Milieu

VRIND-rapport 2017 toont weinig milieuwinst

 Het jaarlijkse VRIND-rapport bundelt de sleutelcijfers van de Vlaamse welvaart opnieuw in één publicatie. Milieu, energie en mobiliteit zijn niet de factoren waarin Vlaanderen veel vooruitgang boekt.
 


De nieuwe editie van de “Vlaamse Regionale Indicatoren” (VRIND 2017) bevat zo’n 900 tabellen, grafieken en kaarten. 

VRIND is een gemeenschappelijk project van alle diensten van de Vlaamse administratie en de bevoegde ministers, gecoördineerd door de voormalige Studiedienst van de Vlaamse regering. Deze 25ste editie zou meteen ook de laatste kunnen zijn, want met de oprichting van een ‘Vlaamse Statistische Autoriteit’ en een ‘netwerk Statistiek Vlaanderen’ wordt het concept van dataverzameling en ontsluiting grondig herbekeken en dat zal de wijze waarop statistieken zullen worden verzameld, geproduceerd en gecommuniceerd grondig gaan veranderen.

We citeren enkele vaststellingen uit deze laatste editie op het gebied van milieu en energie.

Ruimtelijke verdichting

VRIND ziet een stijgende dichtheid van het woongebied, geconcentreerd rond de steden en de Vlaamse rand. Er is een trend van woningen naar flats, waardoor de gemiddelde woonoppervlakte daalt. De nieuwbouwwoningen zijn veel energiezuiniger en beter geïsoleerd.

Milieu

De waterkwaliteit was de jongste jaren verbeterd, maar die trend zet zich niet door. Verzurende emissies en fijnstofconcentraties blijven hoog in vergelijking met andere regio’s.

In 2015 is de totale broeikasgasuitstoot nog licht gestegen. Toch liggen de emissies in 2015 in lijn met de dalende trend die is ingezet sinds 2005.

Tussen 2000 en 2015 daalde de hoeveelheid huishoudelijk restafval met 50 kg per inwoner. 66,6% wordt op een of andere manier gerecupereerd. De voorzieningen voor huisvuilinzameling halen traditioneel een hoge waardering: 89% van de Vlamingen is tevreden over deze dienstverlening. Het primair bedrijfsafval is goed voor 82% van alle afval, en die hoeveelheid stagneert. De materiaalproductiviteit is de jongste jaren niet toegenomen.

Energie

Sinds 2003 is er een ontkoppeling tussen economische groei en het energieverbruik. De energie-intensiteit was in 2015 25% lager dan in 1990, maar Vlaanderen heeft nog steeds de tweede hoogste energie-intensiteit van de EU15 (na het koude Finland). Het energieverbruik ligt nog 23% hoger dan in 1990. Het energieverbruik in de industrie nam met 4% toe.

35,6% van de energie werd in 2015 lokaal geproduceerd; 25% van de  elektriciteit werd ingevoerd.


Het totaal aandeel hernieuwbare energie bedroeg in 2015 nog steeds maar 6%, ondanks een stijging met 12,7% van de groenestroomproductie.

Mobiliteit

Het voertuigenpark en de afgelegde voertuigkilometers blijven stijgen, met steeds meer files en verliesuren en energiegebruik als gevolg. Zowat 80% van de verplaatsingen doen de Vlamingen nog steeds met de wagen, waarvan 71% van het woon-werkverkeer dat nu voor 17% per fiets gebeurt.

Voor goederenvervoer is er een lichte stijging van de binnenvaart, vooral door de toegenomen containertrafiek. Het vervoer via het spoor en de lucht stagneert. De verkeersveiligheid gaat er op vooruit, hoewel Vlaanderen hierop in vergelijking met topregio’s slecht scoort.

Globaal is de milieu-impact van het transport afgenomen, maar ‘groen transport’ kromp met 3,8%. Op heel wat milieu-indicatoren is er weliswaar enige vooruitgang, vooral op het vlak van verzurende emissies en fijnstofconcentraties.


De resultaten van de jongste editie zijn te raadplegen via de website van de Studiedienst van de Vlaamse regering. Het boek kan gratis besteld worden via het loket van publicaties van de Vlaamse overheid.
 

Gepubliceerd op 13-10-2017

  282