Arbeidsinspectie met gedragstechnieken: experimenteel of evident?

 De Nederlandse arbeidsinspectie experimenteert met zogenaamde ‘gedragstechnieken’ voor, tijdens en na inspecties. Over welke technieken gaat het? En zullen deze trucjes bedrijven echt veiliger doen werken?
 

De Nederlandse Inspectie SZW (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) gebruikt deze gedragstechnieken bij inspecties in de metaalsector. Bedoeling is om het aantal wettelijke overtredingen op vlak van welzijn op het werk naar beneden te krijgen.

De arbeidsinspectie selecteerde 150 Nederlandse metaalbedrijven om deel te nemen aan een inspectie met gedragstechnieken.
De bedrijven werden opgedeeld in twee groepen:

  • Groep 1 werd op een traditionele manier geïnspecteerd: inspectie gevolgd door een inspectiebrief met resultaten en later een herinspectie
  • Groep 2 werd geïnspecteerd op een meer experimentele manier met ‘gedragsinterventies’ voor, tijdens en na de eerste inspectie

(foto: archief)



Gedragspsychologie

Welke methodes uit de gedragspsychologie werden gebruikt en wat was het verhoopte resultaat?
 

  • Zelfovertuiging: voorafgaand aan de inspectie kregen de bedrijven een vragenlijst om het management bewust te laten nadenken over de genomen veiligheidsmaatregelen en het belang van welzijn op het werk. Op die manier “overtuigde” het management zichzelf van het belang van veilig en gezond werken. Dankzij de brief gingen heel wat bedrijven bovendien al aan de slag met nieuwe veiligheidsmaatregelen, nog voor de inspectie op bezoek kwam.
  • “Commitment” en consistentie: na het invullen van deze vragenlijst moest het management de begeleidende brief ondertekenen en terugsturen naar de arbeidsinspectie. Hiermee gaf het management aan dat veiligheid belangrijk is; daardoor groeit de kans dat het management zich ook aan deze ‘belofte’ houdt. Bovendien vroegen de inspecteurs tijdens de inspectie aan het management waarom veiligheid belangrijk is. De antwoorden hierop werden dan geciteerd in de inspectiebrief die volgde op de inspectie.
  • “Positive deviance theory”: de arbeidsinspectie probeerde het zelfvertrouwen om maatregelen te nemen bij het management aan te wakkeren. Tijdens de inspectie benadrukten de inspecteurs nadrukkelijk wat wèl goed was, in plaats van alleen maar te kijken naar inbreuken. Zo kreeg de werkgever er vertrouwen in dat hij wel degelijk in staat is om veiligheidsproblemen aan te pakken.
  • Sociale bewijskracht: tijdens de inspectie gaven de inspecteurs voorbeelden van soortgelijke bedrijven die het is gelukt om de veiligheid te verbeteren. Dit maakt van arbeidsveiligheid een positief en realistisch verhaal.
  • Drempel verlagen: de inspecteurs benadrukten dat bedrijven ook met kleine, relatief gemakkelijke ingrepen de veiligheid kunnen verbeteren. Hierdoor voelen inspecties minder ‘overweldigend’ aan, en is de drempel om aan de slag te gaan lager.
Resultaten

De onderzoekers nuanceren wel dat de resultaten van dit experiment niet representatief zijn voor de hele metaalsector. Bovendien is het effect van de gedragstechnieken op het aantal overtredingen in dit onderzoek niet vast te stellen.

Toch zien de onderzoekers positieve effecten na het inzetten van gedragstechnieken:

  • er is een positief effect op de veiligheidscultuur in de bedrijven uit de experimentele groep; het management gaf aan dat het thema veiligheid meer is gaan leven in hun bedrijf
  • er was een sterker effect op grote bedrijven dan op kleine: bij grote bedrijven bleken de aspecten van veiligheidscultuur sterker verbeterd bij de herinspectie in vergelijking met de eerste inspectie
Besluit: werkt het?

Op zich is het lovenswaardig dat een arbeidsinspectie op een andere manier aan de slag gaat met bedrijven. Anderzijds geven de onderzoekers zelf aan dat het te vroeg is om een positief effect van gedragstechnieken op het aantal overtredingen vast te stellen.

De grootste kritiek lijkt ons dat de gebruikte technieken niet bepaald experimenteel zijn; je zou je zelfs kunnen afvragen waarom de Nederlandse arbeidsinspectie ze niet al lang gebruikt. Is het niet logisch om ook naar de positieve zaken te kijken? Om voorbeelden te geven van eenvoudige ingrepen of van gelijkaardige bedrijven die de zaken op een betere manier aanpakken? Om vooraf aan te geven op welke arbeidsaspecten geïnspecteerd zal worden? Om de inspectiebrief na inspectie kort en duidelijk te houden?

Bovendien hebben zeer veel bedrijven een intentieverklaring van de werkgever. Maar dit staat – net als een ‘positieve veiligheidscultuur’ – nog niet garant voor volledig voldoen aan de wetgeving.

En ten slotte zegt het ook iets, wanneer een organisatie een externe inspectie nodig heeft om veiliger te gaan werken. Dit geeft misschien aan dat veiligheid er toch niet zo prioritair is?


Auteur: Michiel Sermeus

Gepubliceerd op 30-10-2020

  13