Veiligheid

Asbestslachtoffers verloren gemiddeld 20 jaar van hun leven

Werknemers van Coverit - een oude asbestcementfabriek in Harmignies - en van de Eternit-fabrieken in Kapelle-op-den-Bos en Tisselt die aan asbest zijn overleden, hebben gemiddeld twintig jaar van hun leven verloren. Dat blijkt uit onderzoek van ABEVA, de vereniging van asbestslachtoffers in België.

"Al betreft het hier alleen werknemers, men moet toch wel aannemen dat de resultaten voor andere categorieën slachtoffers niet veel anders zullen uitkomen", klinkt het in een persbericht. De vereniging doelt dan op onder anderen familieleden van de werknemers, doe-het-zelvers of milieuslachtoffers zoals buurtbewoners van asbestfabrieken.

Demografen bij Adrass (Association pour le Développement de la Recherche Appliquée en Sciences Sociales) onderzochten 100 gevallen in Harmignies en 137 in Kapelle-op-den-Bos. In Harmignies bedraagt het gemiddelde aantal levensjaren van de slachtoffers 61,93, terwijl dat van de generaties waartoe de slachtoffers behoren 82,70 is. De slachtoffers verloren zo dus 20,77 jaar, luidt het. In Kapelle-op-den-Bos gaat het dan om 21,17 verloren levensjaren.

ABEVA zegt dat de conclusies van het Adrass-onderzoek "uiterst bedenkelijk en onrustbarend" zijn. "Dit versterkt onze overtuiging dat de slachtoffers een echte en complete schadevergoeding moeten krijgen en dat nu de noodzakelijke maatregelen getroffen moeten worden zodat dergelijke drama's in de toekomst vermeden kunnen worden", klinkt het.

In 2007 werd een Belgisch asbestfonds voor de vergoeding van asbestslachtoffers opgericht: AFA. Volgens ABEVA blijft dat fonds echter ontoereikend en zal het zeker nog aangepast moeten worden.

ABEVA wenst volgende bijkomende maatregelen in haar persbericht:

  • De lijst van de door AFA erkende en vergoede ziektes moet aangevuld worden; ook moeten erin opgenomen worden de door asbest veroorzaakte longkankers en andere ziektes zoals keelkanker en eierstokkanker.
  • Een betere financiële tegemoetkoming van AFA o.a. voor alleenstaande slachtoffers die momenteel als vergoeding alleen maar een maandelijkse uitkering ontvangen.
  • Oprichting van een vervroegd pensioen voor werknemers die aan asbest werden blootgesteld.
  • Meer informatie voor artsen, ziekenhuizen, ziekenkassen en andere betrokken instellingen zodat deze op hun beurt het bestaan van AFA en de rechten van de asbestslachtoffers beter bekend kunnen maken.
  • Verantwoordelijkheid en opheffing van de aansprakelijkheid. Als compensatie voor een algemene werkgeversbijdrage in het financieren van het asbestfonds, heeft de wetgever voor alle verantwoordelijken hun wettelijke aansprakelijkheid opgeheven. Een door het asbestfonds vergoed slachtoffer kan dus de verantwoordelijken voor de opgelopen schade niet meer vervolgen voor een eventuele aanvullenden uitkering of vergoeding. Dit is voor het asbestfonds een uitbreiding van de algemene “niet aansprakelijkheid” bij werkongevallen of beroepsziektes. ABEVA heeft te allen tijde kritiek geleverd op deze beschikking die, qua asbest, ook wordt toegepast voor de families van de slachtoffers (vrouw of kinderen van een aan asbest blootgestelde werknemer) of voor slachtoffers uit de omgeving van asbestfabrieken. ABEVA wil dan ook dat zo’n vrijwaring afgeschaft wordt.
  • Een grotere inspanning voor de research o.a. ter verbetering van de medische behandeling van de door het asbest veroorzaakte ziektes en wel in het bijzonder van mesotheliooms en longkankers.
  • Voorzorgsmaatregelen. Een deel van het gebruikte asbest is nog niet weggenomen. ABEVA vraagt daarom dat vooral aandacht wordt besteed aan scholen en onderwijsinstellingen. En dat de nodige informatie wordt gegeven aan vaklui die nog blootgesteld kunnen worden aan het asbest. Het betreft bv. loodgieters, verwarmingsinstallateurs, elektriciens en bouwvakarbeiders. Ze moeten op de hoogte zijn van de bestaande risico’s, deze risico’s kunnen ontdekken en zich daartegen kunnen beschermen. ABEVA verzoekt alle privé en alle openbare verantwoordelijken voor deze beroepen de noodzakelijke aandacht te geven aan dit asbestprobleem. Ook moet ervoor gezorgd worden dat toekomstige vaklieden goed worden opgeleid. Dit betekent dan ook dat het asbestrisico in de onderwijsprogramma’s opgenomen moet worden.

Het persbericht en meer informatie is te vinden op de website van Abeva.
 

Gepubliceerd op 16-12-2015

  34