Milieu

Wat moet er in een veiligheidsrapport (Seveso)?

De exploitant van een hogedrempelbedrijf moet een veiligheidsrapport indienen. In het Seveso-samenwerkingsakkoord worden verschillende diensten aangeduid die de veiligheidsrapporten moeten beoordelen. De Afdeling van het toezicht op de chemische risico’s (ACR) is bevoegd voor de veiligheid van de werknemers in de Sevesobedrijven. Een nieuwe leidraad, gepubliceerd op de website van de FOD WASO, beschrijft de verwachtingen van de ACR ten aanzien van de informatie over de interne veiligheid in het veiligheidsrapport en wil een praktische werkwijze aanreiken om deze informatie te beschrijven.

Verschil met leidraad uit 2001

De werkwijze om risico’s en maatregelen te beschrijven die in de nota wordt voorgesteld, verschilt grondig van de aanpak van de leidraad uit 2001. In de nota van 2001 was het basismodel de ‘vlinderdas’. In de nieuwe publicatie wordt het model van opeenvolgende, complementaire ‘beschermlagen’ gevolgd.

Om verwarring met gangbare definities van ‘beschermlagen’ te vermijden, spreekt de publicatie over acht ‘veiligheidsfuncties’. Elke veiligheidsfunctie komt overeen met een bepaalde strategie om ongewenste vrijzettingen te voorkomen of de gevolgen ervan te beperken. Deze veiligheidsfuncties werden geïntroduceerd in de informatienota CRC/IN/002 ‘Procesveiligheidsstudie’.

De ACR is van mening dat een werkwijze op basis van de veiligheidsfuncties voor de bedrijven gemakkelijker is om te hanteren, omdat het toelaat de informatie modulair te presenteren, met name per veiligheidsfunctie. De informatie over deze veiligheidsfuncties is vaak in modulaire vorm al aanwezig in vele bedrijven.

Extra informatie?

De structuur en de werkwijze die in de nota worden voorgesteld, zijn niet verplicht. De veiligheidsrapporten zullen beoordeeld worden op hun inhoud eerder dan op hun vorm. Bedrijven kunnen de informatie die in de leidraad gevraagd wordt, op een andere manier in het veiligheidsrapport beschrijven. Heel wat bedrijven beschikken namelijk al over een veiligheidsrapport. De publicatie van de leidraad betekent niet dat de beschrijving van de interne risico’s in die rapporten moet omgevormd worden naar een structuur op basis van de 8 veiligheidsfuncties.

Het is wel aangewezen dat bedrijven in het kader van de periodieke herziening van hun veiligheidsrapport nagaan of de informatie die in de nota gevraagd wordt, aanwezig is in het rapport. De huidige nota is immers specifieker en gedetailleerder dan de vorige leidraad. De ACR verwacht dat rapporten bij een herziening worden aangevuld met de ontbrekende informatie. Meestal zal die extra informatie kunnen toegevoegd worden als op zichzelf staande secties in het rapport.

Indeling hoofdstukken van de leidraad

In het eerste hoofdstuk staan een aantal algemene beschouwingen en richtlijnen bij het opstellen van het deel ‘interne veiligheid’. In de daaropvolgende hoofdstukken vindt u telkens een veiligheidsfunctie en concrete richtlijnen hoe die veiligheidsfunctie in het rapport kan behandeld worden.

Overzicht

  1. Algemene beschouwingen en richtlijnen
  2. Beheersen van processtoringen
  3. Beheersen van de degradatie van omhullingen
  4. Beperken van accidentele vrijzettingen
  5. Beheersen van de verspreiding van vrijgezette stoffen en energie
  6. Vermijden van ontstekingsbronnen
  7. Bescherming tegen brand
  8. Bescherming tegen explosies
  9. Bescherming tegen contact met vrijgezette stoffen
De "leidraad voor het beschrijven van de interne veiligheid in het veiligheidsrapport" vindt u op de website van de FOD WASO.

Gepubliceerd op 09-03-2015

  540