Milieu

Warmtenetwerk voor Antwerpse havenbedrijven

De bestaande stoomleiding van Indaver naar Ineos - foto: milieuDirectDe Vlaamse regering heeft 10 miljoen euro uitgetrokken voor zes bedrijven in de Antwerpse haven om een warmtenet te realiseren. Zonder subsidie bleek het project niet haalbaar.

Het warmtenetwerk zal worden gerealiseerd door chemiebedrijven Lanxess, Ashland, De Neef Chemical Processing en Monument Chemical. Zij zullen de warmte die vrijkomt in de afvalverbrandingsinstallaties van Indaver en Sleco (de joint-venture van Indaver en Sita) inzetten voor hun eigen verwarming. Indaver en Sleco baten in Doel verbrandingsovens uit voor huishoudelijk afval, bedrijfsafval en slib, die jaarlijks ongeveer 1 miljoen ton verbranden. Een deel van de stoom die daarbij vrijkomt wordt omgezet in elektriciteit, goed voor een productie van 87 MW. Een ander deel van de stoom (ongeveer 10%) gaat via een stoomleiding naar het buurbedrijf Ineos. Indaver verbrandt in de installatie in Doel industrieel afval uit heel Vlaanderen en huishoudelijk afval uit Vlaams-Brabant. Bijna de helft van dit afval is bio-organisch, zodat de ook de helft van de gewonnen energie het etiket ‘hernieuwbaar’ krijgt.

8 kilometer leidingen

Het warmtenet zal bestaan uit een stoomleiding met stoom op 400°C en 40 bar, en een condensaatleiding voor de terugloop van het warm water. Heen en terug zal deze leiding 8 km lang zijn. De aanleg zal meer dan 25 miljoen euro kosten. Indaver-Sleco zal hiermee 16% van de totale productie aan groene warmte in Vlaanderen op zich nemen. Bedrijven die op het warmtenet aansluiten engageren zich om gedurende minstens tien jaar maximaal warmte af te nemen via dit netwerk. Meestal wekken zij die warmte nu nog met gas op.  

Levering gewaarborgd

Indaver zegt heel flexibel op de warmtevraag te kunnen inspelen, aangezien slechts zo’n 10% van de stoom naar Ineos gaat en de rest naar de elektriciteitsturbines. Dat kan gemakkelijk naar een 50/50-verhouding worden omgezet, zodat men kan garanderen altijd aan de stoomvraag te kunnen voldoen.

Aangezien de havenbedrijven langetermijnconcessies hebben en dus geen eigenaar zijn van de terreinen, was de medewerking vereist van de eigenaars, in dit geval Maatschappij Linkerscheldeoever en het Antwerpse havenbedrijf. Zij werken actief mee aan het warmteproject. Mochten er na de bouw van het warmtenetwerk deelnemende bedrijven verdwijnen, dan kan de eigenaar nieuwe concessies voorbehouden aan ondernemingen die warmte nodig hebben.

Gepubliceerd op 02-05-2014

  210