Vlarem-trein 2017: Lozingsvoorwaarden oppervlakteactieve stoffen onder de loep te nemen!

Oppervlakteactieve stoffen worden aanzien als gevaarlijke stoffen, zodat bij lozing van afvalwater waarin zij aanwezig zijn bijhorende normen zich mogelijks opdringen. De Vlarem-trein 2017 bracht een aantal verfijningen aan in referentiemeetmethodes, rapportagegrens en meetonzekerheid. Milieucoördinatoren doen er goed aan de lozingsvoorwaarden te herevalueren wanneer detergenten worden geloosd.

Een oppervlakteactieve stof, vaak aangeduid als detergent, is een stof die de oppervlaktespanning van een vloeistof kan verlagen waardoor bijvoorbeeld de reinigende werking van deze vloeistof wordt bevorderd. Een molecule van dergelijke stof bestaat uit een hydrofiele en hydrofobe kant. Dit wordt ook wel de polaire kop en apolaire staart genoemd (zie Figuur 1). Wanneer de moleculen in contact komen met water, zullen de apolaire staarten zich naar elkaar draaien zodat enkel de polaire koppen contact hebben met de watermoleculen. Op deze manier worden micellen gevormd. Zeep is een gekende oppervlakteactieve stof. Vetten en oliën lossen op in water door het gebruik van zeep omdat deze worden gevangen in de micellen.

Afhankelijk van de lading van de polaire kop kan onderscheid worden gemaakt in volgende groepen:

  • anionische oppervlakteactieve stoffen: splitsen in waterig milieu in negatief geladen organische ionen;
  • kationische oppervlakteactieve stoffen: splitsen in waterig milieu in positief geladen organische ionen;
  • niet-ionogene oppervlakteactieve stoffen: splitsen niet in waterig milieu.

Anionische oppervlakteactieve stoffen komen voornamelijk voor in industriële en huishoudelijke detergenten, schoonmaakproducten en lichaamsverzorging, terwijl kationische vaak toegepast worden in desinfecterende zepen. De niet-ionogene oppervlakteactieve stoffen worden gebruikt in diverse bedrijfssectoren zoals de textielindustrie, metallurgie, farmaceutische, voedings- en cosmetische industrie.

Vóór het in voege treden van de Vlarem-trein 2017 waren er reeds indelingscriteria (IC) opgenomen in Vlarem II (bijlage 2.3.1) voor de oppervlakteactieve stoffen. Voor de anionische bedraagt het IC 100 µg/l, terwijl voor de som van de kationische en niet-ionogene een IC geldt van 1.000 µg/l. Deze criteria zijn niet gewijzigd door de Vlarem-trein 2017 die op 1 oktober 2019 inwerking is getreden.
Sinds het van kracht worden van de Vlarem-trein 2017 is er nu ook een referentiemeetmethode met rapportagegrens en meetonzekerheid toegevoegd voor de anionische en niet-ionogene detergenten. Voor de kationische bestond er reeds een referentiemeetmethode. In onderstaande tabel wordt hiervan een overzicht gegeven per soort oppervlakteactieve stof.

De WAC-methodes kunnen teruggevonden worden in het Compendium voor de monsterneming, meting en analyse van water (WAC).

Wanneer een bedrijf oppervlakteactieve stoffen loost in een concentratie die hoger ligt dan het indelingscriterium, dient hiervoor een norm te worden aangevraagd. Door het toevoegen van een referentiemeetmethode voor de anionische detergenten is het indelingscriterium voor de anionische oppervlakteactieve stoffen gelijk aan de rapportagegrens.
Hierdoor is het vanaf heden duidelijker wanneer de geloosde concentratie boven het IC ligt en bijgevolg dus een norm zou moeten worden aangevraagd. Verder zal ook beter kunnen worden getoetst aan het IC voor de som van de kationische en niet-ionogene detergenten, gezien eveneens voor de niet-ionogene een referentiemeetmethode werd vastgelegd met een bijhorende rapportagegrens.
In veel sectoren is een lozingsnorm voor de lozing in oppervlaktewater opgenomen voor de som van de anionische, kationische en niet-ionogene detergenten. In de meeste gevallen bedraagt deze norm 3 mg/l. Sector 54 (wasserijen en ververijen voor stoffen) is een uitzondering gezien hier aparte normen voor elke groep worden gedefinieerd bij het lozen op oppervlaktewater, nl. 5 mg/l (cfr. bijlage 5.3.2 Vlarem II).
Voor het lozen in de openbare riolering zijn slechts in enkele sectoren, zoals bv. de farmaceutische industrie, lozingsnormen voor de som van de anionische, kationische en niet ionogene detergenten opgenomen.
In principe is het zo dat er een aparte norm dient te worden aangevraagd voor enerzijds de anionische n en anderzijds de som van de kationische en niet-ionogene oppervlakteactieve stoffen wanneer wordt vastgesteld dat de geloosde concentratie hoger is dan het desbetreffende indelingscriterium, ook wanneer er reeds een sectorale norm voor de som van de oppervlakteactieve stoffen geldt.
Het is bijgevolg belangrijk om als bedrijf een analyse uit te laten voeren om de concentraties aan anionische, kationische en niet-ionogene oppervlakteactieve stoffen te bepalen via de vastgelegde referentiemeetmethodes zodat kan worden nagegaan of er al dan niet geloosd wordt boven het indelingscriterium.

Referenties:

1. Wegwijs in de industriële afvalwaterzuivering, Jan Gruwez
2. Vlarem II + bijlagen

Lees nog meer nieuwsberichten over de VLAREM-trein 2017  en over meetplichten / controle waterverontreiniging op senTRAL.

Auteur: Ir. Zarah Mols, Sertius cvba
 

Gepubliceerd op 17-01-2020

  179