Veiligheid

Arbeidsongevallen: wetgever schrapt passage wegens ‘vergaand formalisme’ (art. 7 DB sociale zaken)

De wetgever schrapt een passage uit de Arbeidsongevallenwet na een arrest van het Grondwettelijk Hof.
Na een prejudiciële vraag had het Grondwettelijk Hof geoordeeld dat het niet verantwoord is dat slachtoffers van een arbeidsongeval, tegen hun werkgever die zwaarwichtig is tekortgekomen en die daarvoor in gebreke is gesteld, geen gemeenrechtelijke vordering tot schadevergoeding kunnen instellen om de enkele reden dat de administratie niet uitdrukkelijk in de ingebrekestelling aan de werkgever heeft vermeld dat hij zijn immuniteit zou kunnen verliezen indien hij geen gevolg geeft aan de opgelegde passende maatregelen.
Aansprakelijkheidsvordering
De Arbeidsongevallenwet bepaalt dat, ongeacht de uit deze wet voortvloeiende rechten, de rechtsvordering inzake burgerlijke aansprakelijkheid mogelijk blijft voor de getroffene of zijn rechthebbenden tegen de werkgever:
  • die de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk zwaarwichtig heeft overtreden; en
  • die daardoor de werknemers aan het risico van arbeidsongevallen heeft blootgesteld, terwijl de ambtenaren die zijn aangewezen om toezicht te houden op de naleving van die bepalingen hem schriftelijk:
    • hebben gewezen op het gevaar waaraan hij deze werknemers blootstelt;
    • hebben medegedeeld welke overtredingen werden vastgesteld;
    • passende maatregelen hebben voorgeschreven;
    • hebben meegedeeld, dat indien hij nalaat de passende maatregelen te treffen, de getroffene of diens rechthebbende, bij gebeurlijk ongeval, over de mogelijkheid beschikt een burgerlijke aansprakelijkheidsvordering in te stellen.
Schending
Die laatste mededeling wordt nu geschrapt. De wetgever schikt zich op die manier naar een arrest van het Grondwettelijk Hof van 21 mei 2015. Het hof had namelijk geoordeeld dat artikel 46, §1, eerste lid, 7°, d) van de Arbeidsongevallenwet de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt.
Zoals hierboven aangegeven, gaat het om de vereiste van de schriftelijke ingebrekestelling aan de werkgever, waarbij uitdrukkelijk de mededeling vereist is dat indien de werkgever nalaat de passende maatregelen te nemen, de getroffene of de rechthebbende, bij gebeurlijk ongeval over de mogelijkheid beschikt om een burgerlijke aansprakelijkheidsvordering in te stellen.
Formalisme
Het Grondwettelijk Hof heeft problemen met het formalisme dat in dit wetsartikel is opgenomen.
Volgens het hof ‘getuigt het niet alleen van een vergaand formalisme indien bovendien wordt vereist dat in de ingebrekestelling expliciet zou moeten worden vermeld dat de niet-uitvoering van de in de ingebrekestelling opgelegde maatregelen zou kunnen leiden tot de opheffing van de principiële immuniteit van de werkgever, maar bovendien brengt dat bijkomende voorschrift het risico mee de gemeenrechtelijke aansprakelijkheidsvordering van het slachtoffer van een arbeidsongeval afhankelijk te maken van de beslissing of zelfs de vergetelheid van de toezichthoudende ambtenaar om in de ingebrekestelling expliciet die vermelding op te nemen.’
In de toelichting bij de wet wijst men er bovendien op dat de door de Arbeidsongevallenwet gecreëerde mogelijkheid in de praktijk niet of nauwelijks werd toegepast. Dus kan aan de vastgestelde ongrondwettigheid eenvoudig worden verholpen door de littera d) te schrappen, zo klinkt het.
In werking
Dit onderdeel van de nieuwe wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken treedt in werking op 2 juni 2016. Dat is 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Wet van 16 mei 2016 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken, BS 23 mei 2016 (art. 7 DB sociale zaken)

Wet van 10 april 1971 betreffende de arbeidsongevallen, BS 24 april 1971 (artikel 46, §1, eerste lid, 7°)

Gepubliceerd op 07-06-2016

  23