Veiligheid

Burn-out blijft moeilijk meetbaar

Het topic ‘burn-out’ is alomtegenwoordig. Ook nieuwe varianten, zoals de bore-out, komen steeds vaker in het nieuws. Maar wat is een burn-out nu precies?

Beleidsmakers hanteren vaak cijfergegevens uit enquêtes voor het onderbouwen van nieuwe regelgeving rond psychosociaal welzijn op het werk. Maar de resultaten van de talrijke enquêtes liggen vaak ver uiteen. Hoe bepaalt men deze cijfers? En hoe betrouwbaar zijn ze?
 

Wat is een burn-out?


De meest gehanteerde, maar niet onbetwiste definitie, is die van Berkeley-professor Christina Maslach. Zij definieert burn-out als een staat van uitputting waarbij iemand cynisch is over de waarde van zijn werk en twijfelt aan zijn capaciteiten om te kunnen presteren op het werk.
Deze definitie bevat volgens Maslach drie centrale kenmerken van burn-out, namelijk emotionele uitputting, depersonalisatie en gevoelens van verminderde bekwaamheid.
Ondanks de erg wijde verspreiding en toepassing van deze definitie, concluderen verschillende wetenschappelijke publicaties dat er nog geen algemeen geaccepteerde definitie van burn-out bestaat en dat de beschrijving van Maslach tekortkomingen vertoont.

Zijn er verschillende vormen?

Zo discussieert men over de mate waarin men zich emotioneel uitgeput voelt,  al dan niet een essentieel kenmerk is van een burn-out. Of over het feit dat de problemen van een burn-out anders tot uiting kunnen komen, bijvoorbeeld een uitgesproken onverschilligheid ten aanzien van het werk. Anderen opperen dat er inderdaad verschillende types bestaan, zoals de bore-out (je vindt je werk saai, zie eerder nieuwsbericht) of de worn-out (je voelt je afgemat).

Opvallend is dat burn-out nog niet beschreven staat in internationale standaard-diagnostische handleidingen zoals de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-5) of de International Classification of Diseases (ICT-10). Een reden hiervoor is wellicht dat het exacte onderscheid tussen een burn-out en andere mentale problemen zoals een depressie of een angststoornis nog voer is voor heel wat debat. Dit maakt het identificeren van adequate preventiemaatregelen er niet gemakkelijker op, laat staan het erkennen van burn-out als een beroepsziekte.

Hoe meet je een burn-out?

De burn-outcijfers in de media zijn veelal gebaseerd op enquêtes. De meest gebruikte vragenlijst om burn-out te meten komt opnieuw van Maslach, namelijk de Maslach Burnout Inventory (MBI). De MBI en veel andere testen vragen de gebruiker om voor verschillende stellingen op een schaal aan te duiden in welke mate deze van toepassing is op hem of haar, zoals ‘Ik voel mij emotioneel uitgeput door het werk’.

Talrijke studies tonen aan dat de betrouwbaarheid van deze schalen nog te wensen overlaat. Nog moeilijker is het interpreteren van de scores. Vanaf welke totaalscore heb je een burn-out? Te vaak gebruikt men hiervoor nog willekeurige normen in de plaats van normen die gebaseerd zijn op onderzoek naar het verband van een bepaalde totaalscore en een doktersdiagnose of de kans op langdurige arbeidsongeschiktheid. Het ontbreken van onderbouwde normen kan leiden tot een over- of onderschatting van burn-outrisico’s en mensen een verkeerd signaal geven. Wie een slechte dag heeft, komt zo snel en onterecht in de risicogroep terecht. Wie een burn-out op een andere manier ervaart, wordt mogelijk niet gedetecteerd.

Meer info op senTRAL:

Symptomen van burn-out

Verschil tussen burn-out en stress
 

Gepubliceerd op 15-01-2016

  89