Tijdelijke en beperkte ‘corona-afwijkingen’ op voorwaarden van Vlarem II

 Met het noodbesluit van de Vlaamse regering van 3 april 2020 kan de minister afwijkingen geven op de algemene en sectorale milieuvoorwaarden van Vlarem II.
 

De omvang en de termijn van deze afwijkingen zijn steeds beperkt tot wat hoogst noodzakelijk is. De termijn waarbinnen een afwijking wordt toegestaan, kan de maximale duurtijd van de noodsituatie - met inbegrip van een eventuele verlenging - niet overschrijden.

De Vlaamse minister kan gedurende de periode van de noodsituatie vanaf 3 april 2020 voor een beperkte termijn de afwijkingen toestaan, maar enkel in deze gevallen:
  1. ingeval dit vereist is om redenen van algemeen belang die verband houden met de vastgestelde noodsituatie; de eventuele afwijking van de milieuvoorwaarden is in dit geval gebaseerd op het algemeen belang (bijvoorbeeld wanneer het naleven van de milieuvoorwaarden het aantal leveringen beperkt en daardoor de bevoorradingszekerheid van voedingswinkels in het gedrang brengt omdat de noodsituatie aanleiding heeft gegeven tot hamstergedrag)
  2. ingeval het door de noodsituatie onmogelijk is om bepaalde milieuvoorwaarden na te leven; onder ‘onmogelijkheid’ wordt ook begrepen: een situatie waarin de kosten verbonden aan het naleven van de milieuvoorwaarden onevenredig hoog zijn
Hoge beschermingsgraad, BBT en andere voorwaarden

Bij de toepassing van de bijzondere afwijkingsmogelijkheid tijdens noodsituaties moet de minister ook in de mate van het mogelijke de hoge beschermingsgraad blijven behouden die door titel V van het decreet algemene bepalingen milieubeleid (DABM) en het VLAREM wordt vooropgesteld.

Eveneens in de mate van het mogelijke blijft de toepassing van BBT het uitgangspunt. Hierbij kan eraan worden herinnerd dat de economische haalbaarheid van een techniek ook mee bepalend is om als BBT aanvaard te worden of niet.

Bij het toestaan van de afwijking houdt de minister in de mate van het mogelijke ook rekening met:

  1. de geldende milieukwaliteitsnormen, met inbegrip van de bijzondere milieukwaliteitsnormen
  2. de bestaande toestand van het milieu en van de gezondheid van de mens, voor zover die gezondheid wordt beïnvloed door de toestand van het milieu, en telkens voor zover de betrokken inrichtingen en activiteiten hier risico’s of hinder voor kunnen veroorzaken
  3. de ligging van de ingedeelde inrichtingen of activiteiten in of nabij gebieden die een bijzondere bescherming behoeven, of hindergevoelige objecten
  4. het feit dat de hinder en de risico’s afkomstig van de exploitatie van de ingedeelde inrichtingen en activiteiten moeten worden beperkt tot een aanvaardbaar niveau
Alternatieve maatregelen

Naast deze redenen kunnen ook andere in overweging genomen worden:

  • de beperktheid in omvang en tijd van de afwijking
  • eventuele alternatieve maatregelen die in de mate van het mogelijke een gelijkwaardig niveau van bescherming bieden

De minister kan voorwaarden verbinden aan de beslissing waarbij een afwijking van de milieuvoorwaarden wordt toegestaan. Zo beperkt VLAREM het aantal leveringen omwille van de geluidsoverlast. Een plan van aanpak met gebruik van dempende materialen en werkwijzen waarbij geluid vermeden wordt (o.m. het stilleggen van de motor) kan als alternatieve maatregel meegenomen worden in de afweging of de afwijking al dan niet toe te staan.

Van toepassing op een  beperkte doelgroep

De minister kan de toepassing ervan ook tot een bepaalde sector of categorie van inrichtingen beperken. In het kader van de noodsituatie kan het bijvoorbeeld noodzakelijk zijn dat bepaalde bedrijven ingeschakeld worden voor de productie van bepaalde chemische grondstoffen, en dat dit afwijkende sectorale milieuvoorwaarden vereist. Het is evenwel niet de bedoeling dat deze afwijkende voorwaarden dan plots voor de volledige sector gaan gelden, maar alleen voor die bedrijven die geschikt zijn voor de productie van de specifieke chemische grondstoffen.


Auteur: Nieuwsbrief 'De Milieukrant'

Gepubliceerd op 08-04-2020

  53