Milieu

Tommelein werkt drempels voor investeringen in hernieuwbare energie weg

 Op 3 juni keurde de Vlaamse regering twee voorontwerpen van decreet goed: over de warmtenetten en de aansluitbaarheid van gas. Groene warmte krijgt een duw in de goede richting, de verplichting om 95% van de huizen een aansluiting op aardgas te bieden verdwijnt, en het verbod om zonnepanelen-installaties binnen de drie jaar uit te breiden wordt geschrapt.


De nieuwe Vlaamse energieminister Bart Tommelein wil zoveel mogelijk drempels om te investeren in hernieuwbare energie elimineren. Daarom wordt nu met een nieuw decreet een regelgevend kader voor warmtenetten gecreëerd. Ons land loopt achterop ten opzichte van de buurlanden op dit terrein. In Denemarken zijn twee derde van alle warmteverbruikers op zo’n warmtenet aangesloten, in Vlaanderen is het aantal netten nog steeds beperkt – voornamelijk door de sterke uitbouw van ons aardgasnet.

Warmte- en koudenetten hebben nochtans voordelen, stippelt de minister uit:

  • ze kunnen gevoed worden met hernieuwbare energiebronnen en dragen zo bij tot het behalen van de Europese klimaatdoelstellingen 2020
  • ze zijn energie-efficiënt want hergebruiken restwarmte (van industriële processen) om woningen en andere gebouwen van warmte te voorzien.
  • ze zorgen ervoor dat (energie-intensieve) bedrijven verankerd worden in de regio, doordat ze geconnecteerd zijn aan een warmtenet (om restwarmte te verkopen of af te nemen); zo hebben die bedrijven een competitief voordeel.
Doelstellingen

Tot nu toe was de distributie van warmte en koude echter niet gereguleerd. Om de prille markt van warmte-energie duidelijke en transparante regels met zo weinig mogelijk administratieve lasten te geven, wil Tommelein nu een ‘warmtekader’ uitwerken in overleg met de sector. Het doel is bedrijven, organisaties en lokale overheden te stimuleren om warmte- en koudenetten aan te leggen, en op het einde van de rit een derde van de doelstelling hernieuwbare energie in Vlaanderen in te vullen met groene warmte.

Geen verplichte aansluitbaarheid gas

Als gevolg van de oliecrisis lag er vanaf de jaren 1970 een sterke nadruk op de hoge aansluitingsgraad van aardgas voor verwarming. In het Energiedecreet van 2009 werd dit in verplichtingen gegoten via de aansluitbaarheidsgraaddoelstellingen. In 2015 moest in stedelijk gebied 95% van de woningen de mogelijkheid hebben zich aan te sluiten op een aardgasleiding, wat tegen 2020 moest evolueren naar 99% in stedelijk en 95% in landelijk gebied. Uit een studie van de VREG (juli 2015) blijkt echter dat dit systeem niet kostenefficiënt is. Er werd ook te weinig rekening gehouden met duurzame alternatieven. “We schaffen de doelstellingen volledig af en zullen voortaan werken met een rendabiliteitsanalyse,” laat Tommelein weten. “Voor een woning op een afgelegen plaats is het relatief duur een lange gasaansluiting te voorzien. Als er duurzame alternatieven zijn zoals zonnepanelen, een warmtepomp of de aansluiting op een warmtenet, is het niet nodig te investeren in een dure gasaansluiting.”

Fotovoltaïsche installaties uitbreiden vanaf dag één

Vóór 2014 kregen kleinschalige PV-installaties (

Gepubliceerd op 09-06-2016

  248