Milieu

Verwarmingstoestellen: check zowel VLAREM II als Stooktoestellenbesluit

Stooktoestellen voor de verwarming moet je toetsen aan de sectorale bepalingen in hoofdstuk 5.43 van VLAREM II. Die hebben te maken met de emissie van luchtverontrenigende stoffen. Maar er gelden ook nog verplichtingen naar het onderhoud en het rendement van de installatie. Daarvoor moet je het besluit betreffende het onderhoud en het nazicht van stooktoestellen voor de verwarming van gebouwen of voor de aanmaak van warm verbruikswater (korter: Stooktoestellenbesluit) erbij nemen. 

Niet elke stookinstallatie is stooktoestel

Kijk eerst na met wat voor stookinstallatie(s) u te maken hebt. Dienen ze wel degelijk voor de verwarming van gebouwen / aanmaak van warm verbruikswater of hebben ze andere toepassingen? Er zijn uitzonderingen die niet vallen onder de bepalingen in hoofdstuk 5.43. Die zijn te vinden in het toepassingsgebied.   

Sectorale voorwaarden in VLAREM II

De sectorale milieuvoorwaarden voor stookinstallaties zijn te vinden in hoofdstuk 5.43 van VLAREM II. Deze bepalingen leggen emissiemetingen op aan de schoorsteen. Vanaf een vermogen van 300 kW per stookinstallatie moet je voldoen aan de emissiegrenswaarden voor de toepasselijke parameters (stof,  CO, NOx, …).

Stooktoestellenbesluit

Terwijl VLAREM II betrekking heeft op de luchtemissies, gaat het in het Stooktoestellenbesluit vooral over de werking van de installatie zelf. Er zijn 3 verplichtingen:

  • keuring;
  • onderhoud;
  • verwarmingsaudit.

Keuring

De keuring moet gebeuren vóór de ingebruikname van het toestel.

Opgelet: ook na een verbouwing of verplaatsing van het toestel is een nieuwe keuring verplicht!

De eigenaar ontvangt nadien een keuringsrapport van de deskundige die de keuring heeft uitgevoerd. Dit is bij te houden zolang niets is gewijzigd aan de installatie.

Onderhoud

Toestellen met vloeibare brandstof krijgen jaarlijks een onderhoud. Voor gasvormige brandstof is dat 2-jaarlijks. Telkens vanaf een vermogen vanaf 20 kW. Bij vaste brandstof moet dit gebeuren op alle stooktoestellen, ongeacht het vermogen.

Het onderhoud bestaat uit:

  • nazicht van de werking en veilige staat;
  • een reinigingsbeurt;
  • een verbrandingscontrole.

Nadien ontvangt de eigenaar een onderhouds-, reinigings- en verbrandingsattest. Hij bezorgt een duplicaat aan de gebruiker. Zowel de eigenaar als de gebruiker houden de attesten bij van de laatste 2 onderhoudsbeurten.

Wanneer uit het onderhoud tekortkomingen naar boven komen, dan hebben eigenaar en gebruiker 3 maanden tijd om dit in orde te brengen. Dit moeten ze bewijzen met een nieuw attest.

Verwarmingsaudit

De verwarmingsaudit heeft vooral te maken met de energieprestatie van het toestel: staat het rendement in verhouding tot de verwarmingsbehoefte van het gebouw?

Stooktoestellen vanaf 20 kW vallen hieronder. De frequentie valt eerst samen met onderhoudsbeurt en is 5-jaarlijks als het toestel 5 jaar oud is.

Vanaf 100 kW moet de verwarmingsaudit 2-jaarlijks gebeuren voor vloeibare brandstof en 4-jaarlijks voor gasvormige brandstof.

De deskundige vult de verwarmingsaudit in via software van de overheid. De eigenaar van de installatie ontvangt het rapport. Maar hij moet wel een duplicaat bezorgen aan de gebruiker. Zowel eigenaar als gebruiker houden dit bij tot de volgende verwarmingsaudit.

Uit een verwarmingsaudit kunnen aanbevelingen voortkomen over de vervanging van de ketel of aanpassingen voor energiebesparing. Maar die houden geen verplichtingen in. De eigenaar kan zelf beslissen of hij die uitvoert.

Nog meer lezen op senTRAL?

Keuring en onderhoud van centrale stooktoestellen
Verwarmingsaudit van centrale stooktoestellen  

Gepubliceerd op 08-02-2017

  453