Vlarem-trein 2017 introduceert nieuw meet- en beheersprogramma voor fugitieve VOS-emissies

De Vlarem-trein 2017, in werking getreden op 1 oktober 2019, bevat een aantal belangrijke wijzigingen rond de beheersing van fugitieve VOS-emissies. Sinds 2009 moeten chemische bedrijven en raffinaderijen jaarlijks hun apparatuur controleren op lekkage, waardoor de uitstoot van vluchtige organische stoffen wordt vermeden. Dit gebeurt via het LDAR-meetprogramma. Met de Vlarem-trein 2017 ondergaat dat meetprogramma wijzigingen.

Nieuwe meet- en beheersprogramma

Tot nu toe bestond het LDAR-meetprogramma (Leak Detection and Repair) uit een jaarlijkse steekproef, waarbij met een lekmeettoestel de concentratie aan VOS ter hoogte van potentieel lekkende apparaten (kleppen, pompen, compressoren,…) wordt gemeten.

Intussen is er een nieuwe methode voorhanden om lekken op te sporen, namelijk de infraroodcamera. Hiermee kunnen lekken van op afstand gedetecteerd worden. Het opsporen van lekken kan zo sneller en op moeilijker bereikbare plaatsen gebeuren. Een nadeel is dan weer dat de IR-meetmethode minder gevoelig is dan een lekmeettoestel. Daarom is een nieuw controleprogramma opgezet dat de voordelen van beide technieken combineert.

De exploitant krijgt een zekere vrijheid in het opstellen van een meetprogramma. Het programma kan voortaan worden opgemaakt per productie-eenheid, en niet noodzakelijk voor de inrichting in zijn geheel. Let wel: de drempel van 10 ton emissie (2 ton voor de zeer schadelijke stoffen) slaat nog steeds op de volledige inrichting.

Een eerste mogelijkheid is het alternerend laten uitvoeren van lekmetingen en IR-controles, waarbij beide elkaar om de 2,5 jaar afwisselen. De lekmetingen worden uitgevoerd op alle bereikbare apparaten, de IR-cameracontroles op alle apparaten.

Als alternatief kunnen de controles uitgevoerd worden rond aangekondigde stops: een IR-controle van alle apparaten binnen de 24 maanden voor een stop, en een lekmeettest binnen de 18 maanden na de stop. Voorwaarde is dat de periode tussen twee stops maximaal 96 maanden bedraagt. Afhankelijk van de periode tussen twee stops kunnen tussentijdse controles vereist zijn.

Tot slot is een “light” meetprogramma mogelijk in inrichtingen waar weinig lekken voorkomen. Voorwaarde is o.a. dat minder dan 0,04% van de apparaten een meetwaarde vertoont boven het herstelcriterium. In dat geval mogen de controles worden beperkt tot een vijfjaarlijkse controle met een lekmeettoestel.

Er zijn overgangstermijnen van toepassing voor het nieuwe meet- en beheersprogramma. In bestaande inrichtingen, in gebruik genomen vóór 30 november 2019, moet een eerste controle volgens het nieuwe programma worden afgerond vóór 30 november 2021. Tot dan blijft een steekproef vereist. Voor nieuwe inrichtingen moet de eerste controle worden afgerond binnen de twee jaar na de opstart.

Rapportage

Een andere wijziging betreft de jaarlijkse rapportering. Hiervoor wordt een standaardformulier ingevoerd, dat tegen 14 maart moet worden opgemaakt (vroeger was dat 31 maart), en bij het IMJV moet worden gevoegd. Ook een overzichtslijst met te herstellen apparaten wordt ter beschikking gehouden, evenals video-opnames van alle lekkende apparaten en controle-opnames na herstelling.

Lees meer op senTRAL over het LDAR-programma en de Vlarem-trein 2017 (lucht) op senTRAL

Auteur: Jeroen Beghin
 

Gepubliceerd op 18-11-2019

  65