevoed worden met gasvormige brandstoffen, strengere emissiegrenswaarden voor de parameters NO2, CO, organische stoffen uitgezonderd methaan (in het geval ze 500 bedrijfsuren per jaar of meer in bedrijf zijn) in functie de datum waarvoor de eerste vergunning tot exploitatie is aangevraagd of in gebruik werd genomen.
Leer meer: Wetgevingsregister stookinstallaties
   

Gepubliceerd op 13-01-2016

  178